OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Examentraining
Overheid en schuld: zo pak je examenvragen aan
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Examentraining
Overheid en schuld: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rijksoverheid / Wikimedia Commons, CC0
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over saldo, schuld, soorten uitgaven en ontvangsten en quotes beantwoorden.
Deze slide heeft geen instructies
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welk land, welk jaar en wat wordt gevraagd: saldo, schuld of quote?
2. Kies: de formule: saldo = ontvangsten - uitgaven, schuld eind = schuld begin + tekort of quote = bedrag / bbp x 100%.
3. Reken: vul in, schrijf de stappen op en let op de eenheid (miljard euro of %).
4. Controleer: stijgt de schuld bij een tekort en daalt ze bij een overschot?
Deze slide heeft geen instructies
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Ontvangsten, uitgaven, saldo en schuld van Zuidland
Vraagtype 1: saldo en schuld in een tabel
Saldo = ontvangsten - uitgaven. Negatief is een tekort.
Schuld eind = schuld begin + tekort. Bij een overschot daalt de schuld.
De schuld eind van het ene jaar is de schuld begin van het volgende jaar.
Zuidland: schuld begin jaar 1 is 200. Jaar 1 tekort 20, schuld 220. Jaar 2 tekort 15, schuld 235. Jaar 3 saldo 0, schuld 235. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Zuidland (zie tabel): hoe groot is de schuld aan het begin van jaar 2?
220 miljard euro
200 miljard euro
235 miljard euro
20 miljard euro
De schuld eind jaar 1 (220) is de schuld begin jaar 2. Verwachte fouten: de schuld begin jaar 1 (200) of het tekort (20).
Tekort jaar 4 is 10. Wat is de schuld eind?
De schuld eind jaar 3 is 235, dus 235 + 10 = 245 miljard euro. Verwachte fout: 10 als antwoord noemen of aftrekken (225).
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Saldo per jaar en staatsschuld van Westland
Vraagtype 2: een grafiek over saldo en schuld lezen
Boven staan de saldo's per jaar: onder de nul is een tekort, erboven een overschot.
Onder staat de schuld aan het einde van het jaar.
Zoek het verband: tekort omhoog in de schuld, overschot omlaag.
Westland: schuld eind jaar 0 tot 5: 200, 220, 235, 235, 225, 235. Saldo jaar 1 tot 5: -20, -15, 0, +10, -10. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Westland (zie grafiek): in welk jaar daalt de staatsschuld?
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 5
Jaar 4
In jaar 4 is er een overschot van 10, dus de schuld daalt van 235 naar 225. Verwachte fout: jaar 3, waar het saldo nul is en de schuld gelijk blijft.
Waarom bleef de schuld in jaar 3 gelijk?
Het saldo was 0: ontvangsten en uitgaven waren gelijk, dus geen tekort om bij de schuld op te tellen. Verwachte fout: zeggen dat er een overschot was.
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Vraagtype 3: quotes en het stabiliteitspact
Tekortquote = tekort / bbp x 100%. Schuldquote = schuld / bbp x 100%.
Toets aan het stabiliteitspact: tekort hoogstens 3% en schuld hoogstens 60% van het bbp.
Procentpunt: een quote die stijgt van 50% naar 60% stijgt met 10 procentpunt. In procenten is dat 20%.
Veelgemaakte fouten: de quote omkeren (bbp / tekort) en procentpunt met procent verwarren.
Land D: bbp 600 en tekort 24 (miljard euro). Wat is de tekortquote?
24%
4%
25%
0,4%
24 / 600 x 100% = 4%. Verwachte fouten: de bedragen vergelijken (24%) of omkeren (600 / 24 = 25).
Land E: bbp 500 en schuld 350. Voldoet het land aan de schuldgrens?
Nee, 70% is meer dan 60%
Ja, 70% is minder dan 100%
Nee, de schuldquote is 143%
Ja, alleen het tekort telt mee
350 / 500 x 100% = 70%, boven de 60% van het stabiliteitspact. Verwachte fout: omkeren (500 / 350 = 143%).
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Eerste schooldag op een basisschool in Amsterdam
Vraagtype 4: soorten uitgaven en ontvangsten herkennen
Vraag je af: krijgt de overheid er iets voor terug of niet?
Geld zonder tegenprestatie aan huishoudens is een overdracht. De eigen werking is overheidsconsumptie.
Belasting op inkomen is direct, belasting op aankopen indirect.
Hulpvraag: wie ontvangt het geld en waarvoor? Veelgemaakte fouten: subsidie en overdracht verwarren, directe en indirecte belasting omdraaien. Image credit: Bart Molendijk / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
Het Rijk betaalt bijstandsuitkeringen. Welke soort uitgave is dat?
Overheidsconsumptie
Overheidssubsidies
Overdrachtsuitgaven
Overheidsinvesteringen
Een uitkering is geld zonder tegenprestatie: een overdrachtsuitgave. Verwachte fout: overheidsconsumptie.
Accijns op benzine is voor de overheid een:
directe belasting
indirecte belasting
sociale premie
niet-belastingontvangst
Accijns zit in de prijs van een product, dus indirecte belasting.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Saldo en schuld in een tabel
Een grafiek lezen
Quotes en het stabiliteitspact
Soorten uitgaven herkennen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
OVERHEID · SCHULD EN BEGROTING
Tips voor op het examen
Schrijf eerst de formule op en vul daarna de getallen in.
Zet de eenheid erbij: miljard euro of procent.
Een tekort verhoogt de schuld, een overschot verlaagt haar.
Onderscheid procent en procentpunt: 50% naar 60% is 10 procentpunt.
Deze slide heeft geen instructies