Begrotings- en rentebeleid (Economie havo), les 2: Examentraining

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Examentraining

Begrotings- en rentebeleid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vragen over de situatie herkennen en beleid kiezen, automatische stabilisatoren doorrekenen, een redeneerketen uitwerken en het rentebeleid van de ECB.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Examentraining

Begrotings- en rentebeleid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rijksoverheid.nl / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over begrotingsbeleid, stabilisatoren en het rentebeleid van de ECB beantwoorden.

Deze slide heeft geen instructies

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de situatie (groei, werkloosheid, inflatie) en wie grijpt in, de overheid of de ECB?

  • 2. Benoem: hoogconjunctuur (overbesteding) of laagconjunctuur (onderbesteding)?

  • 3. Kies: stimulerend of afremmend beleid, of de rente omhoog of omlaag.

  • 4. Redeneer: werk de keten uit: bestedingen, productie, werkgelegenheid, inflatie, en let op de termijn.

Deze slide heeft geen instructies

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Groei, werkloosheid en inflatie in vijf jaren

Vraagtype 1: situatie herkennen, beleid kiezen

  • Lees groei, werkloosheid en inflatie af in de grafiek.

  • Hoge groei, lage werkloosheid en hoge inflatie: hoogconjunctuur, dus afremmen.

  • Lage of negatieve groei en hoge werkloosheid: laagconjunctuur, dus stimuleren.

Verzonnen grafiek. Groei: 4,0, 3,0, 0,5, -1,0 en 1,5. Werkloosheid: 3,5, 3,5, 5,0, 6,5 en 6,0. Inflatie: 3,5, 3,0, 1,5, 0,5 en 1,0. Jaar 1 is hoogconjunctuur, jaar 4 laagconjunctuur. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Zie de grafiek: welk begrotingsbeleid past bij jaar 4?

A

Afremmend: hogere uitgaven of lagere belastingen

B

Afremmend: lagere uitgaven of hogere belastingen

C

Stimulerend: lagere uitgaven of hogere belastingen

D

Stimulerend: hogere uitgaven of lagere belastingen

In jaar 4 is de groei negatief en de werkloosheid het hoogst: laagconjunctuur, dus stimuleren met hogere uitgaven of lagere belastingen.

Noem een afremmende maatregel voor jaar 1.

In jaar 1 is de groei hoog, de werkloosheid laag en de inflatie hoog. Goed: lagere overheidsuitgaven of hogere belastingen. Verwachte fout: een stimulerende maatregel noemen.

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

De begroting van Noordland in twee jaren

Vraagtype 2: automatische stabilisatoren

  • Zoek welke posten vanzelf veranderen: belastingontvangsten en uitkeringen.

  • Bereken het saldo: ontvangsten min uitgaven.

  • Vergelijk de jaren: wat dempt de stabilisator?

Noordland (verzonnen, miljard euro). Jaar 1: 250 - (20 + 220) = +10. Jaar 2: 230 - (30 + 220) = -20. De overige uitgaven blijven gelijk: de verandering komt door de stabilisatoren. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

Noordland: wat is het saldo van de begroting in jaar 2?

A

Een overschot van 20 miljard euro

B

Een tekort van 20 miljard euro

C

Een tekort van 30 miljard euro

D

Een overschot van 10 miljard euro

Totale uitgaven = 30 + 220 = 250 en ontvangsten zijn 230, dus saldo -20. Verwachte fouten: alleen de uitkeringen (30) of het saldo van jaar 1 (+10).

Waardoor verandert het saldo van Noordland van jaar 1 naar jaar 2?

A

Lagere belastingontvangsten en hogere uitkeringen

B

Hogere overige uitgaven en lagere ontvangsten

C

Lagere uitkeringen en hogere belastingontvangsten

D

Een bewust besluit om de uitgaven te verhogen

De overige uitgaven blijven 220. Belastingontvangsten dalen met 20 en uitkeringen stijgen met 10, samen 30 lager saldo. Dat is een automatische werking.

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

De keten van afremmend begrotingsbeleid

Vraagtype 3: een redeneerketen uitwerken

  • Begin bij de maatregel en volg de keten: bestedingen, productie, werkgelegenheid, inkomens, inflatie.

  • Afremmend beleid: minder bestedingen, minder inflatie, mogelijk meer werkloosheid.

  • Let op de termijn: korte termijn dempt de conjunctuur, lange termijn kan de staatsschuld oplopen.

Voor de keten van stimulerend beleid zie de uitleg. Bij schrijfopdrachten: noem maatregel, gevolg voor bestedingen, gevolg voor inflatie en werkgelegenheid, en de termijn. Image credit: LessonUp Studio (eigen schema), CC0

Zet de keten van afremmend beleid op volgorde

1

De inflatie neemt af

2

Bestedingen dalen, bedrijven produceren minder

3

Gezinnen houden minder geld over voor consumptie

4

De overheid verhoogt de belastingen

Eerst de maatregel, dan het besteedbaar inkomen, dan de bestedingen en productie, tot slot de inflatie.

De overheid stimuleert met een tekort. Wat is een gevolg op lange termijn?

A

De inflatie daalt vanzelf

B

De werkloosheid stijgt direct

C

De staatsschuld loopt op

D

De belastingen dalen vanzelf

Een tekort wordt gefinancierd met lenen, dus de schuld stijgt. Het stabiliteitspact begrenst dit.

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Inflatie in de eurozone met het ECB-doel van 2%

Vraagtype 4: het rentebeleid van de ECB

  • Vergelijk de inflatie met de grens van 2% per jaar.

  • Inflatie boven de grens: rente omhoog, lenen duurder, minder bestedingen.

  • Deflatie of onderbesteding: rente omlaag, lenen goedkoper, meer bestedingen.

Verzonnen grafiek. Inflatie: 1,5, 3,0, 5,5, 2,5 en -0,5 procent. Jaar 3 ligt ver boven de grens, in jaar 5 is er deflatie. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Zie de grafiek: wat doet de ECB in jaar 3 met het rente-instrument?

A

De rente verlagen om de inflatie te remmen

B

De rente verhogen om de inflatie te remmen

C

De rente verhogen om de bestedingen te stimuleren

D

De belastingen verhogen om de inflatie te remmen

De inflatie is in jaar 3 ver boven de 2%: rente omhoog. Belastingen zijn een instrument van de overheid, niet van de ECB.

Zie de grafiek: in jaar 5 is er deflatie. Wat past bij de ECB?

A

De rente verhogen om de bestedingen te stimuleren

B

De rente verlagen om de bestedingen te remmen

C

De rente verhogen om de deflatie te laten dalen

D

De rente verlagen om de bestedingen te stimuleren

Bij deflatie en weinig bestedingen verlaagt de ECB de rente: lenen wordt goedkoper en de bestedingen stijgen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Situatie herkennen, beleid kiezen

2

Automatische stabilisatoren

3

Een redeneerketen uitwerken

4

Het rentebeleid van de ECB

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Tips voor op het examen

  • Bepaal eerst de situatie: onderbesteding of overbesteding.

  • Anticyclisch is tegengesteld aan de situatie. Een stabilisator werkt vanzelf, beleid is een besluit.

  • Werk een keten uit in stappen en noem de richting: stijgt of daalt het?

  • Rente omhoog remt de bestedingen en de inflatie, rente omlaag stimuleert ze.

Deze slide heeft geen instructies