Verkeer les 6 groep 5

Doelen van de les
1.  Ik kan uitleggen wie ik voorrang moet geven  op een kruising met een onverharde weg.
2. Ik kan uitleggen wie wanneer voorgaat.
3. Ik besef dat ik goed moet scannen om te kijken wat er om mij heen gebeurt.
4. Ik wil mij aanpassen aan anderen als dat nodig is. 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkeerBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Doelen van de les
1.  Ik kan uitleggen wie ik voorrang moet geven  op een kruising met een onverharde weg.
2. Ik kan uitleggen wie wanneer voorgaat.
3. Ik besef dat ik goed moet scannen om te kijken wat er om mij heen gebeurt.
4. Ik wil mij aanpassen aan anderen als dat nodig is. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Wat is het verschil tussen een onverharde en een verharde weg?

Slide 5 - Open vraag

onverharde weg
verharde weg

Slide 6 - Sleepvraag

Welke voorrangsborden
vertellen je dat je
voorrang moet geven?
A
B
C
D

Slide 7 - Quizvraag


Aan wie moet de tractor voorrang geven ? 
A
Pim
B
Pim en Titsia
C
Titsia
D
De tractor moet voorrang krijgen

Slide 8 - Quizvraag

Heeft de auto van rechts voorrang?
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quizvraag

De auto wil wegrijden.
Wie heeft er voorrang?
A
De fietsers hebben voorrang
B
De auto heeft voorrang

Slide 10 - Quizvraag

Wie heeft
voorrang?
A
Alleen de fietser
B
Alleen de auto
C
De fietser en de voetganger
D
Eerst de voetganger, dan de auto

Slide 11 - Quizvraag

Wie gaat er eerst
en wie daarna?
A
1 Teske 2 Kiara 3 Evi
B
1 Evi 2 Kiara 3 Teske
C
1 Kiara 2 Evi 3 Teske
D
1 Kiara 2 Teske 3 Evi

Slide 12 - Quizvraag

Wie mag er eerst?
A
3, 2, 1
B
2, 3, 1
C
1, 2, 3
D
1, 3, 2

Slide 13 - Quizvraag


A
Hier is alles toegestaan.
B
Gesloten voor al het verkeer.
C
Hier staan geen verkeersborden meer.

Slide 14 - Quizvraag


A
Let op het overige verkeer
B
Het verkeer van links en rechts heeft voorrang
C
Hier mag je niet verder rijden

Slide 15 - Quizvraag


A
Hier mag niemand parkeren.
B
Gesloten voor al het verkeer.

Slide 16 - Quizvraag

Wat betekent dit verkeersbord?
A
Je moet hier voorrang krijgen
B
Kijk uit voor verkeer van links
C
Let op verkeer van rechts

Slide 17 - Quizvraag


Wat betekend dit verkeersbord?
A
Let op! verkeer van rechts.
B
Je moet naar rechts rijden.

Slide 18 - Quizvraag

Ben je verplicht te stoppen bij een stopbord?
A
Ja
B
Je mag langzaam doorrijden als er geen verkeer aankomt.

Slide 19 - Quizvraag

Wanneer heb je voorrang en waarom?

Slide 20 - Open vraag