Toonhoogte en frequentie

Hoofdstuk 7 Geluid
Paragraaf 7.2 Toonhoogte en frequentie
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 7 Geluid
Paragraaf 7.2 Toonhoogte en frequentie

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je nog van de vorige les?

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les kun je...
  • uitleggen wat toonhoogte inhoudt
  • uitleggen hoe de toonhoogte veranderd kan worden
  • de frequentie uitrekenen met gegevens die je krijgt
  • het verband tussen frequentie en toonhoogte uitleggen
  • een oscilliscoop aflezen
  • het frequentiebereik van onze oren opnoemen

Slide 3 - Tekstslide

Een toonhoogte bij een snaarinstrument heeft te maken met:

  • De dikte van de snaar

  • De lengte van de snaar

  • De spanning van de snaar

Let maar eens op :-)

Slide 4 - Tekstslide

Frequentie, wat houdt dit in?

  • Het aantal trillingen per seconde

  • Het aantal trillinger per seconde wordt Hertz genoemd (Hz)

  • Hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

De oscilloscoop

Slide 7 - Tekstslide

De oscilloscoop
  • Een oscilloscoop kan geluidstrillingen omzetten in een elektrisch signaal

  • Met de oscilloscoop kun je geluid "zichtbaar" maken

Let maar eens op:-)

Slide 8 - Tekstslide

Hoorbaar geluid
  • Een mens kan maar een bepaald geluidsgebied horen

  • Ligt tussen de 20Hz en 20.000 Hz

  • Dit noem je het frequentiebereik

  • Verschillende dieren hebben andere frequentiebereiken

Hoe goed is jouw gehoor?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Wat heeft geen invloed op de toonhoogte van een trillende snaar?
A
De lengte van de snaar
B
De dikte van de snaar
C
De spanning van de snaar
D
De kleur van de snaar

Slide 11 - Quizvraag

De frequentie is het aantal trillingen per minuut
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het symbool voor frequentie?
A
Frq
B
Hr
C
Hz
D
Fq

Slide 13 - Quizvraag

Als de frequentie omlaag gaat gaat de toonhoogte...
A
Omhoog
B
Omlaag
C
Verandert niet

Slide 14 - Quizvraag

Een snaar trilt 120 keer per minuut. Wat is de frequentie?
A
2 Hz
B
60 Hz
C
120 Hz
D
4 Hz

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het frequentiebereik van het menselijk oor?
A
10Hz - 10.000Hz
B
0Hz - 100.000Hz
C
2Hz - 2.000Hz
D
20Hz - 20.000Hz

Slide 16 - Quizvraag

Een snaar maakt 15.000 trillingen per seconde, kan een mens dit geluid horen?
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quizvraag

Een oscilloscoop...
A
Kan geluid omzetten in een elektrisch signaal
B
Kan een elektrisch signaal omzetten in geluid
C
Werkt als een microfoon

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de snelheid van het geluid in lucht?
A
340 m/s
B
1225 m/s
C
1225 km/h
D
1400 km/h

Slide 19 - Quizvraag

Aan het einde van de les kun je...
  • uitleggen wat toonhoogte inhoudt
  • uitleggen hoe de toonhoogte verandert kan worden
  • de frequentie uitrekenen met gegevens die je krijgt
  • het verband tussen frequentie en toonhoogte uitleggen
  • een oscilliscoop aflezen
  • het frequentiebereik van onze oren opnoemen

Slide 20 - Tekstslide

Huiswerk voor de volgende les
Het lezen van de tekst van paragraaf 7.2 en het maken van de opdrachten.

SUCCES!

Slide 21 - Tekstslide