2B H3.3 2021/2022

Hoofdstuk 3: Wat mag wel en wat mag niet?
3.3 Hoe zijn rechten en plichten geregeld? 
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3: Wat mag wel en wat mag niet?
3.3 Hoe zijn rechten en plichten geregeld? 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Bataafse revolutie
In 1795 vluchtte Willem V uit Nederland en de patriotten namen het bestuur in Nederland over, ze noemden Nederland de Bataafse Republiek. 
Er was geen koning meer die zelf bepaalde wat de wetten en regels waren. Dit ging de volksvertegenwoordiging/ het parlement nu doen. 

Slide 2 - Tekstslide

We zijn de vorige les geëindigd bij de Bataafse Revolutie. De volksvertegenwoordiging kreeg het voor het zeggen. De eerste grondwet werd gemaakt.  
De grondwet
De eerste grondwet werd gemaakt in 1798, kort na de Bataafse Revolutie. 
In een grondwet staan: 
  1. De belangrijkste rechten en plichten van burgers. Bv. de woningwet of de leerplicht.
  2. Hoe het land bestuurd wordt. Want wie krijgt er de meeste macht?

 Artikel 1 in deze eerste grondwet: de gelijkheid van alle burgers, ongeacht geboorte, bezitting, geslacht of godsdienst.

Door deze grondwet werd Nederland een rechtstaat. In zo'n staat moet iedereen, de burgers én de overheid, zich aan de regels houden. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De grondwet
Als burgers het niet met elkaar of de overheid eens zijn, kunnen ze naar de rechter gaan. 
Maar je mag ook actie voeren als je het ergens niet mee eens bent: een demonstratie. 
Tijdens een demonstratie mag je geen  wetten en regels overtreden. 

Je maakt dan gebruik van een recht in onze grondwet, deze rechten heten grondrechten.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Laat leerlingen vooral letten op de verschillende soorten grondrechten. 
Koninkrijk der Nederlanden. 
In 1814 werd Napoleon verslagen, het Franse bestuur en het Franse leger verlieten Nederland. 
De zoon van stadhouder Willem V kwam terug naar Nederland. Hij werd de eerste koning van het koninkrijk der Nederlanden: koning Willem I
De Bataafse Republiek werd weer een koninkrijk en Willem I werd staatshoofd en regeringsleider. Hij koos zelf wie in de volksvertegenwoordiging/ het parlement kwam. 
Hierdoor had koning Willem I veel macht. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koningen in Nederland

Slide 7 - Tekstslide

Wilhelmina was 10 jaar toen haar vader Willem III overleed. Daarom nam haar moeder Emma de taken tijdelijk over: regentes). 
Grondwet van 1848
In 1840 trad koning Willem I af en Willem II werd zijn opvolger, hij had evenveel macht als zijn vader. 
In 1848 braken over in Europa democratische revoluties uit, de Nederlandse koning werd bang dat hij afgezet zou worden. 
Daarom besloot hij dat de burgers meer te zeggen zouden krijgen. De inwoners mochten zelf kiezen wie er in het parlement kwam.
Hiervoor kwam een nieuwe grondwet. 
De koning was nog steeds het staatshoofd, maar geen regeringsleider.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parlementaire democratie
Het volk kreeg de meeste macht en Nederland werd een parlementaire democratie. 
De regering werd voortaan geleid door de minister-president. De koning kreeg dus veel minder macht. 

(Oud)minister-presidenten bij elkaar in 2011. Van links naar rechts: Wim Kok, Dries van Agt, Piet de Jong, Mark Rutte, Ruud Lubbers, Jan Peter Balkenende

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het werk
Volgende week: 
Proefwerk Mens en Maatschappij
H3, cursus 1, 2 en 3. 


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies