VWO 4 Thema 6 Mens en milieu Oriëntatie + B1 Kringlopen

Thema 6 Mens en Milieu

Oriëntatie 
+
B1
Kringlopen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 6 Mens en Milieu

Oriëntatie 
+
B1
Kringlopen

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma
  • Leerdoelen Oriëntatie (2 minuten)
  • Voorkennisfilmpje doornemen (9 minuten)
  • Zelfstandig voorkennistoets maken (max. 5 minuten)
  • Oriëntatie 'Plastic is overal, zelfs in je lichaam' lezen (5 minuten)
  • Opdracht 1 t/m 5 maken (max. 10 minuten)
  • Korte onderbreking voor lesuur 2 --> laat LessonUp openstaan!

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen oriëntatie
1. Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven.

2. Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van uitputting en vervuiling beschrijven.

3. Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van klimaatverandering beschrijven.

4. Je kunt uitleggen wat duurzaamheid is.

5. Je kunt aangeven wat duurzame oplossingen voor milieuproblemen in Nederland kunnen zijn.


Slide 3 - Tekstslide

Oriëntatie Thema 6
  • Je neemt het voorkennisfilmpje door 
  • Maak  individueel de voorkennistoets (digitaal)


Klaar?
  • Oriëntatie 'Droomboerderij' doorlezen
  • Individueel of in duo's de bijbehorende opdrachten digitaal maken 
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Lesprogramma
  • Leerdoelen Basisstof 1 (2 minuten)
  • Uitleg leerdoel 1
  • Opdracht 1 t/m 4 maken (10 minuten)
  • Uitleg leerdoel 2
  • Opdracht 5 t/m 14 maken (15 minuten)
  • Oefen de Flitskaarten en maak Test Jezelf
  • Eerder klaar? Context Leefwereld Voetbalgras + opdracht 8
  • Lesafsluiter B1 (5 minuten)

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen B1
6.1.1 Je kunt de koolstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.
6.1.2 Je kunt de stikstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.

Ongeveer 97% van het gewicht van alle organismen bestaat uit slechts vier elementen: koolstof, zuurstof, waterstof en stikstof. Hierdoor is recycling van biologische materialen in de natuur een stuk eenvoudiger dan recycling van producten die zijn gemaakt door de mens, want die bestaan juist uit veel verschillende elementen. De natuur kent bovendien weinig afval. Moleculen worden in kringlopen keer op keer opnieuw gebruikt.


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Koolstofkringloop
  • Koolstof doorloopt een kringloop in het systeem aarde
    – Producenten nemen koolstofdioxide (CO2) op uit de lucht            en produceren hiermee via fotosynthese organische 
        stoffen zoals glucose (C6H12O6).
    – Consumenten nemen de organische stoffen van andere              organismen op als voedsel.
    – Reducenten breken organische resten af tot anorganische          stoffen, waaronder CO2.
  • In de huidige of kortlopende koolstofkringloop gaat koolstof in maximaal een paar honderd jaar eenmaal rond.
  • Fossiele brandstoffen zijn miljoenen jaren geleden ge-vormd en opgeslagen en maken deel uit van de lang-lopende koolstofkringloop. Door verbranding van fossiele brandstoffen komt extra CO2 in de kortlopende koolstof-kringloop.
BiNaS tabel 93F
Detritus (afval): alle dode organismen, dode resten van organismen (bijvoorbeeld afgevallen bladeren) en andere afvalproducten van organismen (bijvoorbeeld uitwerpselen)

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Maak opdracht 1 t/m 4

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoel 2 B1

6.1.1 Je kunt de koolstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.

6.1.2 Je kunt de stikstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.



Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Slide 13 - Video

Stikstofkringloop
  • Stikstof doorloopt een kringloop in het systeem aarde:
      – Stikstofassimilatie: producenten nemen stikstof vooral                op  via nitraationen (NO3−) en maken uit nitraationen en              glucose stikstofhoudende organische verbindingen (bijv.            eiwitten).
      – Consumenten maken hun eigen aminozuren met                              behulp van aminozuren uit hun voedsel en scheiden                      stikstof uit met de urine (als ammoniak, ureum of                              urinezuur).
      – Reducenten breken stikstofhoudende organische 
          verbindingen af.
BiNaS tabel 93G

Slide 14 - Tekstslide

Stikstofkringloop
  • Ammonificatie: rottingsbacteriën en urobacteriën breken de eiwitten in organisch afval en de afbraakproducten van eiwitten in urine af tot o.a. ammoniak (NH3).
  • Nitrificatie: nitrietbacteriën zetten ammoniak en ammoniumionen (NH4+) om in nitrietionen (NO2) en nitraatbacteriën zetten nitrietionen om in nitraationen.
      – Nitrificerende bacteriën zijn aerobe bacteriën: ze zijn                    actief in een zuurstofrijke bodem.
  • Denitrificatie: denitrificerende bacteriën zetten  nitraationen om in gasvormige stikstof (N2).
      – Denitrificerende bacteriën zijn anaerobe bacteriën: ze                  zijn actief in een zuurstofarme bodem.

Slide 15 - Tekstslide

Stikstofbinding
  • Stikstofbinding of stikstoffixatie: stikstofbindende bacteriën zetten gasvormige stikstof om in ammoniak of ammonium.
      – Stikstofbinding kan alleen plaatsvinden onder anaerobe              omstandigheden.
      – Stikstofbindende bacteriën: vrij levend in de bodem en in 
          de wortelknolletjes van vlinderbloemige planten. Deze                  bacteriën bezitten nitrogenase, een enzym dat N2 kan                  splitsen in twee stikstofatomen (N).    
      – Er zijn ook bacteriën (bv. cyanobacteriën) die ook in                        zuurstofrijke omgeving stikstof kunnen binden. Deze                    hebben aparte compartimenten (heterocysten) waarin                ze anaerobe omstandigheden creëren.  
      – Fotochemische stikstofbinding: bij onweer reageert                     gasvormig stikstof met ozon (O3), waarbij nitraat ontstaat.

Slide 16 - Tekstslide

Groenbemesting
Bij groenbemesting wordt klaver op stikstofarme grond geteeld, waarna deze omgeploegd wordt. Klaver leeft in symbiose met stikstofbindende bacteriën (knolletjesbacteriën), waardoor extra stikstof in de bodem komt. Door om te ploegen, blijft de stikstof beschikbaar voor nieuwe planten. Als planten geoogst worden, wordt de stikstof die als eiwitten aanwezig zijn in de plant onttrokken aan de bodem. De kringloop wordt onderbroken.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Slide 19 - Video

Maak opdracht 5 t/m 14
Klaar? 
Oefen de Flitskaarten en maak Test Jezelf

Neem daarna pas de context 'Een tekort aan stikstof
door en maak opdracht 15 en 16




Slide 20 - Tekstslide

Lesafsluiter B1

6.1.1 Je kunt de koolstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.

6.1.2 Je kunt de stikstofkringloop in hoofdlijnen beschrijven en schema’s hiervan interpreteren.

De kringlopen van andere elementen zoals fosfor, zwavel, kalium of ijzer, beginnen ook met de opname van het mineraal uit de bodem, gevolgd door assimilatie (inbouw in een organisch molecuul).

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 27 - Open vraag

En nog een video voor de geinteresseerden over...

De invloed van algen op klimaat

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Link