Periode 2, les 6: Levensfase Ouderen

Fysieke ontwikkeling
  • het haar wordt dunner en grijs
  • huid minder elastisch, rimpels 
  • smaak en reukzin gaat achteruit
  • gehoor en zichtfunctie gaan achteruit
  • hart en longkwalen
  • structuur van de botten verandert 
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Fysieke ontwikkeling
  • het haar wordt dunner en grijs
  • huid minder elastisch, rimpels 
  • smaak en reukzin gaat achteruit
  • gehoor en zichtfunctie gaan achteruit
  • hart en longkwalen
  • structuur van de botten verandert 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze week
Levensfase Ouderen 
- Ontwikkelingsfase ouderen: fysiek, cognitief en emotioneel 
- Wat is geriatrie? 
Dementie 
- Wat is dementie? 
- Cijfers dementie
- Symptomen dementie
- Omgaan met dementie 
- Vormen dementie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige week gedaan? 
Levensfase Baby, peuter, kleuter en schoolkind besproken!
Wat heb je van deze les geleerd? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cognitieve ontwikkeling 
  • Iets nieuws leren is mogelijk, maar gaat moeilijker (minder goed onthouden!)
  • Geheugen gaat achteruit.
  • Het kost de oudere meer moeite om 2 dingen tegelijk te doen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent geriatrie?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emotionele ontwikkeling 
  • Afscheid en rouw
  • Eenzaamheid  

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over dementie?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Zou je willen werken met mensen die behoorlijk dement zijn?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bij dementie gaat het korte termijn geheugen het eerst achteruit.
A
Waar
B
Niet Waar
C
Dat is per persoon verschillend

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kun je zeggen over de benaderingswijze van mensen met Dementie?
A
De benadering is hetzelfde als bij een kind
B
De benadering is zoals je ook bij een andere volwassene zou doen
C
Het maakt niet uit hoe je iemand benaderd

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dementie?
  • Verzamelnaam voor meer dan 50 ziekten, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken. 
  • De zenuwcellen in de hersenen gaan kapot 
  • Verwerking van informatie in de hersenen  raakt verstoord.
  • Achteruitgang in het functioneren. 

De bekendste is de ziekte van Alzheimer. 




Slide 19 - Tekstslide

Dementie is een verzamelnaam voor meer dan 50 ziekten, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken.
De verwerking van informatie in de hersenen raakt verstoord.
Beschadigingen in de hersenen verergeren waardoor iemand met dementie steeds verder achteruitgaat in functioneren.
De bekendste is de ziekte van Alzheimer. 
0

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers dementie (Nederland)
  • >270.000 mensen met dementie. Ongeveer 12.000 mensen jonger <65 jaar. 
  • Ieder uur krijgen vijf mensen dementie.
  •  Toename door vergrijzing. Geschat wordt half miljoen in 2040.
  • 65 procent krijgt de diagnose: ziekte van Alzheimer. 
  • Treft ruim 8 procent van de mensen > 65 jaar.
  • Treft ruim 25 procent van de mensen >80 jaar.
  • Treft ruim 40 procent van de mensen >90 jaar.
  • De kans is 1 op de 5 dat iemand dementie krijgt. 
  • Voor vrouwen is dat 1 op 3, voor mannen 1 op 7. 




Slide 21 - Tekstslide

In Nederland hebben ruim 270.000 mensen dementie. Hiervan zijn ongeveer 12.000 mensen jonger zijn dan 65 jaar. Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie.
 Het aantal mensen met dementie zal door vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040.
Van de mensen met de diagnose dementie heeft ongeveer 65 procent de ziekte van Alzheimer.
Ruim 8 procent van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie.
Ruim 25 procent van de mensen boven de 80 jaar heeft dementie.
Ruim 40 procent van de mensen boven de 90 jaar heeft dementie.
De kans is 1 op de 5 dat iemand dementie krijgt.
Voor vrouwen is dat 1 op 3, voor mannen 1 op 7. 
Symptomen dementie?
Mensen met dementie hebben een combinatie van symptomen

Geheugenstoornissen  met één of meer cognitieve stoornissen:
  • Afasie: moeite om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken met taal
  • Apraxie: verminderd vermogen om alledaagse dingen uit te voeren: bijv. een knoopje dichtdoen. 
  • Agnosie: onvermogen om voorwerpen en personen te herkennen
  • Stoornissen in uitvoerende functies : zoals moeite met plannen en organiseren, bijv. welke dag is het? 

Gedragsproblemen: gedrag verandert vaak




Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omgaan met dementie 
- Leef je in in de persoon met dementie
- Neem de persoon serieus
- Stel de persoon met dementie gerust 
- Maak oogcontact
- Geef complimentjes en gebruik humor 
- Corrigeer de persoon met dementie niet
-  Kijk wat iemand met dementie wel kan

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is meest voorkomende vorm van dementie?
A
Ziekte van Parkinson
B
Lewy body dementie
C
Ziekte van Alzheimer
D
Vasculaire dementie

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies