Dementie les 2 aangepast

Dementie 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Dementie 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heb je in je werk te maken met cliënten met dementie?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat was jouw leukste ervaring met een cliënt tijdens je werk tot nu toe?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat was je minst leuke ervaring met een cliënt tijdens je werk tot nu toe?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij het woord dementie?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dementie?
  • Verzamelnaam voor meer dan 50 ziekten, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken. 
  • Verwerking van informatie in de hersenen raakt verstoord. 
  • Beschadigingen in de hersenen verergeren waardoor steeds verdere achteruitgang in het functioneren. 

De bekendste is de ziekte van Alzheimer. 




Slide 6 - Tekstslide

Dementie is een verzamelnaam voor meer dan 50 ziekten, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken.
De verwerking van informatie in de hersenen raakt verstoord.
Beschadigingen in de hersenen verergeren waardoor iemand met dementie steeds verder achteruitgaat in functioneren.
De bekendste is de ziekte van Alzheimer. 

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers dementie (Nederland)
  • >270.000 mensen met dementie. Ongeveer 12.000 mensen jonger <65 jaar. 
  • Ieder uur krijgen vijf mensen dementie.
  •  Toename door vergrijzing. Geschat wordt half miljoen in 2040.
  • 65 procent krijgt de diagnose: ziekte van Alzheimer. 
  • Treft ruim 8 procent van de mensen > 65 jaar.
  • Treft ruim 25 procent van de mensen >80 jaar.
  • Treft ruim 40 procent van de mensen >90 jaar.
  • De kans is 1 op de 5 dat iemand dementie krijgt. 
  • Voor vrouwen is dat 1 op 3, voor mannen 1 op 7. 




Slide 8 - Tekstslide

In Nederland hebben ruim 270.000 mensen dementie. Hiervan zijn ongeveer 12.000 mensen jonger zijn dan 65 jaar. Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie.
 Het aantal mensen met dementie zal door vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040.
Van de mensen met de diagnose dementie heeft ongeveer 65 procent de ziekte van Alzheimer.
Ruim 8 procent van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie.
Ruim 25 procent van de mensen boven de 80 jaar heeft dementie.
Ruim 40 procent van de mensen boven de 90 jaar heeft dementie.
De kans is 1 op de 5 dat iemand dementie krijgt.
Voor vrouwen is dat 1 op 3, voor mannen 1 op 7. 
Symptomen dementie?
Mensen met dementie hebben een combinatie van symptomen

Geheugenstoornissen 

Met één of meer cognitieve stoornissen:
  • Afasie: moeite om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken met taal
  • Apraxie: verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
  • Agnosie: onvermogen om objecten te herkennen
  • Stoornissen in uitvoerende functies : zoals rekenen, logisch nadenken, plannen

Gedragsproblemen




Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag: wat is een voorbeeld van apraxie?

A
Niet meer weten hoe je moet lopen
B
Verlies van zindelijkheid
C
Vergeten hoe de koffie gezet moet worden
D
Het constante gebruik van scheldwoorden tijdens het communiceren

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag: wat is een voorbeeld een afasie?
A
Hakkelen tijdens het vertellen van een verhaal
B
Agressief taalgebruik tijdens het communiceren
C
Termen uit andere, vroeger geleerde talen door de zinnen verwerken

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag: Wat is een voorbeeld van agnosie?
A
Het niet meer herkennen van eigen kinderen
B
Niet meer goed kunnen lopen
C
Het proces van de ogen, waardoor je langzaam blind wordt

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen
  1. Vergeetachtigheid
  2. Problemen dagelijkse handelingen
  3. Vergissingen tijd & plaats
  4. Taalproblemen
  5. Kwijtraken van spullen
  6. Slecht beoordelingsvermogen
  7. Terugtrekken uit sociale contacten
  8. Veranderingen in gedrag en karakter
  9. Onrust
  10. Problemen met zien

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verloop dementie
  • Leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte. 
  • Diagnose wordt gemiddeld na 14 maanden gesteld. Bij jonge mensen duurt dit > vier jaar. 
  • Aantal klachten en de ernst ervan neemt toe. 
  • Progressieve ziekte.


Slide 15 - Tekstslide

Mensen met dementie leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte.
De diagnose wordt gemiddeld na 14 maanden gesteld. Bij jonge mensen is dit meer dan vier jaar.
Gedurende het ziekteproces neemt zowel het aantal klachten als de ernst ervan toe.
Progressieve ziekte: Er is geen genezing mogelijk voor dementie. Uiteindelijk overlijdt een patiënt aan de gevolgen van dementie.  
Wonen en Zorg  
60% woont thuis: 
met mantelzorg, thuiszorg, dagbehandeling, extramurale verzorgings- of verpleeghuiszorg.
35% woont in verzorgings/verpleeghuis
5% woont in een kleinschalige woonvorm

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling soorten      

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn vier fasen van dementie
Welke zijn dat?
Welke kenmerken horen hierbij?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn vier fasen van dementie

Ziekteverloop 4 fases


1. Bedreigde ik - beginnende dementie
2. De verdwaalde ik - matige ernstige dementie
3. De verborgen ik - ernstige dementie
4. De verzonken ik - ernstige dementie

Slide 19 - Tekstslide

1. Bedreigde ik - beginnende dementie
vergeetachtig voor omgeving nog niet altijd zichtbaar moeite met meer complexere taken, overzicht houden bijv financien, 

2. De verdwaalde ik - matige ernstige dementie
Steeds meer geheugenproblemen, leeft meer in het verleden, 'verdwaaldgevoel', verminderde belangstelling, motoriek gaat achteruit 

3. De verborgen ik - ernstige dementie
leeft in een innerlijke belevingswereld, neemt zelf geen initiatief meer tot contact. Er is nog wel contact mogelijk, herkent mensen niet meer, tijdsbesef is weg . Volledig afhankelijk.

4. De verzonken ik - ernstige dementie
Volledige afhankelijkheid, brabbelwoorden en klanken. Emoties zijn moeilijk waarneembaar.  
Verzonken ik = (cliënt kan niet meer lopen, spreekt nauwelijks, ligt vaak in foetushouding als pasgeboren baby)



Dementie
Letterlijk: ‘ontgeesting; geestelijke aftakeling’
Dementie is de verzamelnaam voor stoornissen waarbij de hogere verstandelijke vermogens achteruit gaan.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benaderingswijze
- ROT: realiteitsoriëntatietraing
- Reminiscentie
- Warme zorg


Heeft iemand ervaring op stage op een PG-afdeling en hoe benader jij de bewoners?


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ROT: realiteitsoriëntatie-training

Doel: dementie vertragen
Uitgangspunt: cliënten steeds terugbrengen naar de
werkelijkheid (realiteit). Zeg niet dat een cliënt het fout
doet, maar neem iemand meer in de dagelijkse gang van
zaken.

Voorbeelden:

Naamkaartjes dragen
Dagen van de week benoemen
Kalender of klok ophangen en daarnaar verwijzen
(Samen) De krant lezen / nieuws kijken en hierover praten
Samen koken
Benoemen wat je doet



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reminiscentie

Doel: herinneringen ophalen
Uitgangspunt: het kortetermijngeheugen werkt minder
goed, maar het langetermijngeheugen functioneert
vaak nog wel.
Door te praten over vroeger kan een cliënt zich beter
voelen.


Voorbeelden:

Voorbeelden:
Fotoboeken van vroeger bekijken en hierover praten
Liedjes van vroeger opzetten / samen zingen
De kamer ‘ouderwets’ inrichten
Artikelen van vroeger bespreken
Geuren van vroeger zoals parfum, zeep of een ‘ouderwets’ gerecht


Bij welke fase van dementie past deze benadering?



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warme zorg

Doel:
Prettige en veilige omgeving creëren
Uitgangspunt:
Je gaat mee in de belevingswereld en het
gevoel van de cliënt.



Voorbeelden:

Voorbeelden:
De cliënt heeft net bezoek gehad maar is een half uur later verdrietig omdat er nooit iemand langskomt. 

Wat zeg je dan?

Bij welke fase van dementie past deze benadering?



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Welke hulpmiddelen zijn passend bij een cliënt met dementie?
Zoek ze op en beschrijf waarvoor je deze gebruikt.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Anatomie: 3.35
ADL: 4.69

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies