V4 Woche 19

V4 Woche 19
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

V4 Woche 19

Slide 1 - Tekstslide

Vul in!
  1. Justin wäscht ______ die Hände.
  2. Dagmar konzentriert _______.
  3. Du putzt ____ die Zähne.
  4. Ich habe _____ im Wald verirrt.



Slide 2 - Tekstslide

  1. sich
  2. sich
  3. dir
  4. mich
Justin wäscht ______ die Hände.
Dagmar konzentriert _______.
Du putzt ____ die Zähne.
Ich habe _____ im Wald verirrt.



Slide 3 - Tekstslide

Tijdens de les:
Was weißt du noch? (10 Min.)
Vokabeln K4 L3 S. 163 (10 Min.
wederkerend (10 Min.)
Aufgabe 25 S. 162 (15 Min.)

Slide 4 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
                      Duits

Slide 5 - Tekstslide

Een wederkerend werkwoord
heeft een wederkerend voornaamwoord,
zoals ‚zich‘ in het Nederlands.

Voorbeelden:
zich vergissen > ik vergis me
zich verheugen > hij verheugt zich

Slide 6 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
'zich' wordt in het Duits:  sich
en past zich aan de persoon aan


sich freuen > er freut sich

Slide 7 - Tekstslide

Een werkwoord in de o.t.t. vervoegen
Voorbeeld: kaufen (= kopen)

Ich              kauf                        wir          kauf en
du               kauf st                      ihr            kauf t
er/sie/es  kauf                       sie/Sie    kauf en  

Slide 8 - Tekstslide

Wederkerend werkwoord 'sich beeilen" (= haasten)
ich              beeil e  mich                      ik haast me
du               beeil st dich                       jij haast je
er/sie/es  beeil   sich                       hij/zij/het haast zich     wir               beeil en uns                      wij haasten ons
ihr                beeil   euch                     jullie haasten je
sie/Sie       beeil en sich                      zij haasten zich/                                                                          u haast zich

Slide 9 - Tekstslide

Vul in:
Hast du ______ auch die Hände gewaschen?
Ich kann _____ nicht daran erinnern.
Bert hat ________ darin geirrt.
Ihr sollt ______ beeilen.

Slide 10 - Tekstslide

Tijdens de les:
Was weißt du noch? (15 Min.)
Lesen  (20 Min.)
Korrigieren (10 Min.)

Slide 11 - Tekstslide

Tijdens de les:
Hören (5 Min.)
Hören 37 S. 168 (15 Min.)
werkwoorden met voorvoegsel 52, 53 S. 178 (25 Min.)



Slide 12 - Tekstslide

Fragen beim Hören
  1. Wie viel Prozent von allen Millionären haben eine eigene Firma?
  2. Welche Faktoren tragen dazu um Millionär zu werden?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Link