GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Examentraining
Risico en verzekeren: zo pak je examenvragen aan
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Examentraining
Risico en verzekeren: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joop Elsinga / Regionaal Archief Alkmaar, Wikimedia Commons, CC0
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over risico, verzekeren en asymmetrische informatie beantwoorden.
Deze slide heeft geen instructies
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie is de verzekerde, wat is de kans, de schade, de premie en het eigen risico?
2. Kies: de formule (verwacht schadebedrag = kans x schadebedrag) of het begrip (averechtse selectie of moral hazard).
3. Reken of redeneer: vul in en zet de eenheid erbij, of leg de oorzaak en het gevolg uit.
4. Controleer: klopt het antwoord met de situatie en is het bedrag logisch?
Deze slide heeft geen instructies
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Gestolen fiets: alleen het achterwiel hangt nog aan het slot, Polen
Vraagtype 1: kans en verwacht schadebedrag
Verwacht schadebedrag = kans x schadebedrag. Reken het percentage eerst om (10% = 0,10).
Vergelijk risico's op het verwachte bedrag in euro, niet alleen op de kans.
Omgekeerd: verwacht schadebedrag gedeeld door de schade geeft de kans.
Vergelijking: A = 0,10 x 600 = 60; B = 0,01 x 8.000 = 80. Omgekeerd: 50 / 1.000 = 0,05 = 5%. Image credit: FunctioningMemberOfSociety / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Fietsendief A: kans 10%, schade 600 euro. B: kans 1%, schade 8.000 euro. Welk risico is groter?
A, want de kans is tien keer zo groot
Gelijk, want de kans maal de schade is steeds even groot
B: verwacht schadebedrag 80 euro tegen 60 euro
Niet te zeggen zonder de premie
A: 0,10 x 600 = 60. B: 0,01 x 8.000 = 80. Verwachte fout: alleen naar de kans kijken.
Schade 1.000 euro, verwacht schadebedrag 50 euro. De kans op schade is:
50%
20%
5%
0,5%
50 / 1.000 = 0,05 = 5%. Verwachte fouten: 1.000 / 50 = 20 of een komma verkeerd.
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Vraagtype 2: wel of niet verzekeren
Weeg af: premie tegen verwacht schadebedrag, daarna risicoaversie en eigen financiële middelen.
Premie hoger dan het verwacht schadebedrag: verzekeren kost gemiddeld geld, maar geeft zekerheid.
Let op wie de persoon is: risicoavers of niet, veel of weinig spaargeld.
Jasper: verwacht schadebedrag 60, premie 90, geen risicoaversie en veel spaargeld: niet verzekeren. Sanne betaalt meer dan het verwacht schadebedrag voor zekerheid: risicoavers. Het open antwoord: kans op grote schade, geen spaargeld of risicoaversie.
Jasper (niet risicoavers, veel spaargeld): fiets 600 euro, kans 10%, premie 90 euro. Verzekeren?
Nee: de premie is hoger dan het verwacht schadebedrag van 60 euro
Ja: de premie van 90 is lager dan de schade van 600
Ja: dan weet hij zeker dat hij nooit schade heeft
Nee: want de kans op schade is nul
Verwacht schadebedrag 0,10 x 600 = 60 < 90, en hij kan de schade zelf betalen. Verwachte fout: premie met de schade vergelijken.
Noem een reden om wel te verzekeren.
Bijvoorbeeld: de schade is te groot om zelf te betalen, geen spaargeld, risicoaversie of een grote kans op schade.
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Twee varianten van een autoverzekering
Vraagtype 3: eigen risico en premiekorting
Kosten in een jaar met schade = premie + eigen risico (als de schade groter is dan het eigen risico).
Kosten in een jaar zonder schade = alleen de premie.
Een eigen risico past bij wie weinig schade verwacht en het bedrag zelf kan betalen.
Y met schade 1.500: 440 + 200 = 640. X zou 500 kosten. Zonder schade is Y 60 goedkoper. Open vraag: weinig kans op schade, genoeg spaargeld om 200 euro te dragen. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Auto (zie tabel): in een jaar is er 1.500 euro schade. Wat betaalt de verzekerde bij Y?
200 euro
1.300 euro
440 euro
640 euro
440 + 200 = 640. Verwachte fouten: alleen het eigen risico (200), schade min eigen risico (1.300) of alleen de premie (440).
Voor wie is variant Y verstandig? Waarom?
Voor wie weinig schade verwacht en 200 euro zelf kan betalen: dan levert de premiekorting van 60 euro voordeel op.
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Auto op zijn kop na een ongeluk, Bergerac (Frankrijk)
Vraagtype 4: asymmetrische informatie
Voor het afsluiten: averechtse selectie (de verzekeraar weet minder). Daarna: moral hazard (gedrag verandert).
Averechtse selectie beperk je met verplichte solidariteit, een verplichte verzekering of een collectieve verzekering.
Moral hazard beperk je met eigen risico, een bonus-malussysteem of premiedifferentiatie.
Vraag 1: gedrag na het afsluiten, dus moral hazard. Vraag 2: premiekorting na schadevrije jaren is een bonus-malussysteem en beperkt moral hazard. Image credit: Guillaume Champeau / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Na een volledige fietsverzekering laat Mila haar fiets onafgesloten staan. Dit is:
Averechtse selectie
Moral hazard
Solidariteit
Premiekorting
Gedrag na het afsluiten dat de kans op schade vergroot: moral hazard.
Een autoverzekeraar geeft premiekorting na schadevrije jaren. Welk probleem beperkt dat?
Moral hazard, via een bonus-malussysteem
Averechtse selectie, via een bonus-malussysteem
Moral hazard, via verplichte solidariteit
Averechtse selectie, via een collectieve verzekering
Beloning voor schadevrij rijden maakt automobilisten voorzichtiger: moral hazard.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Kans en verwacht schadebedrag
Wel of niet verzekeren
Eigen risico en premiekorting
Asymmetrische informatie
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
GEZINNEN · RISICO EN VERZEKEREN
Tips voor op het examen
Reken een percentage eerst om naar een decimaal getal.
Kijk bij een verzekering naar premie, eigen risico en schade samen.
Averechtse selectie komt voor het afsluiten, moral hazard erna.
Noem bij een middel altijd het probleem dat het beperkt.
Deze slide heeft geen instructies