Hart en vaatziekten 1/3

Hart en vaatziekten
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hart en vaatziekten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hart en vaatziekte

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoge bloeddruk
Trombose

Hartinfarct
Hartfalen
Arteriosclerose
Embolie
CVA
Aneurysma
Anemie

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Workshops 
1
2
3
Hoge bloeddruk
Hartfalen
CVA
Arteriosclerose
Hartinfarct
Trombose
Aneurysma
Embolie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

wat is rood en wat is blauw
Langs welke organen/ delen lichaam
Ligging
Spier​ met zuig-perspomp​

Grootte = gebalde vuist​
In borstholte​
Tussen longen​
Links 





Slide 6 - Tekstslide

In rust trekt je hart zestig tot tachtig keer per minuut samen. 

Je hart ligt links in je borstholte, tegen de voorkant van je borst. Links en rechts van je hart liggen je longen. De onderkant van je hart ligt op je middenrif. 
Je hart ligt in het mediastinum. Dit is een centrale ruimte in je borstkas. Je mediastinum wordt gevormd door je borstbeen, middenrif, wervelkolom en longen.
Hartwand

Slide 7 - Tekstslide

Myocard infarct --> dikke lag spierweefsel, goed doorbloed

Pericarditis --> ontsteking van het hartzakje. Is stug bindweefsel, geeft stevigheid.
Functie bloedsomloop
Grote bloedsomloop:
Vervoeren van zuurstofrijk bloed naar alle organen en het afvoeren van zuurstofarm bloed naar het hart.

Kleine bloedsomloop:
Vervoeren van zuurstofarm bloed naar de longen en het afvoeren van zuurstofrijk bloed naar het hart.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypertensie

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tensie
Pompkracht hart en wijdte bloedvaten = Tensie

  • Diastolische waarde (Onderdruk)= wordt gemeten als het hart ontspant.
  • Systolische waarde (Bovendruk)= wordt gemeten als het hart samentrekt

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hyper/hypo tensie
Normale tensie= 120/80

Hypertensie = hoge bloeddruk, bovendruk hoger dan 140
Hypotensie = lage bloedruk, Vrouwen 100/60, mannen 110/70 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypertensie
  • Tensie is bij herhaling     boven normaalwaarde
  • Oorzaak is vaak onbekend
  • Vaak zonder klachten

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Zoek 4 gevolgen op van hypertensie

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
  • Hartinfarct​
  • Beroerte​
  • Aderverkalking
  • Verminderde werking nieren​
  • Aantasting van het zicht​






Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arteriosclerose

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arteriosclerose
  • Ook wel aderverkalking
  • Langzaam proces in de wand van aderen die steeds nauwer worden
  • Kan uiteindelijk leiden tot
      - Hart of herseninfarct
      - Claudicatio intermittens
      - Slecht genezende wonden             
         benen of voeten 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaques
  • Ontstaan wanneer de gladde laag beschadigt van ader
  • Er dringen witte bloedcellen en cholesterol doorheen. 
  • Dit hoopt zich op in de vaatwand. 
  • Vaatwand wordt steeds dikker. 
  • Er kan op die plek minder bloed doorheen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaques
  • Plaques wordt steeds onstabieler
  • De plaque kan scheuren --> inhoud komt in contact met het bloed.
  • Het bloed stolt en er ontstaat een bloedstolsel.
  • Dit bloedstolsel sluit de slagader. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombose/embolie
Trombose
In het ader ontstaat een stolsel. Stolsel sluit bloedvat af

Embolie: Wanneer stolsel losschiet en meegevoerd wordt met de bloedstroom

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombose
Systeem van stolling en antistolling is uit balans. 

3 factoren spelen een rol
  1. De toestand van de vaatwand (bv arterosclerose)
  2. Toestand van de bloedstroom (bv langzamer bij lang stil zitten/liggen)
  3. Samenstelling van het bloed (bv door zwangerschap of ziekte)

Als 1 verandert, neemt risico op bloedstolsels toe

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombosebeen
DVT= diep veneuze trombose

Een bloedprop sluit een diepgelegen ader in het been af.

Bloed kan niet meer goed van je been naar hart stromen --> been wordt dik

Risico longembolie neemt toe!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Longembolie

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen longembolie
  • Pijn op de borst
  • Kortademig
  • Benauwd
  • Versnelde ademhaling en hartslag
  • Overlijden (geen bloed en circulatie blokeerd)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aneurysma
Door aderverkalking een zwakke plek in de wand van het bloedvat waardoor deze verwijd.

Kan scheuren = acute aneurysma
Vaak in lage deel aorta

Behandeling: operatie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
  1. Schrijf 2 overeenkomsten en 2 verschillen op tussen arteriosclerose, embolie en trombose
  2. Wat zal de behandeling inhouden bij deze ziektebeelden?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies