Macht, gezag en participatie (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Quiz

Terugblik: Macht, gezag en participatie

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van elf vragen over macht, gezag en politieke participatie.

Onderdelen in deze les

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Quiz

Terugblik: Macht, gezag en participatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat is een kenmerk van macht?

A

Het is een asymmetrische relatie tussen actoren

B

Het komt alleen voor op macroniveau

C

Beide partijen hebben altijd evenveel invloed

D

Het ontstaat alleen door wettelijke bevoegdheden

Syllabus 9.1: bij macht is sprake van een asymmetrische relatie tussen de actoren. Verwachte fout: macht alleen op macroniveau zien.

Vul in

Macht die is vastgelegd in wetten en contracten heet formele macht. Macht door charisma of traditie heet informele macht.

formele
informele
politieke
economische

Syllabus 9.1. Verwachte fout: de bron (politiek, economisch) invullen in plaats van het soort.

Wat is politieke macht?

A

Het vermogen om verkiezingen te winnen

B

De macht van een partij over haar leden

C

Het vermogen om politieke besluiten te beïnvloeden

D

Het recht van burgers om te mogen stemmen

Syllabus 9.1. Verwachte fout: politieke macht gelijkstellen aan het winnen van verkiezingen.

Vakbond en werkgevers kunnen elkaar niets opleggen. Wat is dit?

A

Een machtsvacuüm

B

Een machtselite

C

Een machtsevenwicht

D

Een machtsoverwicht

Syllabus 9.1: bij een machtsevenwicht kunnen actoren hun wil niet aan de ander opleggen. Verwachte fout: machtsvacuüm, dat ontstaat als de overheid macht verliest.

Noem twee vormen van electorale participatie.

Goed antwoord: twee van stemmen, meewerken aan een verkiezingscampagne, lid zijn van een politieke partij. Verwachte fout: lobbyen of protesteren noemen. Dat is niet-electoraal.

Wanneer is participatie volgens de instrumentele visie wenselijk?

A

Als het leidt tot beter of meer geaccepteerd beleid

B

Altijd, want deelname is een doel op zichzelf

C

Alleen als burgers er veel van leren

D

Alleen als specifieke groepen zich laten horen

Syllabus 9.3. Verwachte fout: de ontwikkelingsvisie kiezen, die participatie een doel op zichzelf vindt.

Sportclubs, buurtgroepen en bedrijven hebben toegang tot besluiten. Welke theorie?

A

De machtselitetheorie

B

De ontwikkelingsvisie

C

De instrumentele visie

D

Pluralisme

Syllabus 9.4: veel groepen met verschillende belangen en open toegang tot besluitvorming past bij pluralisme. Verwachte fout: een visie op participatie kiezen in plaats van een theorie over machtsverdeling.

Trainer Mo heeft gezag, want het team kent zijn titels. Welke bron van gezag?

A

De positie die hij in de organisatie inneemt

B

De prestaties die aan hem worden toegeschreven

C

De kwaliteiten die aan hem worden toegeschreven

D

De dwang die hij kan uitoefenen

Syllabus 9.5: gezag komt uit toegeschreven kwaliteiten, positie of prestaties. Gewonnen titels zijn prestaties. Verwachte fout: positie kiezen omdat hij trainer is.

Waarom helpt gezag een regering om stabiel te blijven?

Goed antwoord: bij gezag wordt de macht als legitiem gezien, dus burgers accepteren besluiten vrijwillig, wat de stabiliteit van de regering verhoogt. Verwachte fout: zeggen dat de regering dan meer dwang kan gebruiken.

Wie heeft in Nederland als enige de legitieme macht over geweldsuitoefening?

A

De overheid

B

Grote bedrijven

C

Belangenorganisaties

D

De burgers zelf

Syllabus 9.1. De overheid grijpt af en toe met geweld in om de maatschappelijke orde te handhaven. Verwachte fout: aan burgers of organisaties denken.

Vul in

Als de overheid macht verliest, ontstaat een machtsvacuüm. Daardoor kan een burgeroorlog ontstaan.

machtsvacuüm
burgeroorlog
machtsevenwicht
machtselite

Syllabus 9.1: binnen een staat kan een machtsvacuüm tot een burgeroorlog leiden.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Goed gedaan!

Macht is het vermogen om doelen te bereiken, gezag is macht die als legitiem wordt erkend, en wie lager staat participeert minder en heeft minder politieke macht.

Deze slide heeft geen instructies