Macht en gezag (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Quiz

Terugblik: Macht en gezag

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over macht, gezag, paradigma's en onderzoeksmethoden.

Onderdelen in deze les

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Quiz

Terugblik: Macht en gezag

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Presidential Press and Information Office / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Welke uitspraak over macht klopt?

A

Macht komt alleen voor tussen staten

B

Macht bestaat alleen als iedereen evenveel invloed heeft

C

Macht is altijd gebaseerd op wetten en contracten

D

Macht is een asymmetrische relatie tussen actoren

Syllabus 10.1. Verwachte fout: macht tot staten beperken, terwijl macht op micro-, meso- en macroniveau voorkomt.

Burgemeester Daan heeft invloed door zijn charisma. Welke machtsbron?

A

Een cognitieve bron

B

Een affectieve bron

C

Een economische bron

D

Een politieke bron

Syllabus 10.1: charisma is een affectieve bron. Verwachte fout: politieke bron, vanwege zijn ambt.

Vul in

Een machtsverschil tussen twee buren speelt op microniveau. De EU als machtsblok speelt op macroniveau.

microniveau
macroniveau
mesoniveau
machtsniveau

Syllabus 10.1: micro is interpersoonlijk, macro omvat landen en machtsblokken.

Een oudere collega bepaalt de sfeer op kantoor, zonder functie. Wat is dit?

A

Informele macht, door ervaring en traditie

B

Formele macht, door haar functie

C

Een machtsevenwicht, door haar ervaring

D

Hegemonie, door haar leeftijd

Syllabus 10.1. Er is niets vastgelegd, dus informeel. Verwachte fout: formele macht kiezen.

Rechter Eva wordt gehoorzaamd vanwege haar functie. Welke bron van gezag?

A

De kwaliteiten die aan haar worden toegeschreven

B

De prestaties die aan haar worden toegeschreven

C

De positie die zij inneemt

D

De dwang die zij kan uitoefenen

Syllabus 10.1: bronnen van gezag zijn kwaliteiten, positie en prestaties. De casus noemt de functie.

Waarom maakt gezag een regering stabieler?

Goed antwoord: burgers accepteren besluiten vrijwillig omdat ze de macht legitiem vinden, dus dwang is niet nodig en conflict over machtsbronnen komt minder aan het licht. Verwachte fout: zeggen dat een regering dan meer dwang kan gebruiken. Syllabus 10.1.

Wat gebeurt er volgens het sociaalconstructivisme als macht legitiem wordt geacht?

A

Er ontstaat automatisch een machtsevenwicht

B

Macht verandert in een gezagsverhouding

C

Het klassenconflict wordt opgelost

D

Macht blijft dwang, alleen de naam verandert

Syllabus 10.2.

Waar richt het conflictparadigma zich op bij macht?

A

Op de bijdrage van macht aan het voortbestaan van de maatschappij

B

Op de betekenis die actoren aan macht geven

C

Op de keuzes van actoren binnen structuren

D

Op de strijd tussen machthebbers en minder machtigen

Syllabus 10.2. De andere opties horen bij functionalisme, sociaalconstructivisme en rationele actor.

Vul in

Volgens de uitkomstenmethode tellen machtsbronnen als economie en leger. De besluitvormingsmethode krijgt kritiek, omdat macht ook onzichtbaar werkt.

uitkomstenmethode
positiemethode
law of anticipated reactions

Syllabus 10.2.

Waarom blijft macht bij de besluitvormingsmethode soms onzichtbaar?

A

Besluiten worden altijd geheimgehouden

B

Machtsbronnen laten zich niet inventariseren

C

Alleen gezag is meetbaar

D

Landen anticiperen op wat machtigere landen willen

Syllabus 10.2: law of anticipated reactions. Verwachte fout: denken dat gebrek aan zichtbare invloed betekent dat er geen macht is.

Noem twee machtsbronnen, met voorbeeld.

Goed antwoord: twee van economisch (geld, productiemiddelen, handelsnetwerk), cognitief (waardevolle kennis), politiek (wetten, militaire middelen), affectief (charisma), elk met een voorbeeld. Verwachte fout: formeel en informeel noemen. Dat zijn soorten macht. Syllabus 10.1.

Waar let het rationele actorparadigma vooral op?

A

Op klassentegenstellingen in het productieproces

B

Op actoren die binnen structuren gedrag vertonen

C

Op de functie van instituties voor de orde

D

Op de betekenis die actoren aan gezag geven

Syllabus 10.2.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Goed gedaan!

Macht is het vermogen om hulpbronnen in te zetten, gezag is macht die als legitiem wordt erkend, en onderzoekers meten macht van staten met de besluitvormings-, positie- en uitkomstenmethode.

Deze slide heeft geen instructies