SAMEN LEZEN boek of een verhaal
Nieuwsbegrip Huiswerk
*Bespreek opdr. 1 t/m 20 (tweetallen)
*Extra opdracht (groepjes van 4)
Wat gaan we leren?
*Nieuwe werkwoorden (betekenis) H15 Internet en social media
*inoefenen zinnen (lesson up)
*Vervoegen van werkwoorden
Disk; grammatica; zinnen
Werkwoorden Disk
Learning objective
Werkwoorden internet en social media
antwoorden, facebooken, mogen, staan, whatsappen, ontmoeten, chatten,redden, solliciteren, bekijken, geven, missen, vinden, besteden, e-mailen, reageren, repareren, checken
Wat gaan we doen?
Lees het verhaal en zet de vertaling bij het werkwoord!
Vervoeg de werkwoorden in het schema (copy teams)
Maak zinnen met deze werkwoorden
maak de oefeningen op A1 niveau (Groep 1 en 2) schrift
maak de oefeningen op A2 niveau (Groep 3)
Indeling
Groep 1; Yakoub, Nicole, Achmed A, Yousef
Groep 2; Shaimae, Alissia, Abdullah, Retaj, Atef, Kostiantyn, Artur, Hanza, Jalal, Achmed S, Mohammed
Groep 3; Elif, Ihsan, Andrii, Loujain, Slar, Herivan, Shahyan
Aan de slag
Vul de driehoekjes met werkwoorden
Schrijf woorden erbij die jou helpen bij het onthouden van de werkwoorden
Werkwoorden internet en social media
antwoorden, facebooken, mogen, staan, whatsappen, ontmoeten, chatten,redden, solliciteren, bekijken, geven, missen, vinden, besteden, e-mailen, reageren, repareren, checken
Zinnen bouwen
Wie?
Doet wat?
Waar?
Wanneer?
Voorbeeld zin
Abdul voetbalt bij Flevo Boys op zaterdag
Wie Wat Waar Wanneer
Maak goede zinnen
Denken; alleen
Delen; tweetal
Uitwisselen; klas
Maak een goede zin
op een vraag hij antwoordt
(verleden tijd)
Goede zin
Hij antwoordt op een vraag.
Hij antwoordde op een vraag.
Maak een goede zin
facebooken met elkaar wij
(verleden tijd)
Correcte zin
Wij facebooken met elkaar
Wij facebookten met elkaar.
Maak een goede zin
niet de wc jij mag naar
(verleden tijd)
Goede zin
Jij mag niet naar de wc.
Jij mocht niet naar de wc.
Maak een goede zin
de bushalte ze staan bij
(verleden tijd)
Correcte zin
Ze staan bij de bushalte.
Ze stonden bij de bushalte.
Maak een goede zin
jij waarom whatsappte mij ?
(tegenwoordige tijd)
Goede zin
Waarom whatsappte jij mij?
Waarom whatsapp jij mij?
Maak een goede zin
op school zij elkaar ontmoeten
(verleden tijd)
Goede zin
Zij ontmoeten elkaar op school
Zij ontmoetten elkaar op school.
Maak een goede zin
met haar vriendje zij chatte
(tegenwoordige tijd)
Goede zin
Zij chatte met haar vriendje
Zij chat met haar vriendje.
Maak een goede zin
redden wij het hondje in nood
(tegenwoordige tijd)
Goede zin
Wij redden het hondje in nood.
Wij redden het hondje in nood.
Voltooid deelwoord:
Wij hebben het hondje gered.
Maak een goede zin
morgen solliciteren ga ik
(3 zinnen)
Goede zin
Ik ga morgen solliciteren.
Morgen ga ik solliciteren.
Ik ga morgen sollicteren.
Maak een goede zin
hebben wij de school bekeken vorige week
(3 zinnen)
Goede zin
Vorige week hebben wij de school bekeken.
Wij hebben de school vorige week bekeken.
Wij hebben de school bekeken vorige week.
Maak een goede zin
gaf mij een euro de oude man
(tegenwoordige tijd)
Goede zin
De oude man gaf mij een euro.
De oude man geeft mij een euro.
Maak een goede zin
mijn broertjes ik mis
(verleden tijd)
Goede zin
Ik mis mijn broertjes.
Ik miste mijn broertjes.
Maak een goede zin
vond haar ipad 2 maanden geleden terug zij
(3 zinnen)
Goede zin
Zij vond twee maanden geleden haar ipad terug.
Twee maanden geleden vond zij haar ipad terug.
Zij vond haar ipad twee maanden geleden terug.
Nog niet alle werkwoorden
Slide tekst