chapitre 5 Het delend lidwoord 3 mavo

mavo 3 le 14 avril 2020
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

mavo 3 le 14 avril 2020

Slide 1 - Tekstslide

le programme 4 mavo
1- Afmaken : onderdeel F ( examen 2019 met uitwerkingen)
2- Bespreken: examen 2018
3. Quiz afmaken.

Slide 2 - Tekstslide

Le programme 3 mavo:
1. Heure 1: bron D het delend lidwoord uitleggen. Maak daarna de opdr. 15 t/m 18 

2. Heure 2: Bron E : regarde le fil et fais les exercices: 19,20, 21
Klaar? Slim Stampen.......... oefenen met vocabulaire et phrases.

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel: aan het einde van de les...
-Kun jij een recept schrijven.
- Kun jij het delend lidwoord gebruiken.
- Weet je welke lidwoorden je gebruikt na werkwoorden als: aimer 

Slide 4 - Tekstslide

Bron I: het delend lidwoord 
Gebruik: 
Als er in het Nederlands géén lidwoord voor het zelfstandig naamwoord staat, krijg je in het Frans een delend lidwoord. 
BV:   -   Je mange du fromage.                 - Ik eet kaas.
         - Il mange de la salade .                    - Hij eet salade.
         - Il boit de l'eau .                                    - Hij drinkt water.
        -  Elle mange des tomates.                - Zij eet tomaten.            
Vormen delend lidwoord: 
mannelijk:                   DU
vrouwelijk:                  DE LA
klinker/stomme h:   DE L'
meervoud:                  DES

Slide 5 - Tekstslide

Au marché, j'achète ______ tomates
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 6 - Quizvraag

Tu prends ______ viande?
A
du
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 7 - Quizvraag

Je mange toujours _______ pain (m).
A
du
B
des
C
de la
D
de l'

Slide 8 - Quizvraag

Il fait chaud, on boit _______ eau minérale.
A
des
B
de la
C
du
D
de l'

Slide 9 - Quizvraag

Bron D: het delend lidwoord 
Na een ontkenning / hoeveelheidswoord: DE OF D'
EX:   -  zij eet veel chocolade                       - elle mange beaucoup de chocolat
Hoeveelheidswoorden : un peu, beaucoup, un kilo, un litre, une bouteille, une tasse, un verre...etc
Ontkenning: ne...pas, ne...plus, ne...rien, ne...pas encore, ne...jamais 
EX :   -  Ik neem  geen cola .                         - Je ne prends pas de coca.
          - Ik drink geen water.                          - Je ne bois pas d'eau.


Slide 10 - Tekstslide

Het lidwoord na de werkwoorden: aimer, adorer, préférer en détester

Na de werkwoorden: aimer, adorer, préférer en détester gebruik je de lidwoorden: le, la, l',les .

 Ex :     -  Hij heeft liever cola                    - Il préfère le coca .
   Let op : ook met een ontkenning gebruik je : le, la, les, l'

           - Hij heeft een hekel aan bananen.              - Il déteste les bananes.     


Slide 11 - Tekstslide

Je bois un litre _____ eau
A
de l'
B
d'
C
l'

Slide 12 - Quizvraag

Elle adore ________ frites
A
des
B
de
C
les

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Les devoirs
- Bron D: faire ex. 15,16,17,18
- Bron E : faire ex. 19,20, 21
- Slim stampen.

Slide 16 - Tekstslide