Oefentoets SER en ESTAR

Vandaag/ hoy... 
Programma:
-Herhaling werkwoorden: ser en estar (zijn)/Tegenwoordige tijd

Lesdoel:
- Ik kan de werkwoorden SER en ESTAR vervoegen 
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Vandaag/ hoy... 
Programma:
-Herhaling werkwoorden: ser en estar (zijn)/Tegenwoordige tijd

Lesdoel:
- Ik kan de werkwoorden SER en ESTAR vervoegen 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

je gebruikt SER voor tijdelijke eigenschappen
JA
NEE

Slide 5 - Poll

Je gebruikt ESTAR voor locaties/plek
JA
NEE

Slide 6 - Poll

Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 7 - Tekstslide

SER (ZIJN) 
- permanente eigenschappen
- nationaliteit
- wie je bent
- je beroep

Slide 8 - Tekstslide

kies de juiste vorm van het werkwoord SER:
Yo ..... Miriam
A
soy
B
es
C
sois
D
eres

Slide 9 - Quizvraag

Kies de juiste vorm van het werkwoord SER:
Nosotros ..... de Turquía
A
sois
B
son
C
somos
D
eres

Slide 10 - Quizvraag

ESTAR (ZIJN)
- locatie gebouwen en personen
- toestanden (staat, conditie)
- gevoelens

Slide 11 - Tekstslide

kies de juiste vorm van het werkwoord ESTAR:
Ellos ..... en el supermercado Albert Heijn
A
estás
B
están
C
estoy
D
estamos

Slide 12 - Quizvraag

kies de juiste vorm van het werkwoord ESTAR:
Yo .... en la farmacia
A
estás
B
está
C
estoy
D
estamos

Slide 13 - Quizvraag

Vul in de juiste vorm van het werkwoord SER
timer
3:00

Slide 14 - Tekstslide

Escribe tus respuestas 1-8

Slide 15 - Open vraag

Vul in de juiste vorm van het werkwoord ESTAR
timer
3:00

Slide 16 - Tekstslide

Escribe tus respuestas 1-8
1 estoy, 2

Slide 17 - Open vraag

Sleep de juiste vorm van 'estar' naar het juiste doel.
Beatriz  y Tere _____ (estar)  en España.
Tere y yo______(estar) en Holanda.
¿Tú________ (estar) en la clase de español?
Yo _______ (estar) en Italia.
Vosotros _____(estar) en Holanda.
están
estamos
estás

estoy
estáis

Slide 18 - Sleepvraag

Tekst
Hay
Ser
Estar
zijn
er is/ er zijn
zijn/ zich bevinden

Slide 19 - Sleepvraag

Wat iemand of iets is 
Waar iemand of iets is
Er is/ er zijn
HAY
ESTAR
SER

Slide 20 - Sleepvraag

Geeft de vervoeging van de regelmatige werkwoorden : tegenwoordige tijd 

Maud y Melisa _____ (estar) de vacaciones en Madrid.
Ana y yo______(estar) en la clase
¿Tú________ (estar-tú) en casa o en el colegio?
Yo _______ (estar) en la casa de mi abuela
Hugo y tú _____(estar-vosotros) en casa
están
estamos
estás

estoy
estáis

Slide 21 - Sleepvraag

Vocabulario blok 3
slecht gehumeurd zijn
goed gehumeurd zijn
rustig zijn
bezorgd zijn
vrolijk zijn
nerveus zijn
estar nervioso/a
estar tranquilo/a
estar preocupado/a
estar de mal humor
estar de buen humor
estar alegre

Slide 22 - Sleepvraag

¿Dónde _____ (estar) tus amigos?
Ahora, nosotros______(estar) en el local 107.
Y tú, ¿cómo ________(estar)?
Yo _______ (estar) en la casa de mi abuela
Vosotros _____(estar) en Barcelona.
están
estamos
estás

estoy
estáis

Slide 23 - Sleepvraag

Ik ken nu estar + ser
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll

EXTRA UITLEG en oefeningen 
uitleg in het NL
oefenen in Wordwall ESTAR en SER

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

oefenen met ESTAR
Practica el verbo ESTAR (enkelvoud)

Wordwall 1 kies de juiste vervoeging
Wordwall 2 vertaling 
werkwoord ESTAR3













Slide 27 - Tekstslide

oefen SER  in Wordwall en Blooket

Slide 29 - Tekstslide

Waarom is deze zin onjuist?
Ella es en la tienda de ropa

Slide 30 - Open vraag