TL4 - Theme 4 - Grammar 11 (If-Sentences)

TL4
Theme 4: Grammar 11 (If-Sentences)
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

TL4
Theme 4: Grammar 11 (If-Sentences)

Slide 1 - Tekstslide

If-Sentences = "Als ... , dan ..."
Gebruik je voor drie dingen: 
         - Feiten: "Als je hier op drukt, dan gaat het licht aan."
         - Bijna zeker dat het gaat gebeuren: "Als het niet regent,
           dan gaan we voetballen."
         - Bijna zeker niet gaat gebeuren: "Als ik een miljoen win, 
            dan koop ik een kasteel."

Slide 2 - Tekstslide

1. Feiten
"If you press this switch, the light goes on."
           pr. simple                                   pr. simple
"Water boils if you heat it to 100 degrees."
           pr. simple     pr. simple

Gebruik twee keer de present simple (werkwoord of 
werkwoord + s bij he/she/it). 

Slide 3 - Tekstslide

2. Bijna zeker gebeuren
"If it rains, we will bring an umbrella."
     pr. simple    will + ww 
"I will send him a card, if you give me the address."
   will + ww                                   pr. simple  

Gebruik de present simple voor de voorwaarde (if ...) en 
will + werkwoord voor het gevolg. 

Slide 4 - Tekstslide

3. Bijna zeker niet gebeuren
"If I had more money, I would buy a car."
  past simple                    would + ww 
"John would go on holiday, if he received a higher salary."
          would + ww                               past simple

Gebruik je de past simple (ww+ed / 2e rijtje) voor de voorwaarde (if ...) en would + werkwoord voor het gevolg. 

Slide 5 - Tekstslide

1. If you ______ (give) me a hand, we will finish this today."
A
gives
B
give
C
will give
D
gave

Slide 6 - Quizvraag

2. "If I had more money, I ______ (buy) a beautiful house."
A
will buy
B
bought
C
buy
D
would buy

Slide 7 - Quizvraag

3. "If I have the time, I ______ (give) you a call."
A
give
B
gave
C
will give
D
would give

Slide 8 - Quizvraag

4. "If I ______ (get) more pocket money, I would buy a new phone."
A
got
B
will get
C
would get
D
get

Slide 9 - Quizvraag

5. "If you press this button, the elevator ______ (come) up."
A
will come
B
would come
C
comes
D
came

Slide 10 - Quizvraag

6. "If I study enough, I ______ (get) a 10 on my English test."
A
get
B
got
C
would get
D
will get

Slide 11 - Quizvraag

7. "If my parents ______ (be) rich, I would get more presents."
A
are
B
were
C
will be
D
would be

Slide 12 - Quizvraag

8. "Water ______ (freeze) if it reaches below 0 degrees."
A
freezes
B
froze
C
will freeze
D
would freeze

Slide 13 - Quizvraag

9. "If I ______ (win) 10 million euros, I would buy a mansion or huge castle."
A
won
B
would win
C
will win
D
win

Slide 14 - Quizvraag

10. "If milk is left oustide a fridge, it ______ (spoil) sooner."
A
will spoil
B
would spoil
C
spoils
D
spoil

Slide 15 - Quizvraag