Learning objective
UITGEVERSGROEP
HFST 1 + 2
Learning objective
UITGEVERSGROEP
HFST 1 + 2
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik
jij
hij, zij, u
wij mannelijk- en vrouwelijkvorm
jullie mannelijk- en vrouwelijkvorm
Zij meevoudvormen
Schrijf de persoonsvormen in het Spaans
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik ben
jij bent
hij, zij is, u bent
wij zijn
jullie zijn
Zij zijn
Vervoeg het werkwoord ESTAR zonder de persoonsvormen
Ellos/as ____ (estar) de vacaciones.
estoy
estás
están
estamos
Tú ____ (estar) en clase como estudiante.
estoy
estás
está
estamos
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik ben
jij bent
hij, zij is, u bent
wij zijn
jullie zijn
Zij zijn
Vervoeg het werkwoord SER zonder de persoonsvormen
Nosotros _________ (ser) de Holanda.
soy
eres
somos
es
Ella _______ (ser) profesora de inglés.
soy
eres
somos
es
Vosotros _________ (ser) mis amigos
soy
sois
somos
es
Welke van deze woorden is niet vrouwelijk?
tren
red
casa
edad
Kies alle woorden die mannelijk zijn
casa
iglesia
naranja
programa
niña
plaza
Schrijf in het Spaans ¨huis¨ in het enkelvoud
Schrijf in het Spaans ¨huis¨ in het meervoud
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik ben
jij bent
hij, zij is, u bent
wij zijn
jullie zijn
Zij zijn
Vervoeg het werkwoord SER
Schrijf in het Spaans “meneer” in het enkelvoud.
Schrijf in het Spaans “meneer” in het meervoud.
Schrijf in het Spaans “er is / er zijn”.
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
modern
rustig
groot
oud
veel
goedkoop
mooi
caro
klein
Schrijf in het Spaans deze bijvoeglijke naamwoorden in de mannelijke en vrouwelijke vorm.
AR ER IR
escribir
comer
hablar
nadar
correr
beber
trabajar
viajar
comprar
aprender
leer
cantar
abrir
cenar
construir
AR ER IR
escribir
comer
hablar
nadar
correr
beber
trabajar
viajar
comprar
aprender
leer
cantar
abrir
cenar
construir
AR ER IR
escribir
comer
hablar
nadar
correr
beber
trabajar
viajar
comprar
aprender
leer
cantar
abrir
cenar
construir
AR ER IR
escribir
comer
hablar
nadar
correr
beber
trabajar
viajar
comprar
aprender
leer
cantar
abrir
cenar
construir
AR ER IR
escribir
comer
hablar
nadar
correr
beber
trabajar
viajar
comprar
aprender
leer
cantar
abrir
cenar
construir
AR ER IR
schrijven
eten
spreken
zwemmen
rennen
drinken
werken
reizen
kopen
leren
lezen
zingen
openen
dineren
bouwen
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik spreek
jij spreekt
hij, zij, u spreekt
wij spreken
jullie spreken
Zij spreken
Vervoeg het werkwoord HABLAR zonder de persoonsvormen
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik eet
jij eet
hij, zij, u eet
wij eten
jullie eten
Zij eten
Vervoeg het werkwoord COMER zonder de persoonsvormen
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik heb
jij hebt
hij, zij, u heeft
wij hebben
jullie hebben
Zij hebben
Vervoeg het werkwoord TENER zonder de persoonsvormen
Schrijf aan de rechterkant de persoonsvormen in het spaans enkelvoud en linkerkant de meervoudvormen
Ik eet
jij eet
hij, zij, u eet
wij eten
jullie eten
Zij eten
Vervoeg het werkwoord ABRIR zonder de persoonsvormen