Verslaving

1 / 42
volgende
Slide 1: Video
BurgerschapMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Welke kenmerken van verslaving heb je in dit filmpje gezien?

Slide 2 - Woordweb

verslavingsproblematiek

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Wat viel jullie op aan dit filmpje?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Ben jij verslavingsgevoelig? 
Doe de test

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat valt jou op aan het artikel? Wat vind jij ervan?

Slide 11 - Open vraag

Verslaafd aan....
Middelen- en gedragsverslavingen.

Mensen met verslaving verliezen de controle over hun leven.
Alles draait om het middel en hoe dit te krijgen.

Je omgeving kan een verslaving veroorzaken: bijvoorbeeld doordat 
je met mensen omgaat die drank/drugs gebruiken en jou overhalen dit ook te gaan doen.

Ontwenningsverschijnselen (reactie van het lichaam als het middel 'op' is).

Zorgen slecht voor zichzelf, doen de mensen die van hun houden veel pijn.

Slide 12 - Tekstslide

Stellingen
We gaan een aantal stellingen behandelen. Je vult zelf in wat jij ervan vindt. 

Let op: jouw mening moet een argument hebben. 

Slide 13 - Tekstslide

Stelling 1: Een beetje experimenteren moet kunnen.

Slide 14 - Open vraag

Stelling 2: Verslaafd raken, dat gebeurt mij niet.

Slide 15 - Open vraag

Hoe reageert jouw brein op drugs?
Elke drugs heeft een andere werking op je brein en geeft verschillende effecten. 

De drugs beïnvloedt de signalen die naar je brein worden verstuurd.

Drugs is intoxicatie (vergiftiging) van je lichaam.

"uppers en downers"

Alle drugs is schadelijk voor je brein. Je raakt niet alleen 
lichamelijk maar ook mentaal verslaafd aan een middel. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Quiz
We gaan een quiz spelen over verschillende soorten verslavingen. Na elke vraag bespreken we kort het antwoord. 

Slide 18 - Tekstslide

Er gaan meer mensen dood aan alcoholverslaving dan aan drugsverslaving.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Als je elke maand een staatslot koopt, ben je gokverslaafd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Het aantal mensen met een koopverslaving stijgt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Door opkomst van internetporno kampen steeds meer Nederlanders met een seksverslaving.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Hoeveel procent van de 18-24 jarigen heeft ooit last gehad van alcoholmisbruik?
A
7%
B
11%
C
18%
D
26%

Slide 23 - Quizvraag

Wat is alcoholmisbruik?
Er is sprake van alcoholmisbruik als je negatieve gevolgen van alcohol merkt. Alcoholmisbruik blijkt uit minstens 1 van de volgende 4 criteria:

  • Herhaaldelijk alcohol drinken met als gevolg dat het niet meer lukt om te voldoen aan verplichtingen op het werk, school of thuis.
  • Herhaaldelijk alcohol drinken in situaties waarin dit fysiek gevaarlijk is (bijvoorbeeld autorijden).
  • Door het gebruik van alcohol in aanraking gekomen met justitie.
  • Alcohol blijven drinken, ondanks dat daardoor een probleem ontstaat (sociaal, beroepsmatig, psychisch of lichamelijk). 

Slide 24 - Tekstslide

Gameverslaving is schadelijk voor je gezondheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Tijdens het afkicken van blowen kun je somber en angstig worden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quizvraag

Als je vaak veel drinkt, kun je steeds beter tegen alcohol.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 27 - Quizvraag

Hoe lang doet je lever gemiddeld over de afbraak van 1 standaardglas alcohol?
A
30 minuten
B
1 à 1,5 uur
C
2 uur

Slide 28 - Quizvraag

In Nederland maakt alcohol meer slachtoffers dan roken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 29 - Quizvraag

Hoeveel mensen zijn er aan de harddrugs in Nederland?
A
5.000 tot 10.000
B
10.000 tot 20.000
C
20.000 tot 30.000
D
30.000 tot 40.000

Slide 30 - Quizvraag

XTC-pillen worden steeds sterker en heftiger qua uitwerking.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

De meest gebruikte drug onder jongeren is XTC.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

XTC-gebruik 
Doordat XTC veel media-aandacht krijgt, lijkt het soms alsof iedereen XTC gebruikt. Dat klopt niet: de meeste jongeren nemen nooit XTC. Onder jongeren die veel naar festivals en dancefeesten gaan, is wel een grote groep XTC-gebruikers. Daarom denken jongeren soms dat iedereen wel eens een pilletje slikt. Hierdoor kan de drempel lager worden om zelf te gebruiken. Maar feit is: de meeste jongeren gebruiken niet.

Bron: https://www.drugsinfo.nl/xtc/xtc-gebruik-normaler-onder-jongeren 

Slide 33 - Tekstslide


Bron: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/artikel/5161419/lachgas-veroorzaakte-al-64-dwarslaesies-sommigen-nemen-100-ballonnen

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Wat vind jij?

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Verslaafd? 
De 11 criteria aan de hand waarvan de ernst van “stoornis in middelengebruik” vastgesteld kan worden zijn:

1. Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
2. Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
3. Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
4. Sterk verlangen om te gebruiken.
5.Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
6. Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het relationele vlak.
7. Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk.
8. Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt.
9.Voortdurend gebruik ondanks dat je weet dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
10. Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
11. Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die die minder hevig door meer van de stof te gebruiken.

Slide 40 - Tekstslide

Bij wie en waar kun je terecht?

Slide 41 - Tekstslide

Opdracht
- Groepjes maken 
- Informatie zoeken over de belangen van jullie rol
- Argumenten bedenken op de stelling 
'De overheid moet drugsgebruik gedogen' 

Slide 42 - Tekstslide