simpele vragen

simpele vragen
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

simpele vragen

Slide 1 - Tekstslide

5 machines doen er 5 minuten over om 5 laptops te maken. Hoeveel minuten doen 100
machines er dan over om 100 laptops te maken?
A
100
B
50
C
5

Slide 2 - Quizvraag

U gooit een munt een aantal keren na elkaar op. Welke sequentie van kop en munt is het
waarschijnlijkst?
1) kop – kop – kop – kop – kop
2) munt – kop – kop – munt – kop
A
sequentie 1 is het waarschijnlijkst
B
beide sequenties zijn even waarschijnlijk
C
sequentie 2 is het waarschijnlijkst

Slide 3 - Quizvraag

Mijn buurman is een kleine man die elke ochtend zijn yogaoefeningen doet
Wat is het waarschijnlijkst:
1) Mijn buurman is professor sinologie
2) Mijn buurman is professor psychologie
A
professor sinologie
B
professor psychologie

Slide 4 - Quizvraag

Hoeveel doden vielen door de aanslagen op 9-11?

A
ongeveer 3000
B
ongeveer 4000

Slide 5 - Quizvraag

Sally Clarks eerste kindje stierf na 11 weken. Enkele jaren later kreeg ze een tweede kind. Ook dat stierf enkele weken na de geboorte. Iets later werd Sally gearresteerd voor moord op haar beide kinderen. Volgens de gerechtelijk expert was het extreem onwaarschijnlijk dat Sally’s beide kinderen aan wiegendood gestorven waren. Wiegendood komt voor bij één op de 8543 koppels. De kans dat je twee kinderen aan wiegendood verliest is dan ook extreemklein, ongeveer 1 kans op 73 miljoen. En dus was er volgens de gerechtelijke expert maar een conclusie mogelijk: Sally had haar beide kinderen vermoord

Slide 6 - Tekstslide

Stel je voor dat jij in de jury zit. Wat zou jouw uitspraak zijn?
1) Sally is onschuldig
2) Sally is schuldig
A
Sally is onschuldig
B
Sally is schuldig

Slide 7 - Quizvraag

Hoeveel benen heeft een Vlaming gemiddeld?
1) 2
2) 1,99999
A
2
B
1,99999

Slide 8 - Quizvraag


Wat is het meeste:
1) een vertienvoudiging
2) een verdubbeling?
3) Dat kun je niet zeggen op basis van deze informatie
A
vertienvoudiging
B
verdubbeling
C
kan niet gezegd worden

Slide 9 - Quizvraag

Stel je bent dokter en je moet kiezen tussen twee operaties:
1) Operatie 1: 10 procent kans om in de eerste maand te overlijden
2) Operatie 2: 90 procent kans om de eerste maand te overleven
A
operatie 1
B
operatie 2

Slide 10 - Quizvraag

Worden kinderen hyperactief na het eten van suiker?
1) Ja
2) Nee
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quizvraag

wat leren we van deze simpele vragen?

Slide 12 - Open vraag