Wij worden groot: lichamelijke veranderingen en puberteit

Wij worden groot: veranderingen ontdekken

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorOjwPrimary Education

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Wij worden groot: veranderingen ontdekken

Wat weet je al over veranderingen in je lichaam als je ouder wordt?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je lichamelijke en gedragsveranderingen tijdens de puberteit benoemen en uitleggen wat menstruatie en voorbehoedsmiddelen zijn.

Wat is puberteit?

In de puberteit verandert je lichaam en gedrag. Dit is een normale, belangrijke fase in het leven van elke tiener.

Lichamelijke veranderingen

Groei van borsten, heupen worden breder, begin van menstruatie.

Bij meisjes

Bij jongens

Stem wordt zwaarder, groei van baard in de keel, schouders worden breder.

Huidveranderingen

Tijdens de puberteit kun je puistjes krijgen doordat je huid vetter wordt.

Gedragsveranderingen

Je gedachten en gevoelens veranderen. Zelfstandigheid en vriendschappen worden belangrijker.

Menstruatie: wat is het?

Menstruatie is het maandelijkse bloedverlies bij meisjes en vrouwen. Het betekent dat het lichaam klaar is voor voortplanting.

Groei en lengte

Je groeit vaak snel in korte tijd. Dit heet een 'groeispurt'.

Menstruatie in de praktijk

Menstruatie duurt meestal 3-7 dagen. Je kunt maandverband of tampons gebruiken.

Vruchtbaarheid

Vanaf de puberteit kun je kinderen krijgen. Dit betekent dat je lichaam geslachtsrijp is.

Voorbehoedsmiddelen

Voorbehoedsmiddelen beschermen tegen zwangerschap. Voorbeelden zijn de pil en condoom.

Waarom voorbehoedsmiddelen?

Ze voorkomen zwangerschap en sommige beschermen tegen soa's (seksueel overdraagbare aandoeningen).

Verschillende voorbehoedsmiddelen

Wordt dagelijks geslikt, voorkomt zwangerschap.

De pil

Beschermen tegen zwangerschap en soa's.

Condooms

Open vragen

Wat verandert er in je gedrag tijdens de puberteit? Waarom zijn voorbehoedsmiddelen belangrijk?

Quiz: juist of onjuist?

1. Jongens krijgen tijdens de puberteit meestal geen menstruatie. 2. Je kunt kinderen krijgen zodra je vruchtbaar bent. 3. De pil beschermt tegen soa’s.

Reflectie: wat weet je nu meer?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.