Aardrijkskunde leerstofoverzicht examen 3/12/2025

Aardrijkskunde: Winterexamen 03/12/2025 Thema 0-2

1 / 43
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Aardrijkskunde: Winterexamen 03/12/2025 Thema 0-2

Thema 0:

Hoofdstuk 0

Kunnen 1: Landen, steden, rivieren en gebergtes in Europa situeren

Duid de Europese landen aan. (Alleen de landen die helemaal in Europa liggen.) Belarus

Belarus
Turkije
Armenië
Georgië
Nederland
Frankrijk

Invuloefening

30

second

Antwoord: Alleen Belarus (Wit-Rusland) ligt volledig in Europa: Nederland en Frankrijk hebben nog altijd stukken land buiten Europa zoals Frans Guinea en Bonaire. Turkijë, Armenië en Georgië liggen allemaal meer dan de helft uit Europa

Welke rivier stroomt voornamelijk door Duitsland maar ook door Nederland en Zwitserland

15

second

A

Wolga

B

Rijn

C

Donau

Kaart Europa

Als je weet dat de Donau op zijn noordelijkste punt ontstaat wat zijn dan de eerste vier landen waar hij door stroomt buiten het land van oorsprong zelf?

1

Slowakije

2

Kroatië

3

Oostenrijk

4

Hongarije

30

second

Schrijf hieronder de gebergtes op nummer (vergeet er niet 1) ... voor te schrijven.)

1

minute

30

second

Antwoord: 1) Scandinavisch Hoogland 2) Pyreneeën 3) Alpen 4) Oeral gebergte 5) Kaukasus gebergte

Benoem de steden (aangeduid met punt) op de kaart. (6)

2

minute

00

second

Antwoord: Londen, Parijs, Berlijn, Istanbul, Sint-Petersburg, Moskou

Kunnen 2: Plaatsen lokaliseren binnen het gradennet.


Wereldbol verdeelt door nulmeridiaan en evenaar ------>

Je hebt het Noordelijk (⭐), Zuidelijk (⚫), Westelijk (⬛) en het Oostelijk (🔺) halfrond allemaal verdeeld door de evenaar en de nulmeridiaan -->

Op de kaart zie je twee steden aangeduid: Seattle en Kaapstad, maar welke van de twee ligt in het Zuidelijk en Westelijk halfrond?

A

Kaapstad

B

Seattle

C

Allebij

D

Geen enkel van de bovenstaande opties

Kunnen 3 Thema 0:

Verschil tussen werelddelen en continenten kennen

Werelddelen en continenten kunnen aanduiden op de wereldkaart

Een land aanduiden op de wereldkaart als continent en/of werelddeel


Werelddeel ≠ Continent:

Een werelddeel is een grote landmassa die door natuurlijke elementen zoals oceanen, gebergtes en rivieren wordt afgescheiden.

Maar een continent is een grote aaneengesloten landmassa die geen eilanden bevat, en die nauwelijks of niet is verbonden met andere grote landmassa’s


Werelddelen:

Europa, Azië, Afrika, Oceanië, Antarctica, Noord-Amerika en Zuid-Amerika


Continenten:

Eurazië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Australië en Antarctica

Som de continenten op

Eurazië Australië Antarctica

Eurazië
Australië
Antarctica
Europa
Amerika
Afro-eurasia

Wat is dan het Verenigd Koninkrijk?

A

Een werelddeel

B

Een continent

C

Een stuk van een continent

D

Geen enkel van bovenstaande

Rode cirkel = werelddeel

Groene cirkel = continent

Tel nu de groene cirkels en rode cirkels en kijk ook naar welke oppervlaktes ze omcirkelen, wat valt je op?

Kunnen 4 Thema 0:

De atlas op een efficiënte manier gebruiken

Een schaalbereking maken

P 9-10


Wat zoek je waar in de atlas?

1) Register: Een plaats, berg, rivier, ... die je niet weet liggen zoek je op in het register achteraan in je atlas, daar vind je de juiste pagina en het kaartvak

2) Een overzicht dat je wel weet liggen, zoek je op met de bladwijzer of het kaartenoverzicht op de binnenkant van de kaft voor- of achteraan

3) Een kaart over een bepaald thema zoek je op in de algemene inhoud, vooraan in de atlas.

4) De betekenis van de symbolen op de kaart vind je in de legende bij de kaart of in de algemene legende vooraan in de atlas.

Slide titel

De lijnschaal is een lijnstuk, ze is verdeeld in centimeters. Boven de cm-streepjes staat de werkelijke afstand aangegeven

Breukschaal: getal met in de teller een 1 en in de noemer een getal dat aangeeft hoeveel keer een afstand is verkleind (heel uitzonderlijk is de teller meer dan 1 en is de noemer vergroot.)

Kunnen 5 Thema 0:

De landschapsvormende lagen herkennen en benoemen

P 17-18


Natuurlijke landschapsvormende lagen/ Uitleg een landschap bestaat uitlandschapsvormende lagen

Menselijk landschapsvormende lagen:

In elk landschap komen menselijke of natuurlijke landschapselementen voor, die landschapselementen horen bij een landschapsvormende laag.

Een landschapsvormende laag bepaalt het uitzicht van een landschap.

Er zijn fysisch-geografisch of natuurlijke landschapsvormende lagen en sociaalgeografische of menselijke landschapsvormende lagen.

Natuurlijke landschapsvormende lagen: Zichtbaar/Niet-zichtbaar

Zichtbaar: Vegetatie, reliëf en water.

Niet-zichtbaar: klimaat, bodem, ondergrond

Menselijke landschapsvormende lagen:

Landgebruik: Het gebruik en verandering van het land door de mens=> verschillende soorten landgebruik:

Bebouwing voor winkels, diensten en kantoren, recreatie en toerisme, bebouwing om te wonen, infrastructuur, industrie, ontginning en landbouw.

Duid de zichtbare landschapsvormende lagen

Natuurlijke plantengroei <-- (vegetatie) reliëf

Natuurlijke plantengroei
reliëf
bodem
Landbouw
Ontginning

Wat is de juiste definitie van landgebruik?

A

De mens gebruikt het land voor zijn activiteiten en bepaalt zo mee het landschap. De verzamelnaam voor alle activiteiten die de mens in een landschap kan uitoefenen, is landgebruik.

B

Landgebruik: Landgebruik omvat alle activiteiten waarbij land gebruikt wordt om planten gewassen, bloemen of fruit te telen en vee te kweken.

C

Geen van de twee definities hierboven is juist.

H1: Het systeem aarde


Kunnen 1 Thema 1:

De bevolkingsdichtheid, bevolkingsspreiding en ontwikkelingsgraad afleiden van een (nacht)foto

P 24-27


Dit is de wereldkaart inde nacht wat merk je op? Leg het uit met je atlas, de bevolkingsspreiding, de bevolkingsdichtheid en de ontwikkelingsgraad

Verbetering: Ook al heeft een stad als Caïro een groot aantal bevolkingsdichtheid en een klein aantal bevolkingsspreiding door dat de stad nog niet zo veel is ontwikkeld, zie je er niet veel licht.

Kunnen 2+3 Thema 1:

-Je kan de verschillende vestigingsfactoren benoemen.

-Je kan een verband geven tussen de atlaskaarten van bevolkingsdichtheid, klimaat en bodem.

P 24-27


De 3 vestigingsfactoren: Klimaat, Reliëf en bodem

Wat merk je op?

Kunnen 4 Thema 1:

Je kan soortgelijke oefeningen maken uit de cursus.

P 24-27


Als een bepaald stuk grond in een gematigde klimaatzone, geen bergen of gebergtes heeft en lange vlakke velden hoe zijn de omstandigheden dan voor veeteelt?

Verbetering: 😃: Het zijn de beste omstandigheden voor veeteelt en akkerbouw.

Koolstofcyclus:

H2: Het systeem aarde