Startrekenen 1f, hfd 5 delen les 3 deelsommen splitsen

Deelsommen slim splitsen

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deelsommen slim splitsen

Open met herkenning: grote deelsommen lijken lastig, maar je kunt ze kleiner maken. Houd de taal eenvoudig en noem meteen de voorbeelden 72:4 en 85:5.

Startopdracht

Herhalen: deelsommen met 1 of meer nullen


Startrekenen online; 1F ; domein 1 getallen; oefeningen; delen


  • deeltafels

  • delen met grote getallen

15

m

00

s

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Ik kan een deelsom splitsen in twee kleinere delingen en de uitkomsten bij elkaar optellen.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is slim delen handig?

Gebruik dit als startvraag. Verwachte woorden: delen, splitsen, som, 10, makkelijk. Laat leerlingen kort uitleggen waarom zij dat woord kozen.

Wat is splitsen?

Soms is een deelsom groot. Dan kun je hem niet meteen oplossen.

De tactiek is dan om 2 kleinere delingen te maken.

Je krijgt dan 2 kleinere sommen die je makkelijker op kunt lossen.


Daarna tel je de antwoorden bij elkaar op.


Voorbeeld:

72 : 4 =

Benadruk: we splitsen het eerste getal, niet de deler. Schrijf 72 : 4 hardop als '72 verdeeld in groepjes van 4'.

Eerst stappen van 10

Je begint altijd met stappen van 10.


  • bij :2 haal je eerst 20 eraf, want 10x2 = 20

  • bij :4 haal je eerst 40 eraf, want 10x4= 40

  • bij :5 haal je eerst 50 eraf, want 10x5 = 50


Zo krijg je een makkelijke eerste deling.

Leg uit waarom: 40 : 4, 20 : 2 en 50 : 5 zijn makkelijke sommen. Koppel dit aan tientallen.

Voorbeeld: 72 : 4; hoe doe je dat?

72 : 4 = ???? Je gaat werken met de tafel van 4.


Je splitst het getal 72. Je haalt er eerst 40 af.

Waarom? Omdat dit een stap van 10 is en die weet je vaak uit je hoofd.


72 splits ik in 40 en 32.

Ik maak 2 kleinere sommen.

40:4= 10

32:4= 8

10 +8 = 18 72:4=18

Zeg expliciet: bij :4 neem je eerst 40, omdat 40 netjes deelbaar is door 4 en een stap van 10 is.

Nog een voorbeeld: 85 : 5

85 : 5 = ???? Ik zie dat ik met de tafel van 5 ga werken.


Ik splits 85.

Eerst denk ik: 10x5 = 50

Dan blijft er nog 35 over, want 50 +35=85


Ik maak 2 kleinere deelsommen

50:5=10

35:5=7

Ik tel de 2 kleine delingen bij elkaar. Dus 85 : 5 = 17

Laat zien dat de eerste stap 50 is, niet 25 of 30. De regel blijft: eerst een stap van 10.

Wat neem je eerst bij 68 : 4?

A

20

B

40

C

50

D

8

Toets de regel: bij :4 neem je eerst 40, omdat dit een stap van 10 is en makkelijk deelbaar door 4.

Maak de stappen af

Bij een grote deelsom ga je eerst splitsen. Je neemt eerst een stap van 10. Daarna reken je de twee delingen uit. Aan het eind ga je de antwoorden optellen.

splitsen
stap van 10
optellen
aftrekken
deler
schatten
minsom

Controleer of leerlingen de volgorde snappen: splitsen, stap van 10, uitrekenen, optellen.

Meerkeuzevraag 1

Los op: 64 : 4


A. 14

B. 16

C. 18

D. 20

Correct antwoord: B. Rekenmanier: 64 = 40 + 24, 40 : 4 = 10, 24 : 4 = 6, samen 16.

Meerkeuzevraag 2

Los op: 95 : 5


A. 15

B. 17

C. 19

D. 21

Correct antwoord: C. Rekenmanier: 95 = 50 + 45, 50 : 5 = 10, 45 : 5 = 9, samen 19.

Open vraag

Los op: 84 : 4


Schrijf ook de tussenstappen op.


Voorbeeld van stappen:

84 = ... + ...

... : 4 = ...

... : 4 = ...

Uitkomst: 21. Mogelijke uitwerking: 84 = 40 + 44, 40 : 4 = 10, 44 : 4 = 11, 10 + 11 = 21.

Los op: 64 : 4

A

18

B

16

C

14

D

20

64 = 40 + 24, 40 : 4 = 10, 24 : 4 = 6, samen 16.

Los op: 95 : 5

A

17

B

21

C

19

D

15

95 = 50 + 45, 50 : 5 = 10, 45 : 5 = 9, samen 19.

Los op: 84 : 4

Goed antwoord bevat: 84 = 40 + 44, 40 : 4 = 10, 44 : 4 = 11, 10 + 11 = 21. Bespreek vooral of de leerling eerst 40 neemt.

Het stappenplan

Zo werk je:


  1. Kijk naar de tafel (:4, is een stap van 40. :6 is een stap van 60)

  2. Neem eerst een stap van 10.

  3. Splits het grote getal in 2 delen.

  4. Reken beide delingen uit.

  5. Tel de antwoorden bij elkaar op.

Noem 'deeltekengetal' hier als de deler: bij 72 : 4 is dat 4. Houd het tempo rustig.

Maken

Opdracht 9 blz 83; reken de sommen uit en schrijf de stappen op.


Opdracht 10 blz 83; reken de sommen uit. Gebruik je tafelkaart en kladpapier.


Opdracht 11 blz 84; haal de som uit het verhaal en reken de som uit.

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen in eigen woorden terugkijken. Mogelijke punten: eerst stap van 10 nemen, som splitsen, antwoorden optellen.

Wat vond jij nog moeilijk?

Gebruik de antwoorden om te zien waar extra uitleg nodig is, bijvoorbeeld bij het kiezen van 40 of 50 als eerste stap.

Woordenlijst

deelsom - een som met delen

splitsen - een groot getal in kleinere delen maken

stap van 10 - eerst 20, 30, 40, 50 of meer nemen

uitkomst - het antwoord van de som

tussenstap - een stap die je eerst uitrekent

optellen - antwoorden bij elkaar doen

deler - het getal waar je door deelt

Gebruik alleen de woorden die je ook echt hebt gezegd in de les. Licht 'deler' extra toe als dat nieuw is.