KD Combifunctionaris: Les 9 Pedagogische visies

KEUZEDEEL COMBIFUNCTIONARIS
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
CombifunctionarisMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

KEUZEDEEL COMBIFUNCTIONARIS

Slide 1 - Tekstslide

HOE STAAT HET ERVOOR MET JOUW EXAMEN COMBIFUNCTIONARIS IKC/BREDE SCHOOL?

Slide 2 - Open vraag

LESINHOUD LES 9
- Nabespreken praktijkopdracht BPV (9.16 blz. 138)
- Hoofdstuk 10 Pedagogische visies
- Aan de slag met 10






Slide 3 - Tekstslide

DOELEN LES 9
De beginnende beroepsbeoefenaar:
- volgt een kid individueel en speelt in op waar het kind aan toe is;
- heeft brede gespecialiseerde kennis van de optimale ontwikkeling van kinderen;
- heeft brede en specialistische kennis van de doorlopende ontwikkeling en leerlijn van kinderen;
- heeft brede kennis van de visie en uitgangspunten van talentherkenning;
- kan zijn handelen afstemmen op het behalen van collectieve doelstellingen (IKC-gedachte);
- kan verbinding leggen tussen spelen, leren, ontwikkelen en ontmoeten;
- kan werken vanuit een lerende en onderzoekende houding.


Slide 4 - Tekstslide

NABESPREKEN PRAKTIJKOPDRACHT BPV

Vertel kort iets over het prepubergedrag dat jij hebt gezien.

Slide 5 - Tekstslide

DE VISIE OP ONTWIKKELING VAN FERRE LAEVERS

Ferre Laevers spreekt zich uit tegen het aanpak- en effectmodel*.

* manier van ontwikkelen en lesgeven waarbij de nadruk ligt op de lesstof en de toetsen
 





Slide 6 - Tekstslide

Hij vindt het niet goed dat de ontwikkeling van een kind alleen in (toets)cijfers wordt uitgedrukt.
  
Hij stelt dat niet alleen het resultaat (het cijfer), maar ook het proces (hóe werkt een kind en hoe gaat het met hem of haar) belangrijk is en iets zegt over de ontwikkeling van het kind.
Zijn kernwoorden zijn: betrokkenheid & welbevinden.

Slide 7 - Tekstslide

ZORGEN VOOR BETROKKEHEID & WELBEVINDEN


- Door een positieve sfeer in de klas
- Door boeiend en uitdagend lesmateriaal
- Door kinderen een eigen inbreng te geven
- Door actie en expressie
- Door aan te sluiten bij de mogelijkheden van het kind
- Door een volwassene niet de rol van docent te nemen, maar van begeleider

Slide 8 - Tekstslide

VIDEO & KIJKVRAGEN (10.04 blz. 142)
Bekijk het filmpje. 
a. Ferre Laevers noemt zeven factoren die betrokkenheid bij de lessen in de klas vergroten. Noteer de zeven factoren.
b. Welke factoren zijn toepasbaar op de kinderopvang en op de bso?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

a. Ferre Laevers noemt zeven factoren die betrokkenheid bij de lessen in de klas vergroten. Noteer de zeven factoren.
b. Welke factoren zijn toepasbaar op de kinderopvang en op de bso?

Slide 11 - Open vraag

OPDRACHT (10.05 blz. 142)
Maak groepjes van vier studenten en denk terug aan jouw basisschool- of middelbareschooltijd.
- Had je keus uit materiaal om mee te werken?
- Werden er activiteiten aangeboden die je interessant of uitdagend vond?
- Had je op enige manier vrije keus of eigen inbreng?
- Mocht je aan de slag en had je ruimte voor expressie?
- Sloten de lessen aan op wat jij wilde leren?
- Was het voor jou te volgen wat er gebeurde?
- Wat was de rol van de docent en hoe was jullie relatie?
- Voelde je je prettig op school en licht jouw antwoord toe.
- Voelde je je betrokken bij de school en bij de lessen en licht jouw antwoord toe.

Slide 12 - Tekstslide

DE VISIE OP ONTWIKKELING VAN EMMI PIKLER
Emmi Pikler stelt dat kinderen zich van nature willen ontwikkelen.
  
Kinderen zijn vanaf het moment dat ze geboren zijn bezig met ontwikkelen.

Dat zie je aan het enthousiaste oefenen in vaardigheden, zoals: grijpen, kruipen, lopen, eten.

Slide 13 - Tekstslide

- Volgens Emmi Pikler hoeft je kinderen niet aan te zetten tot ontwikkeling,
    want dat gebeurt vanzelf.
- Ze stelt dat kinderen zich optimaal ontwikkelen als ze dat kunnen doen op
   hun eigen initiatief en in hun eigen tempo.
- Niet de volwassene, maar het kind bepaalt.
- Dit betekent niet dat een volwassene geen aandacht aan een kind hoeft te
   besteden. Integendeel, Emmi Pikler legt juist de nadruk op liefdevolle
   aandacht en verzorging. Maar zonder te bepalen wat, hoe of wanneer.

Slide 14 - Tekstslide

KERNWOORDEN UIT DE VISIE VAN EMMI PIKLER
Eigen tempo en eigen initiatief: Een kind ontwikkelt zich optimaal als hij dat op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo mag doen.

Passief en actief speelgoed: Passief speelgoed is speelgoed dat 'niets' is en waar een kind zijn eigen invulling aan kan geven. Actief speelgoed neemt de creativiteit van het kind weg.

De voorbereide omgeving: De voorbereide omgeving is een omgeving die is afgestemd op het kind. Voldoende uitdaging, maar niet te veel en ordelijk.



Slide 15 - Tekstslide

VIDEO & KIJKVRAGEN (10.09 blz. 146)
Bekijk het filmpje. Het is Duits, maar het gaat om de beelden. Ze werken hier volgens de visie van Emmi Pikler. 
a. Wat doen de leidsters?
b. Waarom doen ze dat?
c. Is deze visie ook toepasbaar op oudere kinderen bijv. op school of op de bso?
b. Welke factoren zijn toepasbaar op de kinderopvang en op de bso?

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Tekstslide

ANTWOORDEN
a. De leidsters zijn zichtbaar aanwezig, ze zitten aan de rand van de speelruimte en observeren.
     Als een kind daarom vraagt, volgt interactie tussen leidster en kind. De kinderen worden warm
     behandeld, vriendelijk en rustig. De sfeer is vriendelijk en rustig. Kinderen gaan hun eigen    
     gang en krijgen alleen hulp als ze dat willen of als het anders te gevaarlijk zou worden.
b. Omdat ze werken volgens de visie, die de methode van Emmi Pikler is.
c. Ja, de visie is overal toepasbaar waar gewerkt wordt met kinderen: je kunt kinderen altijd hun
     gang laten gaan en vertrouwen op hun eigen initiatieven en hun eigen spel. Je kunt in alle
     situaties alleen in actie te komen als jouw hulp gewenst is, enkel observeren, mogelijkheden
     en materiaal aanpassen, kinderen zelf laten spelen en je er niet mee bemoeien en je
     onthouden van tips over hoe het anders of ‘beter’ kan.

Slide 19 - Tekstslide

DE VISIE OP ONTWIKKELING VAN CAROL DWECK


Carol Dweck stelt dat kinderen op twee verschillende manieren omgaan met tegenslag.
   

Een manier is: 'Ik blijf oefenen/ proberen.'
De andere is: 'Ik kan dat toch niet.'

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Beide manier hebben grote invloed is op de ontwikkeling:
Kinderen die positief reageren op tegenslag en moeilijkheden en blijven proberen, zijn succesvoller dan kinderen die negatief reageren en afhaken.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

KERNWOORDEN UIT DE THEORIE CAROL DWECK

Growth mindset: De denkwijze waarbij kinderen positief reageren op tegenslag en daarom doorzetten.
Fixed mindset:
De denkwijze waarbij kinderen negatief reageren op tegenslag en daarom afhaken.
Not yet: Reageer op een kind bij wie iets niet lukt, met: 'Geeft niet, je kunt het nóg niet, maar dat komt wel': een positieve, hoopvolle boodschap.
Prijs het proces, niet het resultaat: Richt je op de inspanning die een kind levert, het eindresultaat wordt dan minder belangrijk.


Slide 24 - Tekstslide

Welke mindset denk je dat jij hebt
(10.13 blz. 149)?
growth mindset
fixed mindset

Slide 25 - Poll

Maak de test die de docent uitdeelt.
Klopte jouw beeld over jouw mindset?
JA
NEE

Slide 26 - Poll

AAN DE SLAG MET OPDRACHTEN H10
opdrachten 10.17 & 10.18 worden niet gemaakt!

Slide 27 - Tekstslide

VOLGENDE LES
- Licentie, boek, laptop en oortjes meenemen

- Theorie & verwerking H10 Pedagogische visies

Slide 28 - Tekstslide