Les 2 - Inlevingsvermogen | quiz en beroepshouding

Beroepshoudingsaspecten
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Beroepshoudingsaspecten

Slide 1 - Tekstslide

Doel
  • Je kent de aspecten van een goede beroepshouding en weet hier voorbeelden van de benoemen. 

Slide 2 - Tekstslide

Empathie
Inlevingsvermogen = Empathie
Hoe toon je inlevingsvermogen? (Theorie vanaf 11.8 blz. 163)
inlevingsvermogen of medelijden???
 

Slide 3 - Tekstslide

Empathie
Empathie is reageren met inleven in de ander. Hoe luister je empathisch? In de meeste gevallen: in stilte, met je aandacht bij de ander en niet bij jezelf. Empathie kan wel en niet verbindend zijn.


Medelijden is inleven gezien vanuit jezelf. Ik word er ook niet vrolijk van”. Jouw interpretatie vanuit jou en daarom nauwelijks verbindend.

Slide 4 - Tekstslide

Wat kun je doen om je inlevingsvermogen te vergroten?

Slide 5 - Woordweb

Welk onderwerp lijkt je moeilijk om je in in te leven?

Slide 6 - Woordweb

Quiz
Lees de begrippen door van 
Hoofdstuk 11.6 t/m 11.16

Maak een kort overzicht van elk beroepshoudingsaspect. 
Je mag een papiertje erbij houden 
met steekwoorden. 
Beantwoord vervolgens de vragen van de quiz. 
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

Bij welk beroepshoudingsaspect hoort de zwijgplicht
A
Respect
B
Eigen grenzen bewaken
C
Integer zijn
D
Verantwoordelijkheid dragen

Slide 8 - Quizvraag

Bij welk beroepshoudingsaspect hoort jezelf durven zijn.
A
Respect
B
Echtheid
C
Integer zijn
D
Eigen grenzen bewaken

Slide 9 - Quizvraag

Een positieve uitstraling en positieve grondhouding is gewenst. Dit hoort bij...
A
Representatief zijn
B
Eigen grenzen bewaken
C
Integer zijn
D
Echtheid

Slide 10 - Quizvraag

Geïrriteerd reageren als een cliënt iets niet begrijpt na 3 keer. Onbeheerst te werk gaan doordat je tijd te kort komt. Je beheerst dan te weinig van het volgende beroepshoudingsaspect.
A
Handelend optreden
B
Eigen grenzen bewaken
C
Integer zijn
D
Geduld uitoefenen

Slide 11 - Quizvraag

De cliënt bijt jou. Je geeft aan dat dit gedrag niet kan op een duidelijke manier.
A
Echtheid
B
Eigen grenzen bewaken
C
Integer zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 12 - Quizvraag

De cliënt kan geen eten kopen omdat hij zijn weekgeld al op heeft gemaakt aan leuke hobby's. Hij beloofd de volgende keer het anders aan te pakken en wil geld van je lenen. Anders heeft hij echt niets te eten. In welk beroepshoudingsaspect moet je evenwicht bewaren?
A
Eigen grenzen bewaken
B
Betrokkenheid
C
Integer zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 13 - Quizvraag

Dit is de basis voor je beroepshouding en een voorwaarde.
A
Respect tonen
B
Betrokkenheid
C
Integer zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 14 - Quizvraag

Je praat met de cliënt en niet over hem of haar. Welk beroepshoudingsaspect laat je zien?
A
Respect tonen
B
Betrokkenheid
C
Integer zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 15 - Quizvraag

Dat wat je zegt komt zoveel mogelijk overeen met wat je denkt en je voelt.
Je binnenkant en buitenkant zijn in harmonie.
A
Integer zijn
B
Representatief
C
Echt zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 16 - Quizvraag

Een ander woord voor empathie is...
A
Respect tonen
B
Handelend optreden
C
Integer zijn
D
Inlevingsvermogen

Slide 17 - Quizvraag

Initiatieven durven nemen in doen en communicatie. Bijvoorbeeld een zaak bespreken met een cliënt wat moeilijk is.
A
Respect tonen
B
Geduld uitoefenen
C
Handelend optreden
D
Inlevingsvermogen

Slide 18 - Quizvraag

Op de hoogte zijn van je taken en bevoegdheden hoort bij..
A
Verantwoordelijkheid dragen
B
Geduld uitoefenen
C
Handelend optreden
D
Representatief zijn

Slide 19 - Quizvraag

Afsluiting beroepshouding
Doel

De verschillende beroepshoudingsaspecten koppelen aan de praktijk 

Slide 20 - Tekstslide

Terugblik opdrachten
  • Je kent de verschillende aspecten van de beroepshouding
  • Je weet wat je grondhouding is en hoe deze door werkt in je beroepsmatig handelen, onder ander in de omgang met cliënten. 

Slide 21 - Tekstslide

Praktijksituaties
Maken in groepen: 

  1. De beroepshouding van Omar
  2. Hella zorgt niet goed voor zichzelf
  3. Tessa is gewend om veel voor anderen te doen
  4. Marinka heeft een burn-out
timer
45:00

Slide 22 - Tekstslide

Afsluiting
Bespreken praktijksituaties

Maken kennistoets
Test je kennis over beroepshouding  

Slide 23 - Tekstslide