50-2 Blok 3 Grammatica bvb vzv

Welkom bij Nederlands!

Pak je pen, boek & schrift.

Telefoon & oortjes bij de coach!

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!

Pak je pen, boek & schrift.

Telefoon & oortjes bij de coach!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
  • Info
  • Uitleg Bloktoets 2
  • ZS
  • Vragen?
  • Verder werken
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Info
Vergeet niet je leesverslagen in te leveren!!!

Vandaag starten we met Grammatica.

Eerst voor vmbo-t.
Dan voor h/v.
Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen h/v
  • Je weet wat een voorzetselvoorwerp is.
  • Je kunt een voorzetselvoorwerp onderscheiden
    van een bijwoordelijke bepaling.
  • Je kunt het voorzetselvoorwerp in een zin benoemen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen vmbo-t
  • Je weet wat een bijvoeglijke bepaling is.
  • Je weet het verschil tussen een bijvoeglijke bepaling en een bijwoordelijke bepaling.
  • Je kunt de bijvoeglijke bepaling in een zin benoemen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De bijvoeglijke bepaling (bvb)
  • De bijvoeglijke bepaling is GEEN zinsdeel, maar een deel van een andere zinsdeel.
  • De bijvoeglijke bepaling zegt iets over het zelfstandig naamwoord in een zinsdeel.
  •  De bijvoeglijke bepaling kan voor of achter een zelfstandig naamwoord staan.


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke bepaling
- Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
- Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen: welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

Voorbeeld
De slimme jongen \is \ lid \ geworden \ bij onze voetbalclub.
slimme = bijvoeglijke bepaling bij jongen (welke/wat voor + jongen?) 
onze = bijvoeglijke bepaling bij voetbalclub (welke/wat voor + voetbalclub?)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tip: welk/wat voor + zelfst. nw.?
Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?
Let op: het is niet een zelfstandig zinsdeel!

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldzin bvb
Ze / speelt / het mooiste melodietje uit de musical.
ond pv+wwg                               lv

  • Wat is het belangrijkste znw in het lijdend voorwerp?
  • Melodietje
  • Welk / wat voor + melodietje?
  • mooiste = bijvoeglijke bepaling bij melodietje
  • uit de musical = bijvoeglijke bepaling bij melodietje

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar?
Een zinsdeel mag nooit meer dan zes woorden bevatten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de bvb?
Het kleine meisje kreeg een lekker snoepje

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Die interessante excursie naar Den Haag is morgen.
Waar staat de bvb?
A
interessante, naar Den Haag
B
interessante, naar Den Haag, morgen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de bijvoeglijke bepaling?
De ijsblauwe zee in Noorwegen is bevroren.
A
'IJsblauwe' en 'in Noorwegen'
B
Bevroren
C
'IJsblauwe'
D
'In Noorwegen'

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar:
Een bijvoeglijke bepaling is een zinsdeel
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De rode brandweerauto staat voor ons huis.
‘voor ons huis’ is een...
A
bijvoeglijke bepaling
B
bijwoordelijke bepaling

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is het vetgedrukte deel een bijvoeglijke bepaling of een bijwoordelijke bepaling?

Mevrouw Gerth geeft les over de spijsvertering.
A
BVB
B
BWB

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een goede juwelier werkt precies.
precies=
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorzetselvoorwerp
  • Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel.
  • Een voorzetselvoorwerp komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel (luisteren naar, rekenen op, delen door, geven om).
  • Het voorzetsel verbindt het voorzetselvoorwerp met het gezegde.

Bijvoorbeeld
 Ik ben niet tevreden met deze computer.
(tevreden zijn met)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijwoordelijke bepaling?
Een zinsdeel dat met een voorzetsel begint welke je niet uit de zin
kunt weghalen, is altijd een voorzetselvoorwerp. Behalve als het
zinsdeel een plaats aangeeft, dan is het een bijwoordelijke bepaling.

Bijvoorbeeld
 Zij wacht op haar vriendinnen (voorzetselvoorwerp).
Zij wacht op het schoolplein (bijwoordelijke bepaling).

Slide 19 - Tekstslide

De betekenis van het voorzetsel is in een voorzetselvoorwerp altijd figuurlijk. Je staat niet letterlijk 'bovenop' je vriendinnen te wachten.
De betekenis van het voorzetsel in een bijwoordelijke bepaling is wel letterlijk.

Het lijdend en meewerkend voorwerp kunnen ook met een voorzetsel beginnen, maar deze zijn niet verplicht in de zin (je kunt ze weghalen).
Is het zinsdeel tussen haakjes
een voorzetselvoorwerp?

Waarom zou je [aan jezelf] twijfelen?
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is het zinsdeel tussen haakjes
een voorzetselvoorwerp?

Ik wacht al uren [bij de trein].
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het zinsdeel tussen haakjes?

Ik heb [voor jou] een schilderij gemaakt.
A
voorzetselvoorwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
bijwoordelijke bepaling

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het zinsdeel tussen haakjes?

Ik ben soms bang [voor het donker].
A
voorzetselvoorwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
bijwoordelijke bepaling

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voorzetselvoorwerp in de zin?

Ze heeft gisteren een abonnement op haar favoriete tijdschrift afgesloten.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het voorzetselvoorwerp in de zin?

De politie waarschuwde hem voor de inbreker.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Aan de slag!
Pak even pag. 120 erbij.

Van Blok 3, Grammatica maak je:
h/v: 1 t/m 3
vmbo: 1 t/m 4
Succes!
Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



ZS
  • Je werkt voor jezelf en in stilte.
  • Je weet wat je moet doen.

Van Blok 3, Grammatica maak je:
h/v: 1 t/m 3
vmbo: 1 t/m 4
Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Vragen?

Heeft er iemand al vragen?

Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Opdracht afmaken

Maak rustig je opdracht af.

Je mag weer overleggen :-)

Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Huiswerk: 
Blok 3, Grammatica
h/v: 1 t/m 3
vmbo: 1 t/m 4

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Vandaag

Aan het eind van de les kun je...

- ...uitleggen wat een antoniem is.

- ...twee antoniemen in een zin vinden.

Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • Vragen?
  • Werken
  • Afsluiting

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies