H1 Recap Grammar Unit 2

Aims
At the end of this lesson:
- you know how to form a plural
- you can correctly use this, that, these and those
- you can tell time in English
- you can spell ordinal and cardinal numbers
- you can use the present simple (questions + negatives)
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Aims
At the end of this lesson:
- you know how to form a plural
- you can correctly use this, that, these and those
- you can tell time in English
- you can spell ordinal and cardinal numbers
- you can use the present simple (questions + negatives)

Slide 1 - Tekstslide

Plural (meervoud)
Algemene regel:
Meervoud maken? +s
Girl > girls / Boy > boys

Eindigt op een -f/-fe?  +ves
Leaf > leaves / wife > wives

Slide 2 - Tekstslide

Plural (meervoud)
Eindigt op een s? (of een ‘s’ klank) dan voeg je +es toe. 
VB: Bus, buses.

Eindigt op een y? dan verander je de y in +ies. 
VB: party, parties.


Slide 3 - Tekstslide

Plural (meervoud)
Eindigt op -o? +s of +es
Video > videos / potato > potatoes

Onregelmatig > gewoon leren!
Man > men 
Person > people
Sheep > sheep

Slide 4 - Tekstslide

Meervoud van: scarf
A
scarfs
B
scarfes
C
scarves
D
scarvs

Slide 5 - Quizvraag

Meervoud van: apple
A
apples
B
applen
C
applees
D
apple's

Slide 6 - Quizvraag

Meervoud van: woman

Slide 7 - Open vraag

Meervoud van: tooth

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Look over there! I like ..... blue shirt
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 10 - Quizvraag

He is wearing funny socks. I like .....
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 11 - Quizvraag

..... are my favourite pair of shoes.
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 12 - Quizvraag

..... is my book, ...... is your book.
A
this, that
B
this, those
C
these, that
D
those, these

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

12:30

Slide 15 - Open vraag

10:15

Slide 16 - Open vraag

15:00

Slide 17 - Open vraag

13:40

Slide 18 - Open vraag

Rangtelwoorden
Algemene regel: cijfer + th
Seven > seventh / Twenty-four > twenty-fourth

Eindigt het op -y? > -ieth
Fifty > fiftieth

Onregelmatig: second, forty, eighth, etc...


Slide 19 - Tekstslide

Schrijf het uit in het Engels:
13

Slide 20 - Open vraag

Schrijf het uit in het Engels:
1st

Slide 21 - Open vraag

Schrijf het uit in het Engels:
60th

Slide 22 - Open vraag

Vraagzinnen present simple
Je ziet dus dat om een vraag zin te maken:
Staat er ‘to be’, ‘to have got’ of can in staat – dan draait het werkwoord en het onderwerp om.
Staat er geen vorm van ‘to be’, ‘to have got’ of ‘can’ in – dan voeg je ‘do’ of ‘does’ toe (does bij shit-rule).
Als je ‘does’ gebruikt’ dan geef je al aan dat het een he/she/it is. Daarna gebruik je dus het hele ww!! (geldt ook voor vragen met has/have)
My sister feels ill.
Does my sister feel ill?

Slide 23 - Tekstslide

Welke drie vormen van 'to be' zijn er?

Slide 24 - Open vraag

Welk woord voeg je toe om iets ontkennend te maken (negatief?)

Slide 25 - Open vraag

I am tired
Ontkennend?
A
I don't am tired
B
I not am tired
C
I am not tired
D
Don't I am tired

Slide 26 - Quizvraag

My brother can help you
Ontkennend?
A
My brother don't can
B
My brother can't
C
My brother doesn't can
D
My brother can't doesn't

Slide 27 - Quizvraag

My dog looks happy
Ontkennend?
A
My dog looks not
B
My dog doesn't look
C
My dog doesn't looks
D
My dog don't look

Slide 28 - Quizvraag

You study English
Vraagzin?

Slide 29 - Open vraag

She seems happy
Vraagzin?

Slide 30 - Open vraag

My parents have got two sons
Vraagzin?

Slide 31 - Open vraag

Aims
At the end of this lesson:
- you know how to form a plural
- you can correctly use this, that, these and those
- you can tell time in English
- you can spell ordinal and cardinal numbers
- you can use the present simple (questions + negatives)

Slide 32 - Tekstslide

En, snap je alles?
A
Ja
B
Nee
C
Na extra oefenen wel
D
Ik moet nog beter leren

Slide 33 - Quizvraag