Burgerschap les 8 module 1

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De maatschappij en IK!
Module 1 Standpunten, feiten en meningen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 3 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 5 - Tekstslide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Terugblik vorige week 
1. Wat zijn 'klassieke' grondrechten?
2.Welke 3 belangrijke grondrechten zijn er in Nederland ?
3. Waarom staan er tegenover rechten ook plichten?
4. Op welke manieren kun jij invloed hebben hierop ?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is vrijheid van mening?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is vrijheid van godsdienst een grondrecht?
A
Iedereen mag geloven wat hij of zij wil zonder daarvoor gestraft of beperkt te worden.
B
Omdat dit niet aan de mensen zelf is om te beslissen, maar aan de god zelf waar mensen in geloven.
C
Het valt eigenlijk ook onder vrijheid van meningsuiting. In iets geloven is eigenlijk een mening en geen feit.
D
Grondrechten zijn er voor iedereen ook als mensen anders denken of geloven dan jij.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe beschermt de Grondwet de vrijheid van burgers?
A
Door een lijst van leiders en rechten van burgers
B
Door een lijst van rechten en plichten van burgers
C
Door een lijst van straffen en regels
D
Door een lijst van belastingregels

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
1.Je weet wat een feit is en wat een mening is.

2. Je weet wat een standpunt is.



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen
1. Feit
2. Mening 
3. Standpunt
4. Feitelijk argument 
5. Niet-feitelijk argument 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Feit, mening en standpunt
We beginnen met een paar belangrijke begrippen:

Feit: een feit is iets dat echt waar is en dat je kunt controleren. Bijvoorbeeld: “Water kookt bij 100 graden Celsius.”

Mening: een mening is wat iemand vindt of denkt. Bijvoorbeeld: “Ik vind dat chocolade het lekkerste eten is.”

Standpunt: een standpunt is een mening die je kunt onderbouwen met feiten en wat je zelf vindt. Bijvoorbeeld: “Ik vind dat er meer bomen moeten worden geplant, omdat het goed is voor het milieu.”

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Feitelijke en niet-feitelijke argumenten
Feitelijk argument: Dit is een argument dat je kunt controleren. Het is gebaseerd op cijfers, onderzoek of wat echt waar is. Bijvoorbeeld: “Het dragen van een helm vermindert de kans op hoofdletsel met 60%.”

Niet-feitelijk argument: Dit is een argument dat gebaseerd is op wat jij of anderen vinden, voelen of denken. Bijvoorbeeld: “Ik denk dat mensen zich veiliger voelen met een helm.”

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:28
Waarom is dit een verkeerd standpunt?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen!
We gaan oefenen! Ik noem een paar zinnen en jullie schrijven of het een feit of een mening is.

"Katten zijn betere huisdieren dan honden."
"De aarde draait om de zon."
"Sporten is belangrijk voor je gezondheid."
"De Nederlandse zomers worden warmer."

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samen een standpunt bedenken (10 min)
Nu gaan jullie in tweetallen werken. Jullie krijgen een stelling en daarbij gaan jullie een standpunt bedenken:

Stelling: "Alle leerlingen moeten verplicht een helm dragen op de fiets."

1. Bedenk een standpunt bij deze stelling. Wat vinden jullie?
2. Bedenk daarna twee argumenten voor jullie standpunt:

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesopdracht 
Werkblad maken

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling
1. Wat zijn de twee soorten argumenten die je hebt geleerd?
2. Kun je uitleggen wat een feitelijk argument is en een voorbeeld geven?
3. Waarom zijn feitelijke argumenten over het algemeen sterker dan niet-feitelijke argumenten?
4. Hoe helpen argumenten om een standpunt te ondersteunen?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over de lesstof die je niet goed hebt begrepen.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies