Woordenschat week 37 nieuwsbegrip AA

Woordenschat - Nieuwsbegrip (week 37)

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorISKNT2ISK

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Woordenschat - Nieuwsbegrip (week 37)

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Ik kan de doelwoorden begrijpen

Ik kan de doelwoorden gebruiken in een voorbeeldzin.

Deze slide heeft geen instructies

Welk doelwoord ken je al of heb je al eens gehoord?

meevallen

zwaar

beschermen

tijdens

het roofdier

de stroom

Gebruik de antwoorden om kort voorkennis te activeren. Vraag eventueel bij enkele woorden om een voorbeeld uit het dagelijks leven.

meevallen

Betekenis: beter zijn dan je had gedacht.

Voorbeeldzin:

De toets viel mee! Hij was niet zo moeilijk.

Noem kort dat 'zwaar' zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt kan worden, maar houd op deze slide de nadruk op de letterlijke betekenis.

extra

Betekenis: meer dan normaal, meer dan eerst.


Voorbeeldzin:

Ik wil extra kaas op mijn hamburger.

Noem kort dat 'zwaar' zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt kan worden, maar houd op deze slide de nadruk op de letterlijke betekenis.

zwaar

Betekenis: moeilijk

Voorbeeldzin:

40 kilometer hardlopen is erg zwaar.

Noem kort dat 'zwaar' zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt kan worden, maar houd op deze slide de nadruk op de letterlijke betekenis.

beschermen

Betekenis: zorgen dat iemand of iets veilig is.


Voorbeeldzin: Een helm beschermt je als je valt.

Benadruk dat 'beschermen' vaak samen gaat met 'tegen': beschermen tegen regen, gevaar, zon of kou.

tijdens

Betekenis: in de tijd van.

Voorbeeldzin:

Tijdens de les schrijven de leerlingen in hun schrift.

Wijs erop dat 'tijdens' een voorzetsel is en vaak gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord, zoals 'tijdens de les' of 'tijdens de vakantie'.

het roofdier

Betekenis: een dier dat andere dieren vangt en opeet.


Voorbeeldzin: De leeuw vangt de zebra.

Maak eventueel het onderscheid met 'prooidier' mondeling, maar houd de slide eenvoudig en woordgericht.

de stroom

Betekenis: de elektriciteit, de kracht waardoor iets werkt


Voorbeeldzin: Door stroom stroom kan ik mijn telefoon opladen.

Noem kort dat 'stroom' twee veelgebruikte betekenissen heeft: water en elektriciteit. De voorbeeldzin gebruikt de betekenis van water.

Welk woord betekent: minder moeilijk dan je dacht?

A

extra

B

meevallen

C

zwaar

D

tijdens

Controleert de betekenis van meevallen. De andere opties zijn bekende doelwoorden en dus plausibele afleiders.

Welk woord past bij: meer dan normaal?

A

tijdens

B

extra

C

zwaar

D

meevallen

Controleert of leerlingen de betekenissen van de eerste woorden uit elkaar houden.

Welk woord gebruik je bij: in de tijd dat iets gebeurt?

A

beschermen

B

het roofdier

C

de stroom

D

tijdens

Laat leerlingen het tijdswoord onderscheiden van de zelfstandige naamwoorden en het werkwoord.

Maak een korte zin met stroom.

Mogelijke goede antwoorden noemen een eigen korte zin met één doelwoord, bijvoorbeeld: 'De tas is zwaar.' of 'Tijdens de les lees ik.' Bespreek mondeling; geen exact antwoord nodig.

Wat betekent het woord 'meevallen'?

A

kapot gaan

B

minder erg zijn dan gedacht

C

heel zwaar zijn

D

langer duren

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is een synoniem van 'zwaar'?

A

klein

B

moeilijk

C

licht

D

snel

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is een antoniem van 'extra'?

A

dubbel

B

meer

C

normaal

D

erbij

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'beschermen'?

A

vergeten

B

veilig houden

C

weggooien

D

openmaken

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord lijkt het meest op 'tijdens'?

A

na

B

boven

C

in

D

voor

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een roofdier?

A

dier in zee

B

dier dat vliegt

C

dier dat gras eet

D

dier dat dieren eet

Deze slide heeft geen instructies

Wat past het best bij het woord 'stroom'?

A

zon

B

telefoon

C

elektriciteit

D

computer

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is een synoniem van zwaar?

A

licht

B

klein

C

moeilijk

D

snel

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is een antoniem van zwaar?

A

licht

B

klein

C

makkelijk

D

snel

Deze slide heeft geen instructies

Vul de woorden in

  1. De toets kan meevallen ,misschien is hij niet zo moeilijk.

  2. Een berg beklimmen is zwaar.

  3. Ik neem een extra broodje mee want ik heb honger.

  4. Een helm kan je hoofd beschermen.

5. Tijdens de les luisteren we goed.

  1. De leeuw is een roofdier.

  2. Door stroom uitval kan ik mijn laptop niet opladen.

meevallen
zwaar
extra
beschermen
Tijdens
roofdier
stroom
normaal
licht
voor
water

Alle zeven doelwoorden komen terug in een bekende, eenvoudige context uit de les.

Welke woorden heb je vandaag geleerd?

Doel is reflectie op leren. Laat leerlingen in eenvoudige taal zeggen welk woord ze nu kennen of begrijpen.

Welk woord was moeilijk voor jou?

Reflectie op moeilijkheid. Mogelijke antwoorden gaan over een lastig woord, betekenis, synoniem of antoniem.

Begrippenlijst

meevallen - beter zijn dan je had gedacht

zwaar - moeilijk

extra - meer dan normaal of meer dan eerst

beschermen - zorgen dat iemand of iets veilig blijft

tijdens - in de tijd dat iets gebeurt

het roofdier - een dier dat andere dieren vangt en opeet

de stroom - bewegend water in een rivier; ook: elektriciteit

Deze slide heeft geen instructies