Britse rijk: industrialisatie (Geschiedenis havo), les 2: Examentraining

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Examentraining

Britse rijk: industrialisatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit en verandering bij de industrialisatie in Groot-Brittannië.

Onderdelen in deze les

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Examentraining

Britse rijk: industrialisatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: J. McNeven / Wikimedia Commons, publiek domein

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over de industrialisatie in Groot-Brittannië beantwoorden: oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bronnen en continuïteit en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: bestudeer de vraag en het gegeven, let op jaartal, maker en doel

  • 2. Zoek: welk begrip uit de stof hoort bij dit voorbeeld?

  • 3. Schrijf: antwoord met een begrip en een verwijzing naar het gegeven

Deze slide heeft geen instructies

Stoommachine van het type Watt in een technisch museum

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Vraagtype 1: oorzaken en gevolgen

  • Direct of indirect, korte of lange termijn, aanleiding

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal

Image credit: Nicolás Pérez / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Winsten uit koloniën betaalden spoorwegen: welk soort oorzaak voor industrialisatie?

A

Een sociaaleconomische oorzaak

B

Een politiek-bestuurlijke oorzaak

C

Een cultureel-mentale oorzaak

D

Een aanleiding

Geld en transport zijn sociaaleconomisch. Verwachte fout: politiek-bestuurlijk, omdat koloniën bestuurd werden.

Fabrieksarbeiders protesteerden tegen slechte omstandigheden. Wat was een gevolg?

A

De overheid voerde vrijhandel in

B

De overheid sloot alle fabrieken

C

De overheid probeerde excessen met wetten te voorkomen

D

De overheid verbood de vakbond

Factory Acts vanaf 1833. Verwachte fout: vrijhandel, dat is een wens van ondernemers.

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit wat mensen toen wisten en vonden

  • Oordeel niet met de kennis en normen van nu

Deze slide heeft geen instructies

Een fabrikant eiste in de 19e eeuw vrijhandel en weinig bemoeienis van de overheid. Waarom?

A

Hij wilde dat arbeiders betere omstandigheden kregen

B

Hij vond dat de overheid fabrieken moest besturen

C

Hij wilde als ondernemer vrij winst maken zonder regels

D

Hij wilde de Reform Bill tegenhouden

Liberale markteconomie met kleine overheid. Verwachte fout: een moreel motief voor arbeiders.

Waarom bleven arbeiders in slechte fabrieken werken?

Goed: ze hadden loon nodig, er waren weinig alternatieven in de snelgroeiende steden en er waren nog geen wetten of sterke vakbonden. Verwachte fout: 'ze vonden het prima', met de normen van nu geredeneerd.

Staunch reformers, prent uit 1831 over hervormers in Londen

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Kijk naar maker, doel, tijd en publiek

  • Weeg betrouwbaarheid en representativiteit

Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein

Een Britse ondernemer prijst in 1851 de wereldtentoonstelling. Bruikbaar voor arbeiders?

A

Beperkt: hij toont vooral het succes van ondernemers

B

Volledig: een ondernemer is altijd betrouwbaar

C

Onbruikbaar: een bron van een ondernemer telt niet

D

Goed: de tentoonstelling toont het leven van iedereen

Een bron is nooit onbruikbaar, maar de maker heeft een eigen belang en perspectief. Verwachte fout: onbruikbaar.

Een prent uit 1831 toont hervormers in Londen met spandoeken. Waarvoor is die vooral bruikbaar?

A

Voor het aantal kiezers na de Reform Bill

B

Voor het loon van fabrieksarbeiders

C

Voor de mening van alle Britten over hervorming

D

Voor hoe een tekenaar hervormers uit die tijd afbeeldde

Een prent van één maker laat zijn beeld zien en is niet representatief voor alle Britten. Verwachte fout: voor de mening van iedereen.

Kaart van het Britse rijk in 1886 (Imperial Federation)

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Wat veranderde, wat bleef gelijk?

  • Let op tempo, duur en schaal van de verandering

Image credit: Walter Crane / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat veranderde er tussen 1750 en 1900 in de rol van de koloniën?

A

Ze leverden geen grondstoffen meer

B

Naast grondstoffen leverden ze ook een afzetmarkt

C

Ze kregen een eigen industrie voor katoen

D

Ze werden vrije handelspartners zonder Britse invloed

Koloniën bleven grondstoffen leveren, en India werd ook afzetmarkt. Verwachte fout: dat de band losser werd.

Noem een verandering en een continuïteit in de Britse economie.

Goed: verandering = van handelskapitalisme naar industrieel kapitalisme (of van handwerk naar fabrieken); continuïteit = de koloniën bleven grondstoffen en winsten leveren. Verwachte fout: twee veranderingen noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit en verandering

Oefen het vraagtype met de meeste stemmen.

BRITSE RIJK · INDUSTRIALISATIE

Tips voor op het examen

  • Beantwoord de leidende vraag: welke rol speelden de koloniën? Denk aan grondstoffen, winsten en afzetmarkt

  • Jaartallen als 1832, 1833, 1851, 1870 en 1900 zijn keerpunten: noem ze erbij

  • Gebruik begrippen als industrieel kapitalisme, vrijhandel en sociale kwestie in je antwoord

Deze slide heeft geen instructies