China: verval keizerrijk (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Examentraining

China: verval keizerrijk: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen examenvragen over oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit en verandering, toegepast op China tussen 1842 en 1911.

Onderdelen in deze les

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Examentraining

China: verval keizerrijk: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Edward Duncan / Wikimedia Commons, publiek domein

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over het verval van het Chinese keizerrijk beantwoorden met oorzaken, standplaats, bronnen en verandering.

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de opdracht en welke bron of situatie krijg je?

  • 2. Zoek: welk begrip of keerpunt uit de stof past erbij?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met de situatie en benoem het soort oorzaak, de standplaats of de verandering

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en diepere oorzaak, direct en indirect, korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal

Deze slide heeft geen instructies

Corruptie verzwakte het Qing-gezag. Wat voor oorzaak is dat?

A

Een cultureel-mentale oorzaak op korte termijn

B

Een directe aanleiding voor de opiumoorlogen

C

Een politiek-bestuurlijke oorzaak op lange termijn

D

Een sociaaleconomisch gevolg van het Verdrag van Nanking

Het gaat om een zwakte in het bestuur die al lang bestond. Verwachte fout: dit als aanleiding zien; de aanleiding van de eerste opiumoorlog was het verbod op de opiumhandel.

Noem een sociaaleconomisch gevolg van de ongelijke verdragen.

Goed: de Chinese regering miste inkomsten uit economische centra, of buitenlandse kooplieden kregen voordelen in de havens. Verwachte fout: een politiek gevolg noemen zonder het economische.

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van de mensen toen en daar

  • Let op belangen, wereldbeeld en de positie van de groep, ook die van de Britten en van het Qing-hof

Deze slide heeft geen instructies

Waarom steunde Cixi in 1900 de Boksers, gezien haar positie?

A

Zij wilde het confucianisme juist afschaffen

B

Zij zag buitenlandse invloed als bedreiging voor het hof

C

Zij vond dat China sneller moest verwesteren

D

Zij wilde de ambtenarenexamens weer invoeren

Vanuit haar positie bedreigde de buitenlandse invloed het hof en het gezag. Verwachte fout: terugredeneren vanuit wat wij nu weten, of de Boksers als hervormers zien.

Waarom voerde Groot-Brittannië oorlog voor de opiumhandel?

Goed: vanuit Britse standplaats ging het om het handelsbelang, het openen van markten en het beschermen van Britse kooplieden, niet om het goedkeuren van opiumgebruik. Verwachte fout: alleen vanuit onze moraal oordelen.

Franse spotprent uit 1898: de mogendheden verdelen China als een taart (westerse blik)

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg de betrouwbaarheid af: wie maakte de bron, wanneer en met welk doel?

  • Kijk ook naar representativiteit: is de bron typerend voor de hele groep of periode?

Image credit: Henri Meyer, Le Petit Journal / Wikimedia Commons, publiek domein

Een Franse spotprent uit 1898 toont China als taart. Wat is een beperking?

A

Spotprenten zijn nooit bruikbaar als bron

B

De prent is pas tientallen jaren later gemaakt

C

De prent toont alleen de Chinese mening

D

Het is een westerse blik, bedoeld voor een Frans publiek

De maker en het publiek zijn Frans; de prent laat vooral zien hoe westerlingen naar China keken. Dat maakt hem bruikbaar voor westerse beeldvorming maar beperkt voor de Chinese situatie. Verwachte fout: spotprenten ongeschikt noemen.

Een Britse koopman beschrijft in 1840 de opiumhandel. Hoe bruikbaar?

Goed: hij is ooggetuige maar had zelf belang bij de handel; dus betrouwbaar voor wat hij zag, maar eenzijdig en niet representatief voor Chinese opvattingen. Verwachte fout: alleen 'hij was erbij' noemen.

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Vraagtype 4: continuïteit en verandering

  • Verandering heeft een tempo (snel of langzaam), een duur (kort of lang) en een schaal (klein of groot)

  • Een keerpunt zoals 1842, 1900 of 1911 laat een omslag zien

Deze slide heeft geen instructies

Het Qing-gezag verzwakte tussen 1842 en 1911 geleidelijk. Wat is dat?

A

Een snelle verandering van korte duur

B

Een verandering van kleine schaal die in 1900 begon

C

Een keerpunt dat in één jaar plaatsvond

D

Een langzame verandering van lange duur

Het verval verliep over decennia en had grote gevolgen. Verwachte fout: alleen naar het snelle keerpunt van 1911 kijken.

Waarom is 1911 een keerpunt in de Chinese geschiedenis?

Goed: de revolutie van 1911 maakte een einde aan het keizerrijk China en aan de Qing-dynastie. Verwachte fout: 1911 als beginpunt van het verval zien.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit en verandering

Deze slide heeft geen instructies

CONTEXT CHINA · 1842-1911

Tips voor op het examen

  • Noem bij een oorzaak altijd het soort: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Verklaar gedrag vanuit de positie van toen, zonder er nu over te oordelen, ook bij de Britten en het Qing-hof

  • Bij bronnen: koppel maker, tijd en doel aan de vraag, en denk aan representativiteit

  • Jaartallen als 1842, 1900 en 1911 zijn keerpunten om je redenering aan op te hangen

Deze slide heeft geen instructies