Goederen en Diensten: Wat zijn het en hoe verschillen ze?

Goederen en Diensten: Wat zijn het en hoe verschillen ze?
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Goederen en Diensten: Wat zijn het en hoe verschillen ze?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van de les kun je uitleggen wat goederen en diensten zijn en hoe ze van elkaar verschillen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over goederen en diensten?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Goederen en diensten zijn twee termen die we vaak horen, maar wat betekenen ze precies?

Slide 4 - Tekstslide

Introduceer het onderwerp en vraag of studenten al een idee hebben van wat de termen betekenen.
Wat zijn goederen?
Goederen zijn tastbare objecten die je kunt kopen of verkopen, zoals kleding, boeken en voedsel.

Slide 5 - Tekstslide

Leg uit wat goederen zijn en geef enkele voorbeelden.
Wat zijn diensten?
Diensten zijn ontastbare producten die je kunt kopen of verkopen, zoals een kappersbeurt, een taxi rit of een consult bij de dokter.

Slide 6 - Tekstslide

Leg uit wat diensten zijn en geef enkele voorbeelden.
Verschillen tussen goederen en diensten
Een belangrijk verschil tussen goederen en diensten is dat goederen tastbaar zijn en diensten niet. Een ander verschil is dat goederen vaak worden geproduceerd en opgeslagen voordat ze worden verkocht, terwijl diensten vaak op het moment van de aankoop worden geleverd.

Slide 7 - Tekstslide

Leg de belangrijkste verschillen uit tussen goederen en diensten.
Voorbeelden van goederen en diensten
Welke van de volgende zijn goederen en welke zijn diensten?
1. Een restaurantmaaltijd
2. Een boek
3. Een tandartsafspraak
4. Een treinkaartje

Slide 8 - Tekstslide

Laat studenten in groepjes werken om de voorbeelden te classificeren. Bespreek de antwoorden daarna klassikaal.
Waar worden goederen geproduceerd?
Goederen worden vaak geproduceerd in fabrieken en andere productiefaciliteiten.

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit waar goederen doorgaans worden geproduceerd.
Waar worden diensten geleverd?
Diensten worden vaak geleverd in fysieke locaties, zoals een kapsalon of een tandartspraktijk.

Slide 10 - Tekstslide

Leg uit waar diensten doorgaans worden geleverd.
Consumptiegoederen vs. Kapitaalgoederen
Er zijn twee soorten goederen: consumptiegoederen en kapitaalgoederen. Consumptiegoederen zijn goederen die direct worden gebruikt en verbruikt, zoals voedsel of kleding. Kapitaalgoederen zijn goederen die worden gebruikt om andere goederen of diensten te produceren, zoals machines of gebouwen.

Slide 11 - Tekstslide

Leg uit wat consumptiegoederen en kapitaalgoederen zijn en geef enkele voorbeelden.
Publieke vs. Private Diensten
Er zijn twee soorten diensten: publieke diensten en private diensten. Publieke diensten worden gefinancierd en geleverd door de overheid, zoals politie of gezondheidszorg. Private diensten worden gefinancierd en geleverd door bedrijven of individuen, zoals een kappersbeurt of een restaurantmaaltijd.

Slide 12 - Tekstslide

Leg uit wat publieke en private diensten zijn en geef enkele voorbeelden.
De waarde van goederen en diensten
De waarde van goederen en diensten wordt bepaald door de wet van vraag en aanbod. Als de vraag naar een bepaald goed of dienst hoog is en het aanbod beperkt, zal de prijs stijgen. Als de vraag laag is en het aanbod hoog, zal de prijs dalen.

Slide 13 - Tekstslide

Leg uit hoe de waarde van goederen en diensten wordt bepaald.
Het belang van goederen en diensten
Goederen en diensten zijn belangrijk omdat ze ons in staat stellen om aan onze behoeften en wensen te voldoen. Ze dragen ook bij aan de economische groei en ontwikkeling.

Slide 14 - Tekstslide

Leg uit waarom goederen en diensten belangrijk zijn.
Voordelen van internationale handel
Internationale handel is het uitwisselen van goederen en diensten tussen landen. Het biedt vele voordelen, waaronder lagere prijzen, meer keuzemogelijkheden en economische groei.

Slide 15 - Tekstslide

Leg uit wat internationale handel is en bespreek de voordelen.
Einde
Dat was onze les over goederen en diensten! Bedankt voor jullie aandacht.

Slide 16 - Tekstslide

Rond de les af en herhaal het leerdoel.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 17 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 18 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 19 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.