Chap 5, 2HV, Grammaire D De ontkenning

Jaar 2,  Chapitre 5, cour 3,
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 53 min

Onderdelen in deze les

Jaar 2,  Chapitre 5, cour 3,

Slide 1 - Tekstslide

Chap 5, 2HV, Grammaire D

 De ontkenning

Slide 2 - Tekstslide

        Au programme:
0. terugblik                             10 min
1. voca E                                  15 min
2. Grammaire D                       20 min
3. Blokket                                10 min
Devoirs:    Apprendre: Voca a, b, e et f, Parler C et grammaire D

Slide 3 - Tekstslide


Les buts: 

1. Kun je iets schrijven over jezelf.
2. Weet je hoe je de ontkenning gebruikt.

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik

Slide 5 - Tekstslide

Je trouve que............exercice est facile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce

Slide 6 - Quizvraag

Elle dit que .............travail est difficile.
A
cet
B
cette
C
ces
D
ce

Slide 7 - Quizvraag


Elise (vouloir) acheter un cadeau.
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez

Slide 8 - Quizvraag


Vous (vouloir) jouer au foot?
A
veux
B
veut
C
veulent
D
voulez

Slide 9 - Quizvraag

Voca a, b, e, f (sleepvraag)

Slide 10 - Tekstslide

la maison
le lit
la chambre
l'ordinateur
le bisous
la fièvre
fatigué (e)
malade
repose-toi
mieux
entrer
rester
de computer
het huis
beter
rust uit
blijven
binnenkomen
het bed
de slaapkamer
de kus
moe
de koorts
ziek

Slide 11 - Sleepvraag

penser
avoir besoin de
partir
ce matin
cet après-midi
à ce soir
en fait
toujours
interdit(e)
mauvais(e)
accro
la chose
vanochtend
denken
slecht
verboden
het ding
verslaafd
nodig hebben
vertrekken
vanmiddag
eigenlijk
tot vanavond
nog steeds, altijd

Slide 12 - Sleepvraag

l'accident
sans
si
car
au début
sans doute
être en train de
améliorer
discuter
la gorge
le ventre
le dos
want
het ongeluk
de keel
kletsen
de rug
de buik
zonder
als
aan het begin
bezig zijn met
waarschijnlijk
verbeteren

Slide 13 - Sleepvraag

le bras
la main
la jambe
le pied
l'endroit
le meilleur ami
bonsoir
dommage
à cause de
comme ça
gagner
rentrer
de voet
de arm
op die manier
vanwege
naar huis gaan
winnen
de hand
het been
de plek
goedenavond
de beste vriend
jammer

Slide 14 - Sleepvraag

Voca E
  • Zeg mij na ! (Répétez après moi !)
  • Schrijf de woorden en zinnen uit voca E over in je schrift. p. 41 (10 min en silence)
  • Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
  • Welke woorden heb je geleerd? (Quels mots as-tu appris)

Slide 15 - Tekstslide


De ontkenning:
niet en geen = ne.......................pas. ne staat vóór de persoonsvorm en pas direct erna

Je ne regarde pas la télé. = Ik kijk niet naar de tv.
Je n'aime pas les médicaments. = Ik hou niet van medicijnen.

ne....plus = niet meer                     ne ...rien  = niets
ne....jamais = nooit                         ne ....pas encore = nog niet

Slide 16 - Tekstslide

Faire: 

Quoi:            Faire: Grammaire D 
Comment:   en ligne avec les écouteurs
Temps:        20 minutes
Déjà fini:    Faire les devoirs: E : regarder
Apprendre: Phrases clés C et Grammaire D



Slide 17 - Tekstslide

Blooket  10 min

Slide 18 - Tekstslide

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 19 - Tekstslide

 Terugblik 

Slide 20 - Tekstslide

Vertaal: Zij is nooit ziek.
A
Elle n'est pas malade.
B
Elle n'est jamais malade.
C
Elle est pas malade.
D
Elle est jamais malade.

Slide 21 - Quizvraag

Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes.
Il cherche son portable. (niet meer)

Slide 22 - Open vraag

Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes.
Il téléphone à ses copains (nooit)

Slide 23 - Open vraag

Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes.
Ils vont à la piscine. (nog niet)

Slide 24 - Open vraag

Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes.
Samuel a trouvé son short de bain (niet)

Slide 25 - Open vraag

Beantwoord de vragen. Maak ontkennende zinnen met de onderstreepte werkwoorden en de woorden tussen haakjes.
Ce soir, ils vont manger en ville. (niets)

Slide 26 - Open vraag

Voca F
  • Zeg mij na ! (Répétez après moi !)
  • Schrijf de woorden en zinnen uit voca F over in je schrift. p. 41 (10 min en silence)
  • Als je eerder klaar bent: 'SlimStampen'
  • Welke woorden heb je geleerd? (Quels mots as-tu appris)

Slide 27 - Tekstslide

l'endroit
dommage
à cause de
gagner
rentrer
il vient
comme ça
faire du vélo
faire de la natation
faire du cheval
le ventre
dansen
winnen
de plek
paardrijden
zwemmen
faire la danse
de buik
jammer
vanwege
naar huis gaan
op die manier
hij komt
fietsen

Slide 28 - Sleepvraag

santé
le corps
faire de la musculation
les réseaux sociaux
le but
le conseil
musclé
faire attention
steeds meer
c'est pourquoi
sauf
le pain
de social media
de gezondheid
daarom
de plus en plus
het brood
behalve
het licham
fitnessen
het doel
gespierd
de tip, het advies
opleten

Slide 29 - Sleepvraag

Slide 30 - Video

Devoirs
1. B-lire: ex 11, 12 (page 18 -19)
2. Apprendre: Phrases clés C et Grammaire D

Slide 31 - Tekstslide