We gaan verder met de verschillende netwerken en de apparaten die je daarbij nodig hebt.
Slide 11 - Tekstslide
Uit de voorgaande opdracht: Hoeveel apparaten (die verbonden zijn met het Internet) heb je kunnen vinden?
< 5 apparaten
Tussen 5 en 10 apparaten
Tussen de 10 en 15 apparaten
Tussen de 15 en 20 apparaten
> 20 apparaten
Slide 12 - Poll
Thuis heb jij waarschijnlijk een zogenaamde 'SOHO' router staan. Wat betekent 'SOHO' eigenlijk?
A
Small Office/Home Office
B
Small Office/House Office
C
Special Office/Human Office
D
Special Operations at Home Office
Slide 13 - Quizvraag
Wat doet een router?
A
Een router levert de Wifi verbinding(en)
B
Je hebt een router nodig om te kunnen printen
C
Geen idee
D
Een router verbind netwerken met elkaar
Slide 14 - Quizvraag
Hoe is jouw thuisnetwerk ingericht?
Alles is draadloos via WiFi
Alles is bekabeld vanaf de router
Zowel bekabeld als via WiFi
Ik heb geen idee
Slide 15 - Poll
Uit hoeveel apparaten bestaat het kleinste netwerk?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 16 - Quizvraag
Controleren werking netwerk
Via Command Prompt of PowerShell in Windows
Gebruik het commando PING
Gevolgd door een spatie en dan het IP-adres
Slide 17 - Tekstslide
Aan de slag!
Bekijk film 5.1.4 in CompTIA
Maak LAB 5.2.2 in CompTIA
timer
30:00
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Netwerken - Lesweek 7 (2)
Na deze les kan de student zelf een netwerkkabel (UTP) maken met de hulp van een krimptang en RJ45 connectoren en hoe deze te testen op functionaliteit.