Herhaling thema zenuwstelsel

14.3 Zenuwstelsel
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

14.3 Zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Onder invloed van je wil
Zelfstandig
Binas 88L: overzicht autonome zenuwstelsel
Op basis van functie

Slide 2 - Tekstslide

BOUW
Zenuwstelsel op basis van de bouw.
Perifere zenuwstelsel zijn alle zenuwen bij elkaar die verbinding van en naar het CZS vormen. 

Slide 3 - Tekstslide

Het perifere zenuwstelsel bevat 3 typen zenuwcellen

Slide 4 - Tekstslide

centraal zenuwstelsel
grote hersenen: bewustzijn,
verwerking van informatie die
binnenkomt
kleine hersenen: evenwicht
hersenstam: ademhaling,
bloeddruk, hartslag temperatuur..
ruggenmerg: vormt verbindingen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

grote hersenen
in de hersenschors zitten de zenuwcellichamen (grijs)

primaire gebieden: daar komt de informatie binnen
secundaire gebieden: daar wordt de informatie verwerkt 

Slide 7 - Tekstslide

14.4 Zenuwcellen

Slide 8 - Tekstslide

Spier
zintuig
motorisch
sensorisch
schakel
BINAS 88A
Voorkennis:

Slide 9 - Tekstslide

Zenuwcellen
Zenuwcellen hebben een cellichaam (waar de kern zit) en uitlopers (lange 'armen' van de cel)

Slide 10 - Tekstslide

Neuronen
Dendriet: uitloper die signalen opvangt van andere neuronen of zintuigcellen en richting het cellichaam stuurt

Slide 11 - Tekstslide

Neuronen
Axon: uitloper die signalen van het cellichaam doorstuurt naar andere neuronen of een spier/ klier

Slide 12 - Tekstslide

Neuronen
Myelineschede: isolerende laag rondom uitlopers (dendrieten of axonen)


Slide 13 - Tekstslide

Cellen van Schwann (binas 88A)
Vormen de myelineschede om de lange uitlopers van neuronen. Vormen de oorzaak van sprongsgewijze impulsgeleiding. 



Slide 14 - Tekstslide

De actiepotentialen worden sprongsgewijs doorgegeven van insnoering naar insnoering tussen de Myeline schedes (gevormd door de cellen van Schwann)
Altijd een kant op. 
Impuls kan hierdoor met een snelheid van 120 m/s door het zenuwstelsel (i.p.v. 2 m/s)

Slide 15 - Tekstslide

Sensorisch neuron 

Slide 16 - Tekstslide

Schakelneuron

Slide 17 - Tekstslide

Motorisch neuron

Slide 18 - Tekstslide

Impuls
Zenuwcellen zijn electrisch geladen, de binnenkant is veel negatiever dan de buitenkant. Dit komt doordat er actief Na+ buiten en K+ binnen de cel worden gepompt. 
Als er een impuls ontstaat gaan er opeens veel positieve deeltjes (Na+) via natriumkanalen naar binnen en verandert de lading.
Binas 88D

Slide 19 - Tekstslide

Impulsen
Een impuls is een soort elektrische stroom door een zenuwcel, doordat er ineens Na+ door kanalen naar binnengaat.
Hij begint in de dendriet en verspreidt zich over het hele membraan van de zenuwcel richting de uiteinden van het axon.


Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Impulsgeleiding op een rijtje
Impuls = elektrisch stroompje = actiepotentiaal
  • ontstaat als prikkel sterk genoeg is (boven drempelwaarde)
  • Alles of niets principe 
  • negatieve lading slaat om naar positieve lading door Na+ instroom
  • impuls kan maar een kant op (richting uiteinde axon)
  • hoogte van impuls is altijd hetzelfde
  • bij sterkere prikkel neemt impulsfrequentie toe dus vaker na elkaar

Slide 22 - Tekstslide

Impulsoverdracht tussen zenuwcellen
Gebeurt altijd één
richting op (vanaf axon
naar dendriet)

Synaps: plaats waar
neuronen signalen
aan elkaar doorgeven

Slide 23 - Tekstslide

Neuronen
Neurotransmitter: chemische stof die berichten tussen zenuwcellen doorgeeft


Slide 24 - Tekstslide

Wat gebeurt er in de synaps? Tabel 88G

Slide 25 - Tekstslide

Neurotransmitter bindt aan receptoren
binas 88G

Slide 26 - Tekstslide

Neurotransmitters
Stimulerende neurotransmitters

Stimuleren het ontstaan van een impuls in de volgende zenuwcel

bv Acetylcholine, glutamaat, adrenaline, dopamine
Remmende neurotransmitters

Remmen het ontstaan van een impuls in de volgende zenuwcel

bv GABA, serotonine

Slide 27 - Tekstslide

Neurotransmitters
Stimulerende neurotransmitter: Natrium kanalen gaan open:
Na+ stroomt naar binnen: Drempelwaarde bereikt? Impuls
Remmende
neurotransmitter:
Natrium kanalen
blokkeren: geen
impuls.

Slide 28 - Tekstslide

Reflexboog
De aansturing van de spieren/klieren zonder betrokkenheid van de grote hersnenen (niet bewust).
Loopt meestal via het ruggenmerg en meteen weer terug. Behalve reflexen in het gebied van het hoofd, die gaan via de hersenstam.

Sommige reflexen zijn aangeboren, sommigen aangeleerd.

Slide 29 - Tekstslide

Reflex
Binas 88K

Slide 30 - Tekstslide

Een reflex is snel, omdat de impuls maar langs weinig synapsen moet (via ruggenmerg of hersenstam). 
Een reflex is snel, omdat de impuls maar langs weinig synapsen moet. 

Slide 31 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Ga naar eindexamensite.nl 
Code klas: FBYXD
Oefenen zenuwstelsel: UVE48

Lukt het niet: heb ik een papier, helaaass....

Slide 32 - Tekstslide