Sociale Media: Vriend of Vijand?

Sociale Media: Vriend of Vijand?
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 1,4,5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Sociale Media: Vriend of Vijand?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van de les weet je wat sociale media is en ken je de voor- en nadelen ervan.

By the end of the lesson, you'll know what social media is and know its pros and cons.

Slide 2 - Tekstslide

Introduceer het leerdoel en leg uit wat de leerlingen zullen leren.
Wat weet je al over sociale media?
What do you already know about social media?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Quiz
Doe de quiz op de volgende slide.
(Do the quiz on the next slide.)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Quizlet
We oefenen met woordenschat op Quizlet.
(We practice vocabulary on Quizlet)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar het filmje.
Geef antwoord op de vragen over het filmpje.
(Answer the questions about the video.)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat wil de politie met hun campagne bereiken?
What do the police want to achieve with their campaign?
A
kinderen motiveren om te hacken
B
kinderen aan het denken zetten en waarschuwen dat inloggen op iemand anders account strafbaar is
C
kijken hoeveel kinderen willen hacken
D
kinderen op hack cursussen zetten

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe worden cybercriminelen ook wel genoemd?
What are cybercriminals also called?
A
dieven
B
spammers
C
agenten
D
hackers

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen hackers?
A
Ze kraken computersystemen om bijvoorbeeld gegevens te stelen of geld.
B
Ze stelen je geld van je kluis.
C
Ze stelen geld van je huis.
D
Ze stelen je geld en sieraden.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning) : de jongere
A
waar je straf voor kunt krijgen
B
op internet
C
iemand van ongeveer 12 tot 20 jaar
D
het bericht, de mededeling

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): in de val lopen
A
zich laten vangen
B
merken dat iemand iets stiekem doet
C
dingen waardoor je meer over iets weet of leert
D
waar je straf voor kunt krijgen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): betrappen
A
waar je straf voor kunt krijgen
B
het bericht, de mededeling
C
op internet
D
merken dat iemand iets stiekem doet

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): de informatie
A
dingen waardoor je meer over iets weet of leert
B
waar je straf voor kunt krijgen
C
merken dat iemand iets stiekem doet
D
iemand van ongeveer 12 tot 20 jaar

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): strafbaar
A
zich laten vangen
B
op internet
C
dingen waardoor je meer over iets weet of leert
D
waar je straf voor kunt krijgen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): online
A
zich laten vangen
B
op internet
C
het bericht, de mededeling
D
merken dat iemand iets stiekem doet

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de betekenis (find the definition/ meaning): de boodschap
A
het bericht, de mededeling
B
zich laten vangen
C
op internet
D
waar je straf voor kunt krijgen

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Woordzoeker
Zoek de woorden in de woordzoeker.
(Find the words in the word search.)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat is Sociale Media?
Sociale media zijn online platformen waar mensen informatie kunnen delen en met elkaar kunnen communiceren.

Social media are online platforms where people can share information and communicate with each other.

Slide 22 - Tekstslide

Definieer sociale media en laat enkele voorbeelden zien van bekende platformen.
Voordelen (Advantages) van Sociale Media
Je kunt makkelijk in contact blijven met vrienden en familie, informatie delen, en nieuwe mensen ontmoeten.

You can easily stay in touch with friends and family, share information, and meet new people.

Slide 23 - Tekstslide

Geef enkele voorbeelden van voordelen van sociale media en vraag de leerlingen om nog meer voordelen te noemen.
Nadelen (Disadvantages) van Sociale Media
Sociale media kunnen verslavend zijn, je privacy in gevaar brengen, en bijdragen aan cyberpesten.

Social media can be addictive, compromise your privacy, and contribute to cyberbullying.

Slide 24 - Tekstslide

Geef enkele voorbeelden van nadelen van sociale media en vraag de leerlingen om nog meer nadelen te noemen.
Hoe gebruik je Sociale Media?
(How do you use Social Media?)
Gebruik sociale media verstandig en beperk de tijd die je eraan besteedt. Denk na voordat je iets post en respecteer de privacy van anderen.

Use social media wisely and limit the time you spend on it. Think before you post and respect the privacy of others.

Slide 25 - Tekstslide

Geef enkele tips over veilig en verstandig gebruik van sociale media en vraag de leerlingen om nog meer tips te noemen.
Sociale Media in de toekomst (future) 
Sociale media blijven evolueren en nieuwe platformen zullen ontstaan. Het is belangrijk om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen.

Social media will continue to evolve and new platforms will emerge. It is important to stay informed of new developments.

Slide 26 - Tekstslide

Beschouw sociale media als een dynamisch en evoluerend fenomeen en inspireer de leerlingen om kritisch te blijven nadenken over de impact ervan.
Je eigen emoji-
Opdracht: Je gaat je eigen emoji ontwerpen! De emoji
mag nog niet bestaan. Succes!

(Your own emoji-
Task: You will design your own emoji! The emoji
must not exist yet. Good luck!)

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

https://www.nieuwsbegrip.nl/
Log in: https://docs.google.com/document/d/1lW3PScfpMQdvsHEyIhGFcqwyQITm8VJpVfLa07cAbck/edit?usp=sharing
en ga naar: 
Jaar: 2019
Week: 8
Titel: Cybercriminaliteit

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak de woordenschat en andere tekstsoort opdrachten.
(Make the vocabulary and other text type excercises.)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je in deze les hebt geleerd.
(Write down 3 things you have learned in this lesson.)

Slide 30 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
(Write down 2 things you want to know more about.)

Slide 31 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
(Ask 1 question about something you haven't understood very well.)

Slide 32 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.