Blok 2 Slagroomtaart

Welkom!
1 / 60
volgende
Slide 1: Tekstslide
HorecaPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 60 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide


Slagroomtaart

Slide 2 - Tekstslide

Wat heb je vorige week gemaakt?

Slide 3 - Tekstslide

lesdoelen
  • Je kan vertellen wat een beslag is en wat de hoofdingredienten zijn
  • Je kan 2 soorten beslag benoemen
  • Je kan een taart decoreren

Slide 4 - Tekstslide

theorie
Een beslag is een luchtig geklopt mengsel

Een belangrijk kenmerk van een beslag is dat je het kunt spuiten en niet uit kunt rollen

Slide 5 - Tekstslide

theorie
De hoofdgrondstoffen van beslag zijn:

eieren
suiker
bloem




Slide 6 - Tekstslide

theorie
De hulpgrondstoffen van beslag zijn:

vetstoffen
smaakstoffen
garnituur

Slide 7 - Tekstslide

Soorten beslag

Slide 8 - Tekstslide

Cakebeslag = met vetstof
Kapselbeslag = zonder vetstof

Slide 9 - Tekstslide

eindproducten en tussenproducten
Eindproducten zijn na het bakken direct klaar voor de verkoop
eierkoeken en cake 

Tussenproducten worden niet meteen aan de klant verkocht
maar worden eerst nog bewerkt
taartkapsel


Slide 10 - Tekstslide

Slagroomgebak
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 11 - Quizvraag

Taartkapsel
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 12 - Quizvraag

Chocolade taartkapsel
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 13 - Quizvraag

Cake
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 14 - Quizvraag

Eierkoek
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 15 - Quizvraag

Cupcake
A
Tussenproduct
B
Eindproduct

Slide 16 - Quizvraag

vaktaal
  • Kapselbeslag = beslag zonder vetstof (boter)
  • cakebeslag = beslag met vetstof (boter)
  • Eindproduct = klaar voor de verkoop
  • Tussenproduct = moet nog worden afgemaakt
  • Decoreren = mooi maken
  • Rozet 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

voorbereiding
1. Keuken hygienisch schoon maken
2. Materialen verzamelen
2. Ingreidenten verzamelen

Slide 19 - Tekstslide

Voorbereiding koken
1. Handen wassen 20 sec.
2. Koksbuis aantrekken
3. Haarnetje op
4. Emmer met sop 
5. Werkbank schoonmaken

Slide 20 - Tekstslide

emmer sop
1. pak het blauwe schoonmaakmiddel.

2. doe 1/2 dopje in je emmer. 

3. vul tot het 2e streepje. 

Slide 21 - Tekstslide

Springvorm
Pannenlikker
Paletmes
Spuitzak

Slide 22 - Sleepvraag

materialen
Springvorm
Bakpapier
Pannenlikker
Bekken 2x
handmixer
Paletmes
Spuitzak

Slide 23 - Tekstslide

Ingredienten biscuit

1 pak biscuitmix
4 eieren
50 ml melk
Ingredienten vulling
500 ml slagroom
2 zakjes klopfix
2 zakjes vanillesuiker
1 eetlepel jam
nougatine
vers fruit

Slide 24 - Tekstslide

uitvoeren
Je gaat de slagroomtaart in 5 delen maken:
1. Biscuittaart maken
2. fruit voorbereiden
3. Slagroomvulling maken
4 Vullen van biscuittaart
5. Afwerken van de slagroomtaart



Slide 25 - Tekstslide

Deel 1 Biscuittaart maken

Slide 26 - Tekstslide

Stap 1
4. Bekleed de springvorm met bakpapier en zet aan de kant op je werkbank

Slide 27 - Tekstslide

Stap 2
5. Doe in bekken 1: biscuitmix, eieren en melk
6. Mix alles tot een luchtig beslag  8 minuten!

Slide 28 - Tekstslide

Stap 3
7. Stort het beslag in de springvorm
8. Zet de springvorm in de oven
9. Bak het biscuitdeeg in 30 minuten gaar

Slide 29 - Tekstslide

Stap 4
10. Haal het biscuitdeeg uit de oven en haal uit de springvorm
11. Laat het biscuitdeeg helemaal afkoelen = KOUD

Slide 30 - Tekstslide

Deel 2 Fruit schoonmaken

Slide 31 - Tekstslide

Stap 1
12. Maak het fruit wat je wilt gebruiken schoon
13. Snijd in de juiste vorm

Slide 32 - Tekstslide

Deel 3 Slagroomvulling maken

Slide 33 - Tekstslide

Stap 1
14. Doe in bekken 2: slagroom, klopfix en vanillesuiker
15. Klop de slagroom helemaal stijf

Slide 34 - Tekstslide

Stap 2
16. Doe 5 eetlepels slagroom in de spuitzak
 
17. Dek af met vershoudfolie en zet voor 10 minuten in de koelkast

Slide 35 - Tekstslide

Deel 4 Biscuittaart vullen

Slide 36 - Tekstslide

Stap 1
18. Snijd het biscuitdeeg horizontaal doormidden


Slide 37 - Tekstslide

Stap 2
19. Leg de onderkant op het taartkarton
 
20. Verdeel 1 eetlepel aardbeienjam over de bodem (smeer uit met paletmes)

Slide 38 - Tekstslide

Stap 3
21. Neem 2 eetlepels slagroom

 
22. Verdeel dit over de jam  zorg dat het gelijkmatig verdeeld is

Slide 39 - Tekstslide

Stap 4
23. Leg de bovenkant weer op de taart

Slide 40 - Tekstslide

Deel 5 Slagroomtaart afwerken

Slide 41 - Tekstslide

Stap 1
24. Verdeel de rest van de slagroom over de bovenkant en buitenkant van de taart
25. Strijk netjes af met het paletmes

Slide 42 - Tekstslide

Stap 2
26. Decoreer de randen van de taart met nougatine

Slide 43 - Tekstslide

Stap 3
27. Spuit 8 rozetten bovenop de slagroomtaart

Slide 44 - Tekstslide

Stap 4
28. Maak de slagroomtaart af met fruit en chocolade

Slide 45 - Tekstslide

Maak een foto van de slagroomtaart!

Slide 46 - Open vraag

afronden
na het koken ga je je spullen schoonmaken en opruimen. 

je zorgt dat ze ruimte weer netjes wordt.

Slide 47 - Tekstslide

stap 1 Afwassen
  1. Voorspoelen
  2. Wasbak met warm water + zeep
  3. Afwassen
  4. Afdrogen
  5. Opruimen van materialen
  6. Wasbak schoonmaken

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Video

stap 2
maak je werkblad schoon

Slide 50 - Tekstslide

stap 3
Maak het fornuis schoon

Slide 51 - Tekstslide

stap 4
veeg en/of dweil de vloer. 

Slide 52 - Tekstslide

schoonmaaktaken: 
  • wasbakken 1+2
  • wasbakken 3+4
  • Temperatuur meten
  • werkbank controleren
  • was vouwen
schoonmaaktaken:
  • vloer vegen
  • vloer schrobben
  • vloer trekken
  • kruidenkar
  • tafels schoonmaken

Slide 53 - Tekstslide

Nabespreken
kijk terug op de les. Hoe is het gegaan, wat ging super? 
zijn er ook dingen die je anders zou doen?
antwoord dit op de volgende slides

Slide 54 - Tekstslide

Wat zijn de hoofdgrondstoffen van beslag?

Slide 55 - Open vraag

Wat zijn de hulpgrondstoffen van beslag?

Slide 56 - Open vraag

Springvorm
Pannenlikker
Paletmes
Spuitzak

Slide 57 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen
cakebeslag en kapselbeslag?

Slide 58 - Open vraag

Hoe smaakte de slagroomtaart?
A
lekker
B
niet lekker
C
een beetje lekker
D
ik heb het niet geproefd

Slide 59 - Quizvraag

Wat ga je de volgende keer anders doen?

Slide 60 - Open vraag