4.4 Hefbomen

H4 Kracht en Beweging
4.4 Hefbomen. 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H4 Kracht en Beweging
4.4 Hefbomen. 

Slide 1 - Tekstslide

Harry fietst 28 km in 50 min. Bereken de gemiddelde snelheid van Harry in km/h

Slide 2 - Open vraag

Leerdoelen 4.4
17. Ik kan voorbeelden geven van hefbomen en uitleggen wat er bedoeld wordt met draaipunt, korte arm en lange arm

18. Ik kan uitleggen wanneer een hefboom in evenwicht is.

19. Ik kan met de hefboomregel bereken wanneer een hefboom in evenwicht is.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Geef 3 voorbeelden van een hefboom

Slide 5 - Open vraag

hefboom
  • vergroten van (spier)kracht

  • Hefboom bestaat uit: 
  1. lange arm, 
  2. korte arm, 
  3. draaipunt. 

  • vb: Schaar, hamer, tang, steeksleutel, deurklink 
hefboom

Slide 6 - Tekstslide

Waar is de kracht van de schaar het grootst?
A
punt A
B
punt b

Slide 7 - Quizvraag

1
2
3
4
Hefboomregel

Slide 8 - Tekstslide

maak opdracht 4 op blz. 26 van je werkboek en lever hieronder een foto in

Slide 9 - Open vraag

Kracht 1 x arm 1 = kracht 2 x arm 2 
 F1 x l1 = F2 x l2
hefboomregel berekening

Slide 10 - Tekstslide

Hefboomregel
Voor een hefboom in evenwicht geldt de hefboomregel 

Kracht 1 x arm 1 = kracht 2 x arm 2 
F1 x l1 = F2 x l2

F is kracht in newton
l is lengte van de arm in m 

Slide 11 - Tekstslide

hefboom regel 
toon met een berekening aan dat de hefboom in evenwicht is? 

Gegeven: F1 = 200N l1 = 2 m
                   F2 = 400N l2 = 1 m 
Gevraagd: Is hefboom in evenwicht. 

Formule: F1 x l1 = F2 x l2 

Berekening:  
          200 x 2 = 400 x 1 
                400 = 400 
antwoord: 
De hefboom is in evenwicht. 


Slide 12 - Tekstslide

maak opdracht 11 op blz 28 van je werkboek en lever hieronder een foto van de opdracht in?

Slide 13 - Open vraag

bereken met de hefboom regel hoe groot de kracht is in punt s van de schaar?
Gegeven: l1 = 2,5 cm    F2 = 1,5 N  l2 = 6 cm

Gevraagd: F1 in punt S

Formule: F1 x l1 = F2 x l1 

Berekening:      F1 x l1 = F2 x l2
                                    F1 x 2,5 = 1,5 x 6
                              F1 x 2,5 = 9 
                              F1 = 9 : 2,5 = 3,6
Antwoord: De kracht in punt S is 3,6 N 





uitleg berekening

Slide 14 - Tekstslide

maak opdracht 12 op blz 28 van je werkboek. lever hieronder een foto in van de opdracht.

Slide 15 - Open vraag

maak opdracht 15 op blz 29 van je werkboek. en lever hieronder een foto van de gemaakte opdracht in.

Slide 16 - Open vraag

Aan de slag
Groep onvoldoende: 4.4 opdracht 1 /tm 15

Groep Voldoende: 3,4,5, 8 t/m 15 aanbevolen 1 t/m 15 

Groep Goed: Zelf kiezen uit 1 t/m 15 aanbevolen: 3,4,5, 8 t/m 15 

Je levert een foto's van het gemaakte werk in via de volgende dia

Slide 17 - Tekstslide

Lever hier een foto's in van het gemaakte werk

Slide 18 - Open vraag