MOLECULAIR · GENREGULATIE
Quiz
Terugblik: Genregulatie en celdifferentiatie
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Quiz
Terugblik: Genregulatie en celdifferentiatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ryddragyn / Wikimedia Commons, publiek domein
Welke stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot vrijwel alle celtypen?
Bloedstamcellen uit het beenmerg
Volwassen stamcellen in weefsels
Embryonale stamcellen
Gespecialiseerde spiercellen
Embryonale stamcellen zijn het veelzijdigst. Verwachte fout: volwassen stamcellen kiezen.
Wat is een belang van genregulatie voor een cel?
De cel maakt alleen de nodige eiwitten
De cel krijgt er extra genen door
Het genotype past zich aan de omgeving aan
De cel kan er onbeperkt door delen
Genregulatie bepaalt welke genen wanneer worden afgelezen. Verwachte fout: denken dat genregulatie het genotype verandert.
Een spiercel en een huidcel van één persoon maken andere eiwitten. Waardoor?
Ze hebben een ander genotype
In elke cel zijn andere genen aan- en uitgeschakeld
In de spiercel ontbreken de genen van de huidcel
Ze hebben een verschillende hoeveelheid DNA
Het verschil zit in genexpressie, niet in de genen. Verwachte fout: denken dat de genen van het andere celtype ontbreken.
Wat betekent strak verpakt DNA in nucleosomen voor een gen?
Het gen wordt juist sneller afgelezen
De basenvolgorde van het gen verandert
Het gen wordt omgezet in een proto-oncogen
RNA-polymerase komt er moeilijk bij: het gen staat uit
Strakke verpakking maakt het gen minder toegankelijk. Verwachte fout: denken dat het gen sneller wordt afgelezen of dat de basenvolgorde verandert.
Hoe schakelt RNAi een gen uit?
Een klein RNA bindt aan het mRNA, dat wordt afgebroken
Een klein RNA bindt aan de promotor van het gen
Er komen methylgroepen aan de basen van het gen
De repressor bindt aan de operator van het gen
RNAi werkt op het mRNA. Verwachte fout: methylering of de repressor kiezen, dat zijn andere manieren van regelen.
Waardoor ontstaan losse vingers bij een embryo?
Cellen tussen de vingers differentiëren tot vingers
Cellen tussen de vingers worden gemethyleerd
Cellen tussen de vingers ondergaan apoptose
Cellen tussen de vingers delen zich sneller
Apoptose verwijdert de cellen tussen de vingers. Verwachte fout: denken dat deze cellen alleen differentiëren of zich minder delen.
Welke factor is een mutagene factor?
Zichtbaar licht
Radiogolven
UV-straling
Infrarode straling
UV-straling kan het DNA beschadigen. Verwachte fout: zichtbaar licht kiezen.
Welk organel levert enzymen voor apoptose?
Goed: het lysosoom. Verwachte fout: mitochondrion of ribosoom noemen.
Weefsel A heeft een sterk gemethyleerde promotor van gen G, weefsel B niet. Wat verwacht je?
Gen G wordt in weefsel B vaker afgelezen dan in A
Gen G wordt in weefsel A vaker afgelezen dan in B
Weefsel A heeft een andere basenvolgorde van gen G
In weefsel B bindt een repressor aan gen G
Methylering schakelt een gen uit, dus gen G is in B actiever. Verwachte fout: denken dat methylering een gen aanzet of dat de basenvolgorde verschilt.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Goed gedaan!
Je kent nu genregulatie bij prokaryoten en eukaryoten, de rol van stamcellen en celdifferentiatie, hoe mutaties tot kanker kunnen leiden en wat apoptose doet. Zo hangen genen, cellen en organismen samen.
Deze slide heeft geen instructies