Genregulatie en celdifferentiatie (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

MOLECULAIR · GENREGULATIE

Quiz

Terugblik: Genregulatie en celdifferentiatie

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met negen vragen over genotype en celtypen, stamcellen, genregulatie, nucleosomen, RNAi, apoptose, mutagene factoren en methylering.

Onderdelen in deze les

MOLECULAIR · GENREGULATIE

Quiz

Terugblik: Genregulatie en celdifferentiatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Ryddragyn / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot vrijwel alle celtypen?

A

Bloedstamcellen uit het beenmerg

B

Volwassen stamcellen in weefsels

C

Embryonale stamcellen

D

Gespecialiseerde spiercellen

Embryonale stamcellen zijn het veelzijdigst. Verwachte fout: volwassen stamcellen kiezen.

Wat is een belang van genregulatie voor een cel?

A

De cel maakt alleen de nodige eiwitten

B

De cel krijgt er extra genen door

C

Het genotype past zich aan de omgeving aan

D

De cel kan er onbeperkt door delen

Genregulatie bepaalt welke genen wanneer worden afgelezen. Verwachte fout: denken dat genregulatie het genotype verandert.

Een spiercel en een huidcel van één persoon maken andere eiwitten. Waardoor?

A

Ze hebben een ander genotype

B

In elke cel zijn andere genen aan- en uitgeschakeld

C

In de spiercel ontbreken de genen van de huidcel

D

Ze hebben een verschillende hoeveelheid DNA

Het verschil zit in genexpressie, niet in de genen. Verwachte fout: denken dat de genen van het andere celtype ontbreken.

Wat betekent strak verpakt DNA in nucleosomen voor een gen?

A

Het gen wordt juist sneller afgelezen

B

De basenvolgorde van het gen verandert

C

Het gen wordt omgezet in een proto-oncogen

D

RNA-polymerase komt er moeilijk bij: het gen staat uit

Strakke verpakking maakt het gen minder toegankelijk. Verwachte fout: denken dat het gen sneller wordt afgelezen of dat de basenvolgorde verandert.

Hoe schakelt RNAi een gen uit?

A

Een klein RNA bindt aan het mRNA, dat wordt afgebroken

B

Een klein RNA bindt aan de promotor van het gen

C

Er komen methylgroepen aan de basen van het gen

D

De repressor bindt aan de operator van het gen

RNAi werkt op het mRNA. Verwachte fout: methylering of de repressor kiezen, dat zijn andere manieren van regelen.

Waardoor ontstaan losse vingers bij een embryo?

A

Cellen tussen de vingers differentiëren tot vingers

B

Cellen tussen de vingers worden gemethyleerd

C

Cellen tussen de vingers ondergaan apoptose

D

Cellen tussen de vingers delen zich sneller

Apoptose verwijdert de cellen tussen de vingers. Verwachte fout: denken dat deze cellen alleen differentiëren of zich minder delen.

Welke factor is een mutagene factor?

A

Zichtbaar licht

B

Radiogolven

C

UV-straling

D

Infrarode straling

UV-straling kan het DNA beschadigen. Verwachte fout: zichtbaar licht kiezen.

Welk organel levert enzymen voor apoptose?

Goed: het lysosoom. Verwachte fout: mitochondrion of ribosoom noemen.

Weefsel A heeft een sterk gemethyleerde promotor van gen G, weefsel B niet. Wat verwacht je?

A

Gen G wordt in weefsel B vaker afgelezen dan in A

B

Gen G wordt in weefsel A vaker afgelezen dan in B

C

Weefsel A heeft een andere basenvolgorde van gen G

D

In weefsel B bindt een repressor aan gen G

Methylering schakelt een gen uit, dus gen G is in B actiever. Verwachte fout: denken dat methylering een gen aanzet of dat de basenvolgorde verschilt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

MOLECULAIR · GENREGULATIE

Goed gedaan!

Je kent nu genregulatie bij prokaryoten en eukaryoten, de rol van stamcellen en celdifferentiatie, hoe mutaties tot kanker kunnen leiden en wat apoptose doet. Zo hangen genen, cellen en organismen samen.

Deze slide heeft geen instructies