Blok 5 Les 3: Bevruchting

In verwachting van een plantje...
6.3 Bevruchting
Thema 6: Bloemen, vruchten, zaden
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

In verwachting van een plantje...
6.3 Bevruchting
Thema 6: Bloemen, vruchten, zaden

Slide 1 - Tekstslide

Bestuiving
Hiernaast zijn bloemen van 3 verschillende planten te zien. 

  • Waarom is de ene pijl wel bestuiving en de andere niet? 
  • Wat verplaatst er bij bestuiving en waar naar toe?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Eenslachtig of tweeslachtig

Slide 4 - Tekstslide

Deze les
Herhalen begrippen:
  • insectenbloem en windbloem
  • bestuiving: kruisbestuiving en zelfbestuiving
  •  bloem: eenslachtig, tweeslachtig
  • plant: eenhuizig, tweehuizig

Slide 5 - Tekstslide

Eenhuizig: 1 plant nodig voor voortplanting.
Tweehuizig: 2 planten nodig voor voorplanting.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Kan een tweeslachtige plant tweehuizig zijn?
A
Ja
B
Ja, alleen als de mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant zitten
C
Nee

Slide 8 - Quizvraag

Oefenen
  1. Gebruik de link op de volgende pagina.
  2. Maak deze opdracht.
  3. Teken de volgende situatie in je schrift:
Een eenslachtige, eenhuizige plant met insectenbloemen die via kruisbestuiving bestuift. 

Slide 9 - Tekstslide

Vrouwelijke geslachtsorgaan
Afbeeldingsresultaat voor vruchtbeginsel
Herhaling

Slide 10 - Tekstslide

0

Slide 11 - Video

 Bevruchting
Voor bevruchting is eerst bestuiving nodig: een stuifmeelkorrel van dezelfde plantensoort op de stempel. 

Uit elke stuifmeelkorrel groeit een stuifmeelbuis (pollenbuis) met kern door de stijl naar het vruchtbeginsel. 
Hier zie je één stuifmeelbuis.

In het vruchtbeginsel kan de bevruchting plaatsvinden.

Bestuiving: Stuifmeelkorrel komt op de stempel (een deel van de stamper). Het is een stuifmeelkorrel van eenzelfde plantensoort.
1
Kern bevindt zich in de top van de stuifmeelbuis
2
Stuifmeelbuis met kern op weg naar één zaadbeginsel<div>Zaadbeginsels liggen in het vruchtbeginsel</div>
3
In elk zaadbeginsel bevindt zich een eicel.<div>De stuifmeelbuis met kern is bijna aangekomen bij één zaadbeginsel. &nbsp;</div><div>Na bestuiving kunnen er meerdere stuifmeelbuizen richting het vruchtbeginsel groeien.</div>
4

Slide 12 - Tekstslide

Van bloem naar vrucht
Een bloem is er alleen voor bestuiving en bevruchting. 

Zaden zorgen voor nieuwe planten.

Hiervoor moeten zaden wel verspreid worden.

Slide 13 - Tekstslide

Bevruchting
De buis gaat door de stijl naar een zaadbeginsel. Als de buis daar aankomt knapt de top open zodat de kern van de stuifmeelkorrel de eicel kan binnendringen. 

Bevruchting:
De kern van de mannelijke geslachtscel smelt samen met de kern van de vrouwelijke geslachtscel. Er is een eicel die bevrucht is.
De bevruchte eicel noem je een zygote.
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern. De top van de stuifmeelbuis knapt open. De kern van de stuifmeelkorrel dringt de eicel binnen en smelt samen met de eicel. Dat is bevruchting. Er is nu een bevruchte eicel ontstaan. Deze noem je een zygote.
1
Pollenbuis met de kern van de stuifmeelkorrel (mannelijke geslachtscel) groeit door de stijl naar een zaadbeginsel met daarin een eicel (vrouwelijke geslachtscel).
1

Slide 14 - Tekstslide

Zaadbeginsel
In het zaadbeginsel bevindt zich de eicel (vrouwelijke geslachtscel). 
De eicel ligt vlakbij de opening in de zaadhuid. 

Na de bevruchting groeit het zaadbeginsel uit tot een zaad 
en de bevruchte eicel tot een kiem.
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern.
1
De zaadhuid zit om het zaad en bestaat uit een paar vliesjes
2
Het binnenste deel van het zaadbeginsel: 1 of 2 zaadlobben.&nbsp;<div>De zaadlobben bevatten zetmeel, dat is reservevoedsel voor het jonge plantje. Het wordt gebruikt door de kiem tijdens het kiemen.</div><div><br></div>
3
Steeltje van het zaadbeginsel, het zit vast aan het vruchtbeginsel.<br><div><br></div>
4
Eicel met kern, vlakbij de opening
5
Het vruchtbeginsel groeit uit tot de vrucht 
(met daarin het zaad).

Slide 15 - Tekstslide

Van bevruchte eicel tot kiemplantje
Direct na de bevruchting beginnen de eicel en het zaadbeginsel te groeien.

Uit het zaadbeginsel ontstaat een zaad.
Uit de bevruchte eicel ontstaat een kiem. 

Een zaad is bedekt met een zaadhuid en bevat één of twee zaadlobben.
De zaadlobben bevatten zetmeel als reservevoedsel.
Ze leveren energie aan de kiem voor het kiemen. 
Kieming - kiemen betekent dat de kiem uitgroeit tot een kiemplantje. 

Slide 16 - Tekstslide

Van bloem naar vrucht
Een bloem is er alleen voor bestuiving en bevruchting. 

Zaden zorgen voor nieuwe planten.

Hiervoor moeten zaden wel verspreid worden.

Slide 17 - Tekstslide

Van bloem naar vrucht
Je krijgt deze les 3 vruchten te zien:
  1. Appel
  2. Sperzieboon
  3. Tomaat

De opdracht is om onderdelen uit de bloem te herkennen. Wat is waaruit ontstaan?

Slide 18 - Tekstslide

Van bloem naar vrucht
1. Appel. Je krijgt een halve appel.
  • Teken deze appel op de bovenste helft van het tekenvel.
  • Benoem de onderdelen: zaadje, vrucht, vruchtvlees en kroontje.
  • Schrijf erachter hoe dit onderdeel in de bloem heet (waaruit is dit ontstaan?)
2. Sperzieboon. Je krijgt een hele boon.
Snij de sperzieboon in de lengte open en bekijk de binnenkant. Herken je: zaadje, navelstreng, vrucht.

Slide 19 - Tekstslide

Van bloem naar vrucht
2. Sperzieboon. Je krijgt een hele boon.
Snij de sperzieboon in de lengte open en bekijk de binnenkant. Herken je: zaadje, navelstreng, vrucht.
3. Tomaat. Je krijgt een halve tomaat.
  • Teken de tomaat op de onderste helft van je tekenblad.
  • Benoem de onderdelen: zaadje, vrucht, vruchtvlees. En hoe dit heette bij de bloem.
  • Een restant van de stijl is ook aanwezig. Waar?


Slide 20 - Tekstslide

Meerdere stuifmeelbuizen
Er kunnen meerdere stuifmeelbuizen door de stijl groeien.

Die gaan naar verschillende zaadbeginsels

Als een eicel bevrucht is, kan een zaad ontstaan. 


Als een eicel niet wordt bevrucht, groeit 
DAT zaadbeginsel niet uit tot zaad

Slide 21 - Tekstslide

Hoe vaak is
de appel minimaal bevrucht?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 22 - Quizvraag

Benoemen
dit is het ....
vruchtbeginsel
1
dit is de ....
stijl
2
dit is de ....
stempel
3
dit zijn de ....
Kroonbladeren
4
dit is de ....
bloemsteel met daarboven de bloembodem
5
Na de bestuiving gaat door nr. 2
de pollenbuis met de kern van de stuifmeelkorrel
In nr. 1 ....
zitten de zaadbeginsels met daarin de eicellen
Het zaad ontwikkelt zich
Nadat de eicel en de kern van de stuifmeelkorrel zijn samengesmolten.<div>in het zaadbeginsel<br><div><br></div></div>

Slide 23 - Tekstslide

Zaden maken... nu nog verspreiden
Als een plant 

(1) via de wind of via insecten bestoven is, 
(2) er via een pollenbuis bevruchting heeft plaats gevonden.

Is het slim zaden te verspreiden. Voorkomt concurrentie!


Slide 24 - Tekstslide

Zaden maken... nu nog verspreiden
We zien 3 strategieën die planten veel gebruiken:

  1. De wind
  2. Via dieren
  3. Door de plant zelf



Slide 25 - Tekstslide

Verspreiding door de wind

Slide 26 - Tekstslide

Verspreiding door dieren

Slide 27 - Tekstslide

Verspreiding door dieren

Slide 28 - Tekstslide

Verspreiding door plant zelf

Slide 29 - Tekstslide

Verspreiding door plant zelf

Slide 30 - Tekstslide