Samenvatting Massacultuur 2e helft 20e eeuw

Samenvatting Massacultuur
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Samenvatting Massacultuur

Slide 1 - Tekstslide

Tekst
Modernisme, 1e helft van de 20e eeuw
2e helft 20e eeuw,
Postmodernisme
Wij maken manifesten waarin we vastleggen welke ideeën wij aanhangen en welke esthetiek we nastreven
Less is more. We willen dat alles aan gebouwen functioneel is, geen decoratie!

We hoeven niet origineel te zijn. Alles is toch al eens gedaan. . Daarom mogen we ook citeren uit andere kunstwerken
Less is a bore. We zijn vrij om ook oppervlakkigheid en decoratie te mogen gebruiken in de kunst.

Slide 2 - Sleepvraag

Ontwikkelingen die invloed hadden op de cultuur
-  Na de tweede wereldoorlog ontstond er een economische groei
- Mensen kregen meer geld te besteden 
- En ze hoefden minder lang te werken, zo kregen ze ook de vrije zaterdag
- Er ontstond zo een consumptiemaatschappij. 
- Ook ontstond er na WO 2 een babyboom. 
- De jeugd had had na WO2 ook meer te besteden. Er ontstond een eigen jeugdcultuur, en de jeugd werd ook als een mogelijke consument gezien. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Massacultuur
Massacultuur is de cultuur van de grote massa, gekenmerkt door onpersoonlijkheid en oppervlakkigheid. De massamedia, zoals de pers, radio, film, televisie en internet, hadden een belangrijke rol in de verspreiding van massacultuur. Omdat je met behulp hiervan kan communiceren met een groot publiek, wordt dat massacommunicatie genoemd. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Consumptiemaatschappij
In de jaren '60 ontstond mede door de welvaart een consumptiemaatschappij. Veel mensen wilden met hun geld de nieuwste luxe artikelen bezitten. Producenten hiervan probeerden door reclame mensen te verleiden zoveel mogelijk te kopen. Het idee hiervan: Doordat mensen meer kopen, groeide welvaart. Het is een kapitalistisch systeem, met een vrije markteconomie. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Jeugdcultuur en supersterren
 Inmiddels gingen alle jongeren naar school, dus ze werden vaak hoger/beter opgeleid dan hun ouders waardoor ze zich beter konden ontwikkelen, ook in de armere milieus. De jongere generatie had meer vrije tijd en ook geld om te besteden. Ze verzetten zich tegen hun ouders, tegen de onrechten die de voorgaande generatie had laten ontstaan in de tweede wereld oorlog. De Amerikaanse cultuur (in muziek, film en kleding) weerspiegelde het ideaal van vrijheid. Een nieuwe jongerencultuur die zich afzette tegen de gevestigde orde en de cultuur van hun ouders. Supersterren uit Amerika werden overal, en dus ook in Europa beroemd. De eerste grote pop- en filmsterren werden idolen voor de jongere generatie.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Pop-art
De mens in de moderne maatschappij, was naast burger ook een steeds welvarender consument. Deze burgerij wilde vermaakt worden, en er onstond voor de jeugd een populaire cultuur. In pop-art speelt de kunst tegenover de populaire cultuur een rol. Ook kan er in de snelle wereld van massacommunicatie heel snel kunst gedeeld worden. 'Citeren' of terwijl dingen gebruiken van andere kunstenaars of uit de wereld van de consumptie maatschappij of de popcultuur werd veel gedaan. De kunstenaar hoeft ook niet meer gezien te worden als 'ambachtsman', hij kan ook het concept bedenken en in een studio door een team het kunstwerk laten maken. Ook het maken van kunstwerken die in massa geproduceerd kunnen worden is geen taboe meer. (zie in de afbeelding hierboven: zeefdruk) 

Slide 17 - Tekstslide

Post-modernisme




(architectuur van Philip Johnson) 

Slide 18 - Tekstslide

Het post-modernisme
1. Geen allesomvattende ideologieen meer
2. Pluralisme
3. Cultuur-relativisme
4. Fragmentarische kijk op de geschiedenis

Slide 19 - Tekstslide


Kernpunten 

Massacultuur

  • Pop-Art
  • Popmuziek
  • Videoclips
  • Streetdance
  • Soaps, Tv-series, reclame
  • Hollywoodblockbusters
  • Musicals
  • Stripverhalen
  • Modeshows
  • Mega-tentoonstellingen
  • Urban entertainment centra
  • winkelcentra met amusement/ uitgaanscentra

Slide 20 - Tekstslide


Kernpunten 

Postmodernisme 
(vanaf de jaren 70)
1. Geen vaststaande esthetische normen,
veel eclecticisme en historicisme
2. Herwaardering ornament
3. Grensoverschrijdingen van veel
kunstdisciplines
4. Herwaardering verhalende verwijzingen
5. Complexiteit en tegenspraak (Venturi)
6. Herwaardering figuratie
7. Cultuurrelativisme
8. Natuur: natuur en clichés over de
natuur
9. Originaliteit: hoeft niet; clichés en
(stijl)citaten mogen
10. High Art & Low Culture (Kirk Varnedoe)

Slide 21 - Tekstslide

De invalshoeken
In de volgende slides zie je per invalshoek wat uitleg en daarbij een  voorbeeld van een kunstwerk dat daarbij past. Bijna alle verschillende kunstdisciplines komen voorbij.

Slide 22 - Tekstslide

Invalshoek 1: Levensbeschouwelijk
Visie op de geschiedenis: fragmentarisch. Er is géén constante groei en vooruitgang. Er is niet altijd een logica in de ontwikkeling van de mensheid en de aarde. Dit sluit aan bij het absurdisme. Ook in de kunst willen de kunstenaars niet meer één ideologie aanhangen. Alle stromingen en ideeen moeten naast elkaar kunnen gebruikt worden. Ook hoeft niet alles serieus te zijn, kunst mag ook vermakelijk zijn. 

Kijkvoorbeeld: Absurd Theater van Dogtroep

Slide 23 - Tekstslide

Absurdisme 
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog bracht een sociaal milieu met zich mee waarin absurdistische overtuigingen meer voorkwamen. Het past bij het post-moderne tijdperk, want de absurdisten vinden dat alles wat er gebeurt op onze aarde of in het heelal, geen logica heeft. Er is geen betekenis en logica, er is een opstapeling van toevalligheden. In dit stuk van Dogtroep zie je een reeks absurde gebeurtenissen. Qua inhoud hebben de toneelstukken van dogtroep geen logische plotten, maar zijn er veel absurde situaties die elkaar opvolgen. Als we kijken naar de vormgeving, dan het de locatie al bijzonder: het is locatietheater, dus er is geen gebruikelijk thater meer. Dan past het ook nog bij het post-modernisme omdat het multidisciplinair is. Videoprojecties, beeldende kunst, installaties, live muziek, theater, decor, belichting. Het is een multidisciplinair kunstwerk dat samen één geheel vormt.

Slide 24 - Tekstslide

Invalshoek 2: Esthetica
Postmodernisten reageren sterk op de modernistische kunst, in veel opzichten is het een
anti-these van het modernisme. Fictie staat centraal: form follows fantasy, less is a bore, originaliteit bestaat niet, stijlcitaten, mengen High & Low.

Voorbeelden: De gebouwen aan de Las Vegas strip / Andre Hazes

Slide 25 - Tekstslide

Architectuur in Las Vegas
Je ziet een video van de Las Vegas Strip. De gebouwen hebben soms echt herkenbare vormen, zoals de vorm van een tijger of een aardbol. Ook worden oude en nieuwe stijlkenmerken door elkaar gebruikt. Dit heet ook wel eclecticisme. Verder zijn er veel gebouwen met decoratieve elementen: Less is a bore! Minder is saai! Ook wordt de vorm bepaald, niet alleen door de functie, maar ook door de fantasie van de architect: Form Follows Fantasy! 

Slide 26 - Tekstslide

Invalshoek 3: Opdrachtgevers
Marktmechanismen (sterrendom, reclame, sponsoring). Joop van den Endes musicals, Commerciele concerten van de Toppers of Dre Hazes. Dit zijn meestal grote evenementen.
Maar ook subsidies van de overheid (voor meer avant-garde, experimentele kunst. Bijvoorbeeld Filmhuisfilms (Arthouse) of toneel- of dansgezelschappen en orkesten. 
Voorbeeld commercieel: Festivalsponsoring Lowlands. onderaan de website staan de de sponsoren en de subsidieverstrekkers
Voorbeeld gesusidieerd: Nederlands Dans Theater

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Link

Nederlands danstheater
Een dansgezelschap zoals bijvoorbeeld het Nederlands Dans Theater, probeert altijd te vernieuwen, de choreografen horen dus bij de avant-garde. Zij hebben vooral als doel de kunst verder te brengen, en hebben niet een commercieel doel. De betere gezelschappen ontvangen vaak subsidies. Vaak structureel, maar soms ook specifiek voor één project. 

Slide 29 - Tekstslide


Invalshoek 4: Vermaak

Bijna alle vormen van massacultuur horen bij het vermaak in de 2e helft van de 20e eeuw. Hoewel vermaak soms sterk gericht is op commerciele doelen en vaak oppervlakkig is, kan de kunst die ter vermaak is ook vernieuwend zijn en diepgang hebben. 
Pop-Art
Popmuziek
 Videoclips
Streetdance
 Soaps, Tv-series, reclame
Hollywoodblockbusters
Musicals
 Stripverhalen
 Modeshows
Mega-tentoonstellingen
 Urban entertainment centra:
winkelcentra met
amusement/
uitgaanscentra

Slide 30 - Tekstslide

Invalshoek 5: Wetenschap
Reproduceerbaarheid; 
Computertechnieken en elektronische kunst; 
virtual reality; 
Audiovisuele media

Slide 31 - Tekstslide

Kraftwerk
In de jaren 70 en 80 werd de synthesizer uitgevonden. Dit was een electronisch toetsinstrument. Maar er konden ook digitaal nieuwe geluiden in worden gezet, je kunt er geluiden mee vervormen, en je kunt er ritmes in opslaan en die herhalen. De Duitse groep Kraftwerk maakte alleen maar gebruik van deze synthesizers en waren daarmee de voorlopers van de electronische muziek. De muziek bevat veel herhaalde melodische motieven, er is een strakke beat in een vast tempo. Het timbre van de zang is vervormd door de techniek en daardoor klinkt het ook 'blikkerig' en bijna ongevoelig alsof de zangers robots zijn. 

Slide 32 - Tekstslide

Invalshoek 6: Intercultureel
(Stijl)citaten uit verschillende culturen, c.q. subculturen; Fusion, cross-over; Wereldwijd opereren van kunstenaars; Westerse (moderne kunst) als maatstaf versus cultuurrelativisme. 

Voorbeeld:  Videoclip van The Carters met Beyonce en Jay Z. Uitleg in de slide daarna

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Apeshit
Dit is een video met een cross-over van veel verschillende culturen. 
Straatcultuur (lage kunst) en de Westerse hogere kunst. De Afro-Amerikaanse cultuur in de R&B muziek en dans, met de Westerse cultuur in de beelden. Populaire cultuur (in bijvoorbeeld de kostuums) en Klassieke oudheid (in het beeldhouwwerk) Oude kunst (in de schilderijen en beeldhouwwerk)  en nieuwe kunst (in de belichting en kostuumdesign) 

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video