1.2 hoe word jij beinvloed

Vandaag (1e uur)

Nabespreken 1.1 = 7, 10 13
waar antwoorden? 
10 minuten start 1.2

uitleg 1.2
aan de slag 1.2 
evaluatie 
Doel
* Je legt uit door wie jij als consument wordt beinvloed
 * Je legt uit wat marketing is
Je benoemt de 6 p's van de marketingmix
*Je weet welke soorten reclame er zijn
*Je legt de vormen van reclame uit
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Vandaag (1e uur)

Nabespreken 1.1 = 7, 10 13
waar antwoorden? 
10 minuten start 1.2

uitleg 1.2
aan de slag 1.2 
evaluatie 
Doel
* Je legt uit door wie jij als consument wordt beinvloed
 * Je legt uit wat marketing is
Je benoemt de 6 p's van de marketingmix
*Je weet welke soorten reclame er zijn
*Je legt de vormen van reclame uit

Slide 1 - Tekstslide

1.1 Waar heb jij behoefte aan
Nabespreken
Waar vind je de antwoorden 
  •  opdracht 7, 10, 13

Slide 2 - Tekstslide

Hoe word jij beinvloed?

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Je leert:
  • door wie jij als consument beinvloed wordt
  • wat marketing is en waaruit de marketingmix bestaat
  • wat voor soorten reclame er zijn

Slide 4 - Tekstslide

Waar denk je aan bij consumeren?

Slide 5 - Woordweb

Wat betekent consumeren?
In het woordenboek Van Dale staat het volgende:





Bij economie zeggen we: consumeren is het kopen producten (om daarna te gebruiken) om in je behoeften te kunnen voorzien.

Slide 6 - Tekstslide

Nu weet je wat consumeren is. Wat zou een consument dan zijn?
A
een koper van producten
B
een verkoper van producten

Slide 7 - Quizvraag

Wat is marketing?
Ondernemers proberen zoveel mogelijk winst te maken. Ze zullen daarvoor zo goed mogelijk in moeten spelen op de behoeften van de doelgroep.

Om zo goed mogelijk in te spelen op deze behoeften doen ze marktonderzoek en gebruiken ze marketinginstrumenten.

Slide 8 - Tekstslide

Marketinginstrumenten
Voor de marketing hebben ondernemers marketinginstrumenten nodig, dit noem je de marketingmix en deze bestaat uit 6 p's.

De 6 P's staan voor: 
product, prijs, plaats, personeel, presentatie en promotie.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Doelgroepen
  • Groep consumenten voor wie een product of boodschap is bedoelt
  • Deze groep heeft 1 of meer overeenkomsten
  • bedrijven kiezen hun doelgroep en passen hun marketing hierop aan. 

Slide 11 - Tekstslide

Jongeren een belangrijke doelgroep: 
Relatief veel koopkracht: 
Jongeren hebben nog weinig te maken met vaste lasten en hun ouders betalen veel van de basisbehoeften. Het geld dat ze hebben kunnen ze besteden aan luxe goederen.

Invloed op bestedingen thuis: 
Jongeren zorgen ervoor dat ouders bepaalde goederen en dienten gaan aanschaffen. Door jongeren te beïnvloeden kunnen ze dus ook de ouders bereiken.

Klanten van de toekomst
Als jongeren gewend zijn om bepaalde producten te kopen blijven ze dat waarschijnlijk hun hele leven doen. Jongeren zijn de consumenten van de toekomst.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is reclame?

Slide 13 - Tekstslide

Verschillende soorten reclame:
  • ideële reclame;
  • commerciële reclame;
  • merkreclame;
  • informatieve reclame;
  • sluikreclame.

Slide 14 - Tekstslide

Commerciële reclame
Bedoeld om te verleiden tot een aankoop.

Dit kan zijn:
- een informatieve reclame (info over het product);
- een merkreclame (vergroten naamsbekendheid).

Slide 15 - Tekstslide

Ideële reclame
Heeft als doel de mentaliteit en het gedrag van mensen te veranderen.
Ideële reclame gaat vaak over maatschappelijke problemen.

Slide 16 - Tekstslide

merkreclame

Slide 17 - Tekstslide

Welke P van de marketingmix hoort bij reclame?
A
personeel
B
plaats
C
product
D
promotie

Slide 18 - Quizvraag

Wat is geen commerciële reclame?
A
Merkreclame
B
Informatieve reclame
C
Ideële reclame
D
Sluikreclame

Slide 19 - Quizvraag

Als iets op tv 'per ongeluk' in beeld komt is dat ...
A
merkreclame.
B
sluikreclame.
C
informatieve reclame.
D
commerciële reclame.

Slide 20 - Quizvraag

H&M opent een nieuwe vestiging. Over welk marketinginstrument gaat het hier?
A
product
B
personeel
C
promotie
D
plaats

Slide 21 - Quizvraag

Wat zou koopkracht kunnen betekenen?
A
Hoeveel je kunt kopen met je geld.
B
Hoe duur boodschappen zijn.
C
De hoogte van je inkomen.
D
Hoeveel je uitgeeft per maand.

Slide 22 - Quizvraag

Dit is een voorbeeld van ...
A
commerciële reclame.
B
merkreclame.
C
informatieve reclame.
D
ideële reclame.

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Video