duizendtallen

Welkom!!
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Welkom!!

Slide 1 - Tekstslide

Het doel van deze les!!
Aan het eind van deze les ken je de begrippen 
*Eenheid
*tiental
*honderdtal
*duizental

Slide 2 - Tekstslide

Wat is het getal waard?
   0  ?                             0

Slide 3 - Tekstslide

Getallen
Een getal bestaat uit één of meer cijfers:

0 , 1 , 2 , 3 , 4 , 5 , 6 , 7 , 8 , 9

Met deze getallen kun je alle getallen maken.



Slide 4 - Tekstslide

Getallen
Getallen hebben verschillende waarde.





De 6 is een honderdtal       De 6 staat voor 600

De 3 is een tiental                 De 3 staat voor    30

De 8 is een eenheid             De 8 staat voor       8


Slide 5 - Tekstslide

Getallen
Je kunt het getal in een raster schrijven.







H
T
E
6
3
8

Slide 6 - Tekstslide

Getallen
Wat gebeurt er met
de waarde van het getal
als je er een 0 achter 'plakt'?

Slide 7 - Tekstslide

Getallen


De 6 is een duizendtal      De 6 staat voor 6.000

De 3 is een honderdtal     De 3 staat voor     300


De 8 is een tiental               De 8 staat voor       80


De 0 is een eenheid            De 0 staat voor         0

Slide 8 - Tekstslide

Getallen
Je kunt het getal in een raster schrijven.







D
H
T
E
6
3
8
0

Slide 9 - Tekstslide


Wat is het getal
9 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 10 - Quizvraag


Wat is het getal
7 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 11 - Quizvraag


Wat is het getal
2 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 12 - Quizvraag


Wat is het getal
3 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 13 - Quizvraag


Wat is het getal
3 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 14 - Quizvraag


Wat is het getal
3 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 15 - Quizvraag


Wat is het getal
8 waard?
A
duizendtal
B
honderdtal
C
tiental
D
eenheid

Slide 16 - Quizvraag

35 duizend=35.000

Slide 17 - Tekstslide

35 duizend -5 duizend=?

Slide 18 - Tekstslide

78 duizend - 23 duizend =?

Slide 19 - Open vraag

723duizend-221duizend=

Slide 20 - Open vraag

2 miljoen=2.000.000

Slide 21 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen 7,5 en 7 miljoen?
A
7 miljoen
B
0,5 miljoen
C
0,5
D
0,5duizend

Slide 22 - Quizvraag

Zet de getallen van 
  klein naar groot.

Slide 23 - Sleepvraag

24
x12
?2
-15
+7
+5
-6
x3
+53
?10
-45
?20
:51
Rekenen
Maak zoveel mogelijk sommen waarvan de uitkomst bij elkaar precies 100 is. Voor elk getal staat de verplichte bewerking. Bij een getal met een vraagteken mogen de leerlingen zelf een bewerking kiezen.
i

Slide 24 - Woordweb

Einde van de les

Slide 25 - Tekstslide