Hulp bieden bij mobiliteit

Hoofdstuk 24
Hulp bieden bij mobiliteit
Blz. 278
Blauwe boek
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 24
Hulp bieden bij mobiliteit
Blz. 278
Blauwe boek

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Als Helpende kom je vaak mensen tegen die last hebben van rug, benen, handen, vingers of voeten. 
Hierdoor kunnen ze minder goed bewegen en geven ze pijnklachten aan. 
In dit hoofdstuk komt de bouw van het bewegingsapparaat aan bod.

Slide 3 - Tekstslide

Bewegingsapparaat
Het bewegingsapparaat omvat alle botten, gewrichten, spieren en pezen.

Het skelet heeft 5 functies:
  1. Stevigheid en vorm aan het lichaam geven
  2. Bescherming van kwetsbare organen
  3. Aanhechtingsplaats voor spieren
  4. Vorming van bloedcellen en bloedplaatjes in het beenmerg
  5. Voorraadplaats voor kalk.

Slide 4 - Tekstslide

Welke vormen van bewegen ken je?
Schrijf ze op

Slide 5 - Woordweb

Weefsel
Het skelet bestaat voor het grootste deel uit been en botweefsel.
Weefsel is hard, stevig en sterk.
Je kunt niet buigen, samendrukken of uitrekken.

Slide 6 - Tekstslide

kraakbeen weefsel
Het lichaam bevat ook kraakbeenweefsel.
Kraakbeenweefsel kan wel vervormd en samengedrukt worden.
Kraakbeenweefsel vindt je b.v. bij je neus en oorschelp.
Je vindt het ook waar de ribben aan het borstbeen vast zitten.

Slide 7 - Tekstslide

Benoem 3 functies van het skelet

Slide 8 - Open vraag

Waaruit bestaat het grootste deel van het skelet
A
beenweefsel
B
botweefsel
C
been en botweefsel
D
spieren

Slide 9 - Quizvraag

Gewrichten
Gewrichten spelen een belangrijke rol bij het bewegen, denk aan het bewegen van je handen, armen, benen, pols
Een gewricht moet kunnen draaien, buigen en gewicht dragen.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Een gewricht bestaat uit 2 delen:
de gewrichtskom en de gewrichtskop

Aan de buitenzijde van een gewricht zitten de gewrichtsbanden.

Slide 12 - Tekstslide

welke van onderstaande gewrichten is een kogelgewricht?
A
B
C
D

Slide 13 - Quizvraag

Gewrichtsbanden
Taken:
  • versterken het gewricht
  • beschermen het gewricht
  • houden het gewricht in evenwicht

Slide 14 - Tekstslide

Elk gewricht bestaat uit 2 delen
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Spieren
De gewrichten tussen de botten maken bewegingen mogelijk.
deze bewegingen ontstaan door het samentrekken van spieren. 

Slide 16 - Tekstslide

Een spier zwelt op als deze samengetrokken wordt
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Schedel
de belangrijkste functie van de schedel is de bescherming van je hersenen.

Slide 18 - Tekstslide

Opbouw schedel
De schedel bestaat uit:
  • aangezichtsschedel, met daarin je onderkaak, bovenkaak, jukbeenderen en neusbeentjes.
  • schedeldak, die bestaat uit het voorhoofdsbeen, de wandbeenderen, het achterhoofdsbeen en de slaapbeenderen.

Slide 19 - Tekstslide

Hoe heet de ruimte tussen de schedelbeenderen bij een baby?

Slide 20 - Open vraag

Wervelkolom

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Schoudergordel
De schoudergordel wordt gevormd door:
  2 sleutelbeenderen en 2 schouderbladen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Bekkengordel

Slide 25 - Tekstslide

De ledenmaten
Een ledemaat is een onderdeel van je lichaam dat aan de romp hangt en door de spieren bewogen kan worden. 

Slide 26 - Tekstslide

benoem de onderdelen
die behoren je armen

Slide 27 - Woordweb

benoem de onderdelen
die behoren bij je benen

Slide 28 - Woordweb

Hoe heet het bot aan de bovenkant van je arm

Slide 29 - Open vraag

Uit welke botten bestaat je onderarm

Slide 30 - Open vraag

Het dijbeen zit aan de bovenkant van je been
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Uit welke onderdelen bestaat
het onderbeen

Slide 32 - Open vraag

Handen 
Het gewricht tussen je handen en arm bestaat uit 
handwortelbeentjes.
Je hand bestaat uit middenhandsbeentje en vingerkootjes
Elke vinger heeft 3 vingerkootjes met uitzondering van de duim.

Slide 33 - Tekstslide

Voeten
De voetwortelbeentjes zijn groter dan de handwortelbeentjes.
Elke teen heeft 3 teenkootjes met uitzondering van de dikke teen, deze heeft er maar twee

Slide 34 - Tekstslide