Laelius de Amcitia 62-64 r. 21-29

Laelius de Amcitia 62-64 r. 21-29
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Laelius de Amcitia 62-64 r. 21-29

Slide 1 - Tekstslide

Itaque verae amicitiae difficillime reperiuntur in eis 

[qui in honoribus reque publica versantur;]  

Daarom worden ware vriendschappen zeer moeilijk aangetroffen onder hen die zich met ereambten en met het staatsbestuur bezighouden; 

Slide 2 - Tekstslide

In welke naamval staat verae amicitiae?
A
gen ev
B
abl ev
C
dat ev
D
nom mv

Slide 3 - Quizvraag

Wat voor woordsoort is difficillime?

Slide 4 - Open vraag

Wat is het antecedent van qui?

Slide 5 - Open vraag

In welke naamval staan honoribus en reque publica?
A
allebei in de nom
B
allebei in de abl
C
honoribus in de abl reque publica in de nom
D
honoribus in de nom reque publica in de abl

Slide 6 - Quizvraag

ubi enim istum invenias

qui honorem amici anteponat suo? 

istum: vertaal: diegene
invenias: coniunctivus in de hoofdzin (potentialis)
want waar kun je diegene vinden, 

die de eer van zijn vriend stelt boven die van hemzelf? 

Slide 7 - Tekstslide

Vertaal: ubi enim istum invenias

Slide 8 - Open vraag

Welk woord moet je aanvullen achter suo? Antwoord in het Nederlands.

Slide 9 - Open vraag

Quid? En verder?

Haec ut omittam
quam graves, quam difficiles plerisque videntur calamitatum societates?  

Om dit te laten rusten, hoe bezwaarlijk, hoe moeilijk schijnen de meesten kameraadschap(pen) bij rampen?  

Slide 10 - Tekstslide

Haec ut omittam = ut haec omittam
Hoe noemen we dit stilistisch middel?

Slide 11 - Open vraag

quam graves, quam difficiles
Hoe noemen we dit stilistisch middel?

Slide 12 - Open vraag

Ad quas non est facile inventu qui descendant.   


ad quas: relatieve aansluiting, maar vertaal bij descendant (daartoe)

non est facile inventu [qui ad quas descendant.] 

Slide 13 - Tekstslide

Vertaal: Ad quas non est facile inventu qui descendant.

Slide 14 - Open vraag

Ad quas is een relatieve aansluiting. Naar welk woord uit de vorige zin verwijst het?
A
pleris
B
ingesloten onderwerp van videntur
C
calamitatum
D
societates

Slide 15 - Quizvraag

descendant: welk gebruik van de coniunctivus?
A
causaal
B
definiërend
C
finaal
D
potentialis

Slide 16 - Quizvraag

Quamquam Ennius recte (dicit)

Hoewel Ennius met recht zegt: 

Slide 17 - Tekstslide

‘Amicus certus in re incerta cernitur’, tamen haec duo levitatis et infirmitatis plerosque convincunt, aut si in bonis rebus contemnunt, aut in malis deserunt. 

’Een zekere vriend leert men in een onzekere situatie kennen’, ontmaskeren toch deze twee dingen de meeste mensen als schuldig aan onbetrouwbaarheid en zwakheid, ofwel als ze [je] wanneer het hun goed gaat verachten, of [als ze je] wanneer het jou slecht gaat in de steek laten.

Slide 18 - Tekstslide

‘Amicus certus in re incerta cernitur’, 

’Een zekere vriend leert men in een onzekere situatie kennen’, 


Slide 19 - Tekstslide

De vertaling komt niet overeen met Latijnse grammaticale structuur. Leg dit uit aan de hand van amicus certus.

Slide 20 - Open vraag

tamen haec duo levitatis et infirmitatis plerosque convincunt,
 aut si in bonis rebus contemnunt
aut in malis deserunt

ontmaskeren toch deze twee dingen de meeste mensen als schuldig   A     
ofwel als [je] wanneer het hun goed gaat B
of [als ze je] wanneer het jou slecht gaat in de steek laten.

Slide 21 - Tekstslide

Welke vertaling moet op de plek van A komen?

Slide 22 - Open vraag

Welke vertaling moet op de plek van A komen?

Slide 23 - Open vraag

tamen haec duo levitatis et infirmitatis plerosque convincunt,
 aut si in bonis rebus contemnunt
aut in malis deserunt

De verwijzing naar Ennius (onzekere situatie) wordt gerelativeerd.  Cicero stelt dat twee concrete gedragingen mensen ontmaskeren:
- verachten bij voorspoed
- in de steek laten bij tegenspoed

Slide 24 - Tekstslide

Qui igitur utraque in re gravem, constantem, stabilem se in amicitia praestiterit
hunc ex maxime raro genere hominum iudicare debemus et paene divino.  



Slide 25 - Tekstslide

Qui igitur utraque in re gravem, constantem, stabilem se in amicitia praestiterit


Wie zich dus onder beide omstandigheden als betrouwbaar, standvastig, stabiel in de vriendschap zal hebben bewezen, 

Slide 26 - Tekstslide

utraque in re: welke omstandigheden zijn dat?

Slide 27 - Open vraag

gravem, constantem, stabilem
Welke 2 stilistische middelen herken je hier?

Slide 28 - Open vraag


hunc ex maxime raro genere hominum iudicare debemus et paene divino.  

hunc: lv 
ex maxime raro genere: behorend tot
debemus iudicare: wg wij moeten beschouwen als


Slide 29 - Tekstslide

Vertaal:
hunc ex maxime raro genere iudicare debemus.

Slide 30 - Open vraag

In welke naamval staat hominum?
A
nom ev
B
acc ev
C
gen ev
D
gen mv

Slide 31 - Quizvraag

Met welk woord congrueert divino?

Slide 32 - Open vraag

Qui igitur utraque in re gravem, constantem, stabilem se in amicitia praestiterit
hunc ex maxime raro genere hominum iudicare debemus et paene divino.  

Wie zich dus onder beide omstandigheden als betrouwbaar, standvastig, stabiel in de vriendschap zal hebben bewezen, hem moeten wij beschouwen als behorend tot een uiterst zeldzaam, ja bijna goddelijk soort van mensen.

Slide 33 - Tekstslide

Naar welk woord in deze zin verwijst qui?

Slide 34 - Open vraag