Hoofdstuk 1 De balans opmaken

Welkom bij bedrijfsadministratie
Wat gaan we doen vandaag?
  • In business van Thieme Meulenhof aanmelden
  • Lessonup aanmelden
  • Afspraken die we maken
  • Beginnen met Hoofdstuk 1
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom bij bedrijfsadministratie
Wat gaan we doen vandaag?
  • In business van Thieme Meulenhof aanmelden
  • Lessonup aanmelden
  • Afspraken die we maken
  • Beginnen met Hoofdstuk 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In business

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lesson up
aanmelden en lid worden van je klas

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Boekhoudkundige cyclus

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 1. De balans opmaken
  • de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)

Slide 5 - Tekstslide

Wat heeft een weegschaal te maken met een balans?
administratie en boekhouding
2 begrippen:
  • administratie: is het systematisch Verzamelen, Vastleggen en Verwerken van gegevens met als doel daarmee informatie te Verstrekken (4 V's).
  • boekhouding (of financiële administratie): Een bijzondere vorm van administratie. je legt de financiële gegevens van een bedrijf vast.
    Ook de 4 V's maar je verstrekt de informatie met als doel:
  • Afleggen van verantwoording
  • Besturen van de organisatie
  • Controleren van de verantwoording

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Administratie en boekhouding
Administratie:



Boekhouding of financiële administratie:
Bestaat uit:
1. Balans
2. Winst- en verliesrekening
3. Toelichting
Jaarrekening

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Vroeger alles handmatig, kasboeken schoonvader.
de balans
Je wilt als ondernemer regelmatig een beeld hebben van je bezittingen en hoe je er aan bent gekomen:
  • heb je zelf het geld verstrekt? --> Eigen vermogen
  • hebben anderen daarvoor het geld verstrekt? --> schulden

Het overzicht waarop de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een onderneming staan noem je een balans.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de balans 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

credit
eigen
vermogen
schulden
bezittingen
Debet

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Piet Avontuur
Praktijkvoorbeeld 1 (1 t/m5)

  • hypothecaire lening (hypotheek):
  •                 een lening met een gebouw als onderpand
  • inventaris:
  •                  inrichting van een zaak (toonbank, kassa, winkelrekken)
  • crediteuren:
  •                 schulden aan leveranciers

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

activa en passiva
  • Activa: de hulpmiddelen van een onderneming (pand, vervoer, inventaris
  • Passiva: de schulden en het eigen vermogen. Hoe de onderneming aan het geld is gekomen om haar bezittingen (activa) te betalen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

samenvattend
Met het eigen vermogen en de schulden kun je niets betalen. Hiermee is al van alles aangeschaft. Wel kun je betalen met geld wat in de kas(sa) zit of op de bank staat. De bedragen op de bank en de kas samen heten liquide middelen.
In plaats van schulden spreek je ook wel van vreemd vermogen. Zo wordt het een tegenhanger van het eigen vermogen.

Dus schulden --> vreemd vermogen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

een bestaande
onderneming


voorbeeld pagina 19
inventarislijst
Debiteuren: vorderingen op klanten waar jij spullen aan hebt verkocht.
Een bankrekening waar je rood op mag staan. Je kunt hier dus een tegoed op hebben of een schuld.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liquiditeitsbalans
looptijd korter dan één jaar. bijvoorbeeld rekening courantkrediet of crediteuren.
Voor een periode langer dan één jaar. Zoals bijvoorbeeld een hypotheek.
Heeft de ondernemer zelf in de onderneming gestoken en blijft ook in de onderneming. Je noemt het daarom ook wel permanent vermogen.
gaan één productieproces mee: debiteuren, voorraad goederen, bank en kas.
gaan langer mee dan één productieproces bijvoorbeeld een auto, machine, gebouw enz.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liquiditeitsbalans voorbeeld pag 20

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit vond ik van de les van vandaag:
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies