Ontleden

NEDERLANDS
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

NEDERLANDS

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Theorie les 15.1 (taalkundig ontleden)
  • Extra uitleg boekopdracht voor wie wil




Je leert hoe je verschillende woordsoorten herkent in een zin





Slide 2 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord
Namen van mensen, dieren en dingen:


 Dierenarts Rebecca krijgt meer katten met complexe problemen op de operatietafel.



Slide 3 - Tekstslide

Hoe weet je dat je te maken hebt met een zelfstandig naamwoord? (een trucje)

Slide 4 - Open vraag

Je kunt er altijd een lidwoord voor zetten

De dierenarts
Het probleem
De kat
Een hond
....

Slide 5 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord
Extra informatie bij zelfstandig naamwoord


Een gekantelde tankwagen heeft een grote ravage aangericht op de A2.


Als je het bijvoeglijk naamwoord weg laat, klopt de zin nog steeds.

Slide 6 - Tekstslide

Verzin zelf een bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord

Slide 7 - Open vraag

Bijwoord
geeft extra informatie bij andere woorden dan zelfstandige naamwoorden



 De ophef die ontstond was overdreven groot.

Hij heeft hard gewerkt
Hij is erg lelijk

Slide 8 - Tekstslide

Voorzetsel
staat vaak voor zelfstandig naamwoord
 --> geeft aan waar of wanneer iets is


 Vrachtwagen verliest lading mango’s op A16 bij Ridderkerk.




Slide 9 - Tekstslide

Tip
Twijfel je of iets een voorzetsel is?

Kijk dat of je het kunt plaatsen voor het zelfstandige naamwoord 'de kast' of 'het feest'

achter de kast, voor de kast, in de kast, op de kast, naast de kast
tijdens het feest, na het feest etc...............

Slide 10 - Tekstslide

Verzin zelf een voorzetsel + zelfstandig naamwoord

Slide 11 - Open vraag

Voorzetseluitdrukking
Dient als voorzetsel maar bestaat uit meerdere woorden




 Onderzoekers ontleden smartphone met behulp van blender

Slide 12 - Tekstslide

Voornaamwoord
vervangt een naamwoord

Verwijst naar: 
personen, dieren, dingen etc.

Hans en Marije namen afscheid. Ze zwaaiden naar elkaar.

Slide 13 - Tekstslide

Even oefenen....

Slide 14 - Tekstslide

Noteer alle zelfstandige naamwoorden

De kat krabt de krullen van de trap

Slide 15 - Open vraag

Noteer alle bijvoeglijk naamwoorden

De rode auto reed met gierende banden naar de oude haven

Slide 16 - Open vraag

Bedankt!
Huiswerk: les 15, opdracht 2 en 3



Nu: extra uitleg over boekopdracht voor wie wil. 
Snap je het? Dan mag je gaan. Let op: 11 januari inleveren in ELO

Slide 17 - Tekstslide