IT Essentials Chapter 1

IT Essentials Chapter 1
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
ICTMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

IT Essentials Chapter 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de belangrijkste functie van een computerkast (case)?
A
Koelen van de CPU
B
Bevat interne componenten
C
Verwerken van data
D
Opslaan van bestanden

Slide 2 - Quizvraag

Wat betekent de term form factor?
A
Fysiek ontwerp en formaat
B
Snelheid van de CPU
C
Softwareversie
D
Type geheugen

Slide 3 - Quizvraag

Welke spanning gebruiken meeste motoren?
A
5V
B
3.3V
C
12V
D
24V

Slide 4 - Quizvraag

Welke functie heeft een voeding?
A
Verhoogt voltage
B
Slaat energie op
C
Zet DC om naar AC
D
Zet AC om naar DC

Slide 5 - Quizvraag

Wat verbindt alle onderdelen van een computer?
A
Processor
B
Harde schijf
C
RAM-geheugen
D
Moederbord

Slide 6 - Quizvraag

Welke component voert instructies uit?
A
C. CPU
B
D. GPU
C
B. SSD
D
A. RAM

Slide 7 - Quizvraag

Wat betekent ESD?
A
Energy Storage Device
B
Electrical System Device
C
Electrostatic Discharge
D
External Storage Disk

Slide 8 - Quizvraag

Wat helpt tegen ESD-schade?
A
Ventilator gebruiken
B
Antistatische polsband
C
Water gebruiken
D
Computer uitschakelen

Slide 9 - Quizvraag

Wat doet RAM in een computer?
A
Regelt netwerkinstellingen
B
Slaat tijdelijke gegevens op
C
Slaat bestanden permanent op
D
Verwerkt grafische beelden

Slide 10 - Quizvraag

Wat betekent 'vluchtig' in RAM?
A
B. Langdurige opslag
B
D. Snelheid is laag
C
A. Altijd beschikbaar
D
C. Gegevens verdwijnen bij stroomuitval

Slide 11 - Quizvraag

Welke is GEEN type RAM?
A
DRAM
B
ROM
C
DDR4
D
SRAM

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de snelste vorm van geheugen?
A
Cache (SRAM)
B
USB
C
HDD
D
RAM

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de functie van de chipset?
A
Hardware communicatie regelen
B
Koeling verzorgen
C
Opslag beheren
D
Software installeren

Slide 14 - Quizvraag

Welke chipsetcomponent regelt snelle communicatie?
A
D. RAM
B
A. Southbridge
C
C. BIOS
D
B. Northbridge

Slide 15 - Quizvraag

Welke opslag is het snelst?
A
HDD
B
DVD
C
Tape
D
SSD

Slide 16 - Quizvraag

Wat gebruikt een SSD voor opslag?
A
Geheugenchips
B
Draadloze verbindingen
C
Optische schijven
D
Magnetische schijven

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van optische opslag?
A
HDD
B
RAM
C
SSD
D
CD

Slide 18 - Quizvraag

Wat staat SATA voor?
A
Secure ATA
B
System Advanced Transfer Access
C
Serial Advanced Technology Attachment
D
Storage Access Transfer Adapter

Slide 19 - Quizvraag

Welke technologie is gerelateerd aan NVMe?
A
USB verbindingen
B
SSD interfaces
C
Optische schijven
D
HDD interfaces

Slide 20 - Quizvraag

Welke poort ondersteunt zowel digitale als analoge signalen?
A
USB
B
HDMI
C
VGA
D
DVI

Slide 21 - Quizvraag

Waar staat CPU voor?
A
Central Process Unit
B
Computer Personal Unit
C
Core Processing Unit
D
Central Processing Unit

Slide 22 - Quizvraag

Which device stores data long-term?
A
RAM
B
HDD
C
CPU
D
Cache

Slide 23 - Quizvraag

Which memory type is non-volatile?
A
B. Cache
B
D. Register
C
C. ROM
D
A. RAM

Slide 24 - Quizvraag

What is the primary function of an adapter card?
A
Store data
B
Add functionality
C
Cooling
D
Power supply

Slide 25 - Quizvraag

Which slot is commonly used for modern graphics cards?
A
C. AGP
B
A. PCI
C
D. ISA
D
B. PCIe

Slide 26 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een invoerapparaat?
A
Televisie
B
Projector
C
Luidspreker
D
Toetsenbord

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een uitvoerapparaat?
A
Toetsenbord
B
Monitor
C
Scanner
D
Microfoon

Slide 28 - Quizvraag

Wat doet een barcode scanner?
A
Verwerkt data
B
Print documenten
C
Slaat data op
D
Leest codes

Slide 29 - Quizvraag

Waarvoor wordt VR gebruikt?
A
Documenten opslaan
B
Gaming en simulaties
C
Geheugenuitbreiding
D
Videobewerking

Slide 30 - Quizvraag

Wat maakt AR uniek?
A
Is enkel voor audio
B
Integreert realiteit met digitale elementen
C
Vervangt de echte wereld
D
Is alleen voor gaming

Slide 31 - Quizvraag