VWO 5: Hoofdstuk 1 t/m 4 Marktresultaat & Overheidsinvloed

Welkom
5 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom
5 vwo ECONOMIE  ||  2025-2026

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Herhaling
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Wat is geen kenmerk van de marktvorm volkomen concurrentie?
A
Veel Aanbieders
B
Vrije toe- en uittreding
C
Heterogeen product
D
Volledige Transparantie

Slide 3 - Quizvraag

Het consumentensurplus is het verschil tussen het bedrag dat een koper minimaal bereid is te betalen en de prijs die hij/zij daadwerkelijk moet betalen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

De laagste prijs waarvoor een aanbieder zijn product wil verkopen is zijn...?

Slide 5 - Open vraag

Laysie is een monopolist op de markt van laptopstickers. Zijn producentensurplus kun je berekenen via.....
A
P - GO
B
P - MO
C
P - MK
D
P - GCK

Slide 6 - Quizvraag

Een pareto-efficiënte verdeling is een rechtvaardige verdeling van de welvaart
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Pareto-efficiënt
Er kan geen verbetering plaats vinden, zonder dat dit ten kostte gaat van iemand anders. 

Rechtvaardig is een mening. 

Slide 8 - Tekstslide

Waarom zijn octrooien belangrijk voor een economie?
A
Octrooien beschermen de consument
B
Dankzij octrooien werkt de markt doelmatig
C
Octrooien stimuleren innovaties en die zijn belangrijk voor economische groei
D
Door octrooien kunnen bedrijven een monopoliepositie verwerven

Slide 9 - Quizvraag

Stelling 1: Een maximumprijs beschermt de consument
Stelling 2: Een maximumprijs leidt tot een aanbodoverschot
A
Beide stellingen zijn juist
B
Stelling 1 is juist, Stelling 2 is onjuist
C
Stelling 2 is juist, Stelling 1 is onjuist
D
Beide stellingen zijn onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Stelling 1: Een minimumprijs beschermt de consument
Stelling 2: Een minimumloon wat boven het evenwichtsloon ligt, leidt tot een grotere vraag naar arbeid
A
Beide stellingen zijn juist
B
Stelling 1 is juist Stelling 2 is onjuist
C
Stelling 2 is juist Stelling 1 is onjuist
D
Beide stellingen zijn onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Qa = 0,4P - 2
Er wordt een heffing van €15 opgelegd
De nieuwe aanbodfunctie wordt...
A
Qa = 0,4P + 13
B
Qa = 0,4P + 4
C
Qa = 0,4P - 8
D
Qa = 0,4P - 17

Slide 12 - Quizvraag

Evenwichtsprijs voor heffing = €50
Heffing = €10
Evenwichtsprijs na heffing = €55
Afwentelingspercentage = ...?
A
10%
B
33%
C
50%
D
100%

Slide 13 - Quizvraag

Qa = 3P - 45
Overheid voert een prijsverlagende subsidie van €5 in
Nieuwe aanbodfunctie is dan...
A
Qa = 3P - 30
B
Qa = 3P - 40
C
Qa = 3P - 60

Slide 14 - Quizvraag

Bij perfecte prijsdiscriminatie is er geen consumentensurplus
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag