Unit 4 Havo 2 Grammar Recap

Unit 4 Havo 2 Grammar Recap
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Unit 4 Havo 2 Grammar Recap

Slide 1 - Tekstslide

Topics
Present perfect vs past simple
Some, any, something, anything...
Possessive pronouns
Past continuous

Slide 2 - Tekstslide

Make one sentence using the present perfect

Slide 3 - Open vraag

Present perfect
1 Als iets in het verleden gebeurd is begonnen en nog niet voorbij is. Vaak staat er for, since, yet, never, ever, etc.

She has lived in Doorwerth for three years.
I have not been to South Korea yet.

Slide 4 - Tekstslide

Present perfect
2 Als het resultaat van iets uit het verleden nog steeds merkbaar of zichtbaar is:

He has broken his leg.
They have painted the house.

Slide 5 - Tekstslide

Present Perfect
3. Als iets in het verleden is gebeurd, maar het exacte moment is niet bekend of niet belangrijk:

Have you seen the documentary?
John hasn't spoken to his mother about skipping school.

Slide 6 - Tekstslide

Past Simple
Als in een zin verwijzing naar het verleden staat (denk aan yesterday, last year, two weeks ago, in 1969), dan kun je in het Engels niet de present perfect gebruiken. Je moet dan de past simple gebruiken.

Slide 7 - Tekstslide

Present perfect vs Past simple
Vergelijk de volgende twee zinnen

I played that new video game yesterday.
I have played all their video games.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen de zinnen van de vorige slide?

Slide 9 - Open vraag

Some, any, something, anything
Als je in het Engels 'een paar', 'een beetje' of 'wat' wilt zeggen, gebruik je some of any.


Slide 10 - Tekstslide

Some, any, something, anything
Some gebruik je bij bevestigende zinnen.

We have some good ideas for the presentation
Can I have some milk, please?

Slide 11 - Tekstslide

Some, any, something, anything
Any gebruik je bij ontkennende zinnen en in bepaalde vraagzinnen:

I haven't got any idea what the teacher is talking about.
Have you got any plans for the summer?

Slide 12 - Tekstslide

Some, any, something, anything

Slide 13 - Tekstslide

There aren't ... glass milk bottles at this supermarket.
A
some
B
any
C
something
D
anything

Slide 14 - Quizvraag

We saw ... dolphins in the sea.
A
some
B
any
C
something
D
anything

Slide 15 - Quizvraag

We don't like ... apples.
A
some
B
any
C
something
D
anything

Slide 16 - Quizvraag

I learnt ___ new things today.
A
something
B
anything
C
some
D
any

Slide 17 - Quizvraag

I haven't paid ______________ for the new table.
A
some
B
any
C
anything
D
something

Slide 18 - Quizvraag

I'm sorry that I can't lend you....... today. I haven't got ..... money
A
something-any
B
anywhere- some
C
anything-some
D
anything- any

Slide 19 - Quizvraag

Possessive pronouns
Wanneer je wilt aangeven van wie iets is, gebruik je possessive pronouns (=bezittelijke voornaamwoorden).

That book is mine and that one is hers.
This cat is ours but which one is theirs?

Slide 20 - Tekstslide

Possessive pronouns:
_____ (hun) house is over there.
A
their
B
theirs
C
they
D
them

Slide 21 - Quizvraag

Possessive pronouns:
I met ________ mother (haar).
A
mine
B
theirs
C
ours
D
her

Slide 22 - Quizvraag

Possessive pronouns:
Is this cup ________?
A
your
B
yours
C
our
D
it

Slide 23 - Quizvraag

Possessive pronouns:
This is Amy, she's a friend of ...... .
A
me
B
your
C
mine
D
my

Slide 24 - Quizvraag

Possessive pronouns

This is _____ pen.
A
he
B
him
C
his

Slide 25 - Quizvraag

Past Continuous
Vorm: was / were + hele werkwoord + -ing

I was watching the rain
Were you waiting for the bus?

Slide 26 - Tekstslide

Past Continuous
1 Gebruik als iets een tijdje aan de gang was in het verleden:

Most of the kids were playing.
My sisters weren't laughing at you.

Slide 27 - Tekstslide

Past Continuous
Denk aan spelling!

ww eindigt op -e: To lose -> losing / To leave -> leaving
ww eindigt op een medeklinker: To run -> running / to sit -> sitting
ww eindigt op -ie: To die -> dying / to lie - > lying

Slide 28 - Tekstslide

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
They film the event with a hidden camera.
B
They filmed the event with a hidden camera.
C
They are filming the event with a hidden camera.
D
They were filming the event with a hidden camera.

Slide 29 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
They were living in poverty.
B
They are living in poverty.
C
They lived in poverty.
D
They have been living in poverty.

Slide 30 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
I was waiting for the bus.
B
I has waited for the bus?
C
I am waiting for the bus.
D
Ik weet het niet;(

Slide 31 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
I haven't been to that film yet.
B
I was walking down the street when I tripped.
C
I lived in Utrecht in 2010
D
I am eating a sandwich.

Slide 32 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
They were living in poverty.
B
They are living in poverty.
C
They lived in poverty.
D
They have been living in poverty.

Slide 33 - Quizvraag

PAST CONTINUOUS

In welke zin wordt de Past Continuous gebruikt?
A
They film the event with a hidden camera.
B
They filmed the event with a hidden camera.
C
They are filming the event with a hidden camera.
D
They were filming the event with a hidden camera.

Slide 34 - Quizvraag

Ik snap de grammatica van Unit 4 nu beter dan eerst!
A
JA!
B
Iets beter, maar ... vind ik moelilijk
C
Ik vind alles nog wel moeilijk
D
Nee, totaal niet

Slide 35 - Quizvraag

Vervolg
Als je alles snapt ga je zelfstandig leren (WRTS, Test Jezelf, online opdrachten zoeken, etc.) Wel even overleggen over telefoongebruik ;)

Als je vragen hebt over een onderwerp, dan kun je elkaar helpen of extra hulp van mij krijgen (ga met iemand samenwerken die het snapt!)

Slide 36 - Tekstslide